In 1998 werd een convenant getekend tussen de NBB, HBB, de Bossche Badminton Federatie (BBF) en de Recreatieve Badmintonbond Breda (RBB). Doelstelling was om het badminton naar een hoger niveau te tillen door begeleiding en opleiding van trainers en centrale trainingen. De laatste twee jaar is er gewerkt aan een document voor verdere samenwerking met de NBB, in de vorm van een federatief verband. Dat zou 2009 ingaan. Vervolgens zou in 2011 een evaluatie volgen, aldus HBB-voorzitter Hans Jenniskens. "We hebben in oktober de plannen uit de doeken gedaan aan de verenigingen en tijdens de Algemene Ledenvergadering is niet de vereiste meerderheid behaald."
Vooral recreanten zagen geen meerwaarde in de samenwerking en stemden tegen. Ze moesten vijf euro per jaar meer gaan betalen en zagen daar in hun ogen niets voor terug, aldus Jenniskens. "Misschien zijn ze ook bang dat als we de samenwerking met de nationale bond uitbreiden, we terugvallen in de situatie van vijftig jaar geleden. De competitiewedstrijden werden toen in heel Brabant gespeeld wat hoge kosten met zich meebracht en veel reistijd opleverde." De afwijzing van de leden heeft geen consequentie voor de HBB. De Helmondse bond draait daar te goed voor. Bang voor een tweesplitsing tussen recreanten en wedstrijdspelers is Jenniskens niet. "Persoonlijk vind ik het jammer, maar als voorzitter is het gewoon duidelijk: de verenigingen bepalen. Wij zijn er als bestuur voor de leden." Toch is de deur nog niet helemaal dicht. "We gaan inventariseren wat de argumenten waren om tegen te stemmen, en proberen de bezwaren weg te nemen. We hopen toch dat we verder kunnen praten met de NBB."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.























