EINDHOVEN - Echt grote ambities heeft hij deze week niet in Milaan. Het EK
turnen dat morgen begint, is voor Carlo van Minde uit Eindhoven slechts 'een
tussenstapje' op weg naar een hoger doel. Volgend jaar, op het WK voor
landenteams in Rotterdam, wordt het voor hem pas echt belangrijk.
Waar collega's als Yuri van Gelder, Jeffrey Wammes en Epke Zonderland in
Milaan wel degelijk inzetten op finaleplaatsen, neemt Van Minde met minder
genoegen. Twee foutloze sprongen, een strakke vloeroefening en zijn EK
individueel is geslaagd.
Pieken zo vroeg in de olympische cyclus is
niet nodig, vindt ook zijn coach Bram van Bokhoven uit Eindhoven. Bovendien,
de kwaliteiten van de turner van Voorwaarts Veldhoven liggen vooral op de
meerkamp. Zeker met het oog op de Olympische Spelen van 2012 in Londen staat
uitblinken op één speciaal onderdeel niet op zijn prioriteitenlijst. Van
Minde zou juist graag zien dat zijn collega's zich zoveel mogelijk als goede
allrounders ontwikkelen. "Hoe meer we die hebben, hoe beter voor het
team."
Om kwalificatie af te dwingen, moeten de mannen
zich volgend jaar op het WK voor landenteams in Rotterdam bij de beste 24
plaatsen. "Dat is op korte termijn het belangrijkst", zegt Van
Minde resoluut. Een klassering bij de beste twaalf op het WK in Tokio in
2011 geeft definitief recht op olympische deelname.
Van Minde,
vorig jaar nog vierde op de meerkamp tijdens het NK, werkt geconcentreerd
richting zijn doel. Naast zijn mbo-studie architectuur traint hij wekelijks
minstens twintig uur bij Flik-Flak in Den Bosch om zijn vaardigheden op alle
disciplines te verbeteren. Vooral op zijn minste toestel, voltige, hoopt hij
nog vooruit te gaan. "Dat moet ik zo stabiel mogelijk krijgen, dat is
heel belangrijk voor mijn meerkamp."
Ondertussen
probeert hij de uitgangswaarden op zijn beste onderdelen, vloer, rekstok en
sprong omhoog te krijgen én verdienen ook ringen en brug zijn aandacht. Na
de drie wereldtoppers (Van Gelder, Wammes en Epke Zonderland), volgt Van
Minde samen met Herre Zonderland en Anthony van Assche nationaal op plaats
vier tot en met zes. Een aantal junioren, onder wie Bart Deurlo, zit die
subtop op de hielen voor een plekje in het team. Van Minde wordt er nog niet
echt nerveus van. "Er is nog een klein gaatje met de concurrentie"
, constateert hij. "En ik ben zelf ook nog aan het groeien. Misschien
duurt het nog twee jaar voordat ik mijn top bereik, misschien nog wat
langer. Met veel trainen ga zeker nog wat stappen maken."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























