De rechter in Utrecht heeft Badminton Nederland op alle punten in het gelijk gesteld. Volgens de rechtbank kon niet worden vastgesteld dat met het contract mededingingsregels met voeten zijn getreden. Ze oordeelde verder dat het algemeen belang van de bond zwaarder moest wegen dan de individuele belangen van de spelers. Daarnaast was ook belangrijk in de afweging dat de spelers niet getroffen worden door een beroepsverbod. Ze kunnen nog altijd deelnemen aan internationale toernooien en mogen in Nederland gebruik blijven maken van de trainingsfaciliteiten van de bond en van de diensten van beide bondscoaches. Badminton Nederland had ook nog het aanbod gedaan aan de spelers om bij landenwedstrijden het merk van hun racket af te plakken. Dat werd door Meulendijks, Palyama en Pang afgewezen.
Yonex betaalt, afhankelijk van de prestaties, tot en met 2016 een bedrag aan Badminton Nederland van minimaal 3,2 en maximaal 3,9 miljoen euro. Voor de armlastige bond van technisch directeur Martijn van Dooremalen en voorzitter Rob Ridder kwam die overeenkomst als manna uit de hemel. De Badmintonbond was, nadat in 2008 geen enkele speler zich had gekwalificeerd voor de Spelen in Peking, een deel van de financiering door NOCNSF kwijtgeraakt. Juist door de lange verbintenis met Yonex, zo betoogden de bestuurders, zou de olympische ambitie van het badminton ook in de toekomst waargemaakt kunnen worden.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























