Frans en Frea Plantaz met de twee veulens die geveild worden, Spacewalk (eerste veulen links) en Che Guevara. foto Irene Wouters
ASTEN-HEUSDEN - De eliteveiling van veulens in het Duitse Vechta staat in de paardenwereld hoog aangeschreven. Als jouw jonge paarden daar onder de hamer gaan, doe je het goed als fokker. De zeventig beste Duitse springveulens en honderd beste dressuurveulens worden per opbod verkocht. Daar zitten twee 'buitenlandse' paardjes bij, van Frea en Frans Plantaz. Het echtpaar heeft zijn stal Altius Horses in het buitengebied van Asten-Heusden.
Een van de twee paardjes kreeg zelfs het predicaat 'Hengstanwarter', een
soort extra 'keurmerk' speciaal bedoeld voor hengstenhouders of opfokkers.
Ook bijzonder: het paar levert zowel spring- als dressuurpaarden. Zo is het
ene veulen dat geveild wordt, Che Guevara, een springer. De andere,
Spacewalk, lijkt zijn toekomst in de dressuursport te hebben. Die
scheidslijnen zijn bij de Heusdenaren overigens niet zo scherp. "Het
Nederlandse stamboek gaat dat onderscheid wel maken. Zo telt de draf bij
springpaarden niet meer mee in de beoordeling. Maar ik vind dat een paard
drie gangen moet hebben", stelt Frea. "Ik wil geen springpaard dat
niet kan lopen. En ik wil geen dressuurpaard dat niet kan springen. Bonfire
en Salinero (de twee succespaarden van Anky van Grunsven) komen allebei uit
een springlijn."
Het fokken van paarden is min of meer
bij toeval ontstaan. Negen jaar geleden verhuisde het gezin van Son en
Breugel naar Asten- Heusden. "We hebben altijd buiten willen wonen"
, verklaart Frea. Nu ze er de ruimte voor hadden, werd een pony voor de
kinderen gekocht. Maar ook moeder wilde graag weer een paard. "Ik heb
vroeger altijd gereden en gesprongen." Frans had vrouw zijn vrouw een
verrassing in petto op Moederdag. Hij zag een mooi veulen, kwam tot
overeenstemming met de eigenaar en dacht het paardje direct mee te kunnen
nemen. "Dat kon niet, het veulen moest nog vijf maanden bij de moeder
blijven. Toen heb ik die merrie ook maar gekocht. Moest ik nog snel een stal
timmeren." De merrie werd door Frea 'zadelmak' gemaakt en haar
paardenbloed begon weer sneller te stromen. Drie jaar later kocht ze nog een
merrie, om te gaan fokken.
Haar keuze leverde hoongelach op. Het
beest zag er niet uit, volgens kenners. Frea had echter de schoonheid onder
de lange haren van de dikke merrie gezien. "Ze kwam op me af en liep
helemaal correct." Frea ging met het paard aan de slag en maanden later
herkenden die kenners het niet meer. "Ze dachten dat ik een ander paard
had gekocht." Het werd wel meteen hun eerste elite-merrie, het hoogst
haalbare voor een driejarige.
Het echtpaar had zich goed
voorbereid op hun nieuwe 'hobby'. Frea en Frans Plantaz reisden jarenlang
alle veilingen en hengstenshows in binnen- en buitenland af. Het viel hen op
dat men in Duitsland helemaal gek is met paarden. Ze kozen ook bewust om met
Duitse hengsten te fokken omdat daar naar eigen zeggen honderd jaar
'rittigkeit' (werkwilligheid, red.) in zit. Frea: "Daar zijn ze al veel
langer bezig om paarden op een goed karakter te fokken. Het is toch
belangrijk dat je er op kunt blijven zitten." Het eerste veulen werd
ook in dat land verkocht, en niet aan de eerste de beste. Koopster was
springamazone Meredith Michaels-Beerbaum, tweevoudig wereldbekerwinnares en
Europees kampioene.
Frans Plantaz, voormalig topamateur in het
wielrennen en jarenlang werkzaam in de ict, zegt helemaal geen paardenman te
zijn. "Ik ben wel een marketingman. Ik doe de organisatie. Zij is de
paardenvrouw." Maar hij kan wel met veel enthousiasme vertellen over
hun belangrijkste tijdsbesteding. Zo verhaalt hij over de vele kilometers
die ze afleggen om hun klanten te bezoeken. En over de gebroken nachten van
februari tot half mei, als ze om beurten de kraamkamers via camera's in de
gaten houden.
Al die inspanningen worden morgen en zaterdag
beloond, bij de belangrijkste veulenveiling in Duitsland. Niet de prijs
bepaalt het succes, zegt Frea, "Ik ben tevreden als ze een goede
sportstal of hengstenstation ze koopt. Dat ik weet dat onze veulens verder
komen."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.























