Marc de Reuver: "Toen ik klein was werd ik niet echt uitgedaagd. Ik won toch wel." foto Jurriaan Balke
LOMMEL - Het gebonk van de zware viertaktmachine is in de verte al te horen. Op de rug van de crosser die even later voorbij dendert, prijkt het nummer veertien. In de finishstraat draait hij het gas van zijn gele Suzuki vol open, springbulten neemt hij behoedzaam.
Her en der ligt nog sneeuw op het parcours en de grond is hard van de
vorst. Intensief trainen zit er op deze koude februaridag in Lommel niet in.
"De baan is nu veel te gevaarlijk, joh", roept Marc de Reuver na
de training in de warme kantine van het Stedelijk Motocrosscentrum. "
Onder deze omstandigheden ga ik hier niet flink gas geven."
In de aanloop naar het nieuwe seizoen laat De Reuver niets aan het toeval
over. Bij Beursfoon Suzuki rijdt hij voor het eerst in negen jaar voor een
privéteam. Het definitieve bewijs dat de inmiddels 27-jarige crosser zijn
aureool van topcoureur heeft verloren. Fabrieksformaties als die van Yamaha
en Honda geloven niet meer in hem: ongelooflijke potentie, te weinig
resultaat. "Ik heb wel een waarschuwinkje gehad", zegt hij over
zijn noodgedwongen stap terug. "Ik blíjf niet het talentje. Dat ben ik
ook allang niet meer."
En toch. Een rijder van het kaliber De
Reuver hoort eigenlijk niet bij een team als Beursfoon. De sympathieke
crosser is in potentie één van de beste coureurs in het WK. Hij rijdt bij de
kwalificatie regelmatig de snelste tijd en won tot dusver vier Grands Prix.
Maar bij 'Calimero' is er altijd een 'maar'. Hij is te vaak geblesseerd, en
crost hij eens subliem, dan kan hij daarna zijn sport zomaar weer te licht
nemen. "Mijn probleem is dat ik te makkelijk rijd. Om de toptien in een
Grand Prix te halen, hoef ik niet heel hard te trainen, dat lukt me toch
wel. Als ik minder makkelijk zou crossen, was ik misschien wel verder
gekomen."
Niet dat hij geen kansen kreeg. De Reuver reed
jaren bij KTM, reed voor Yamaha en voor Honda. Bij die fabrieksteams kreeg
hij het beste materiaal tot zijn beschikking, verdiende hij het salaris dat
bij een topcoureur hoort. Maar op een incidenteel succes na, bleven goede
resultaten uit. "Bij Yamaha heb ik de focus gemist", erkent hij. "
Ik reed een dikke auto, de hele disco dronk van mij... Soms kan ik wel janken.
Ik was toen echt een idioot. Ik ben gewoon veel te gemakkelijk over te
halen, veel te beïnvloedbaar."
Zoekend naar een
verklaring voor zijn beperkte mentale weerbaarheid komt hij al gauw uit bij
zijn jeugd. "Toen ik klein was ging alles vanzelf, werd ik niet echt
uitgedaagd. Ik won toch wel." Tegelijkertijd hield zijn vader, zelf ook
een motorcrosser, hem kort. De Reuver: "Ik moest altijd op tijd naar
bed, en als het op school niet goed ging, mocht ik niet rijden. Mijn vader
was geen tiran, maar het gebeurde wel zoals hij het wilde. Toen ik vijftien
was, moest ik nog om half negen naar bed, na Goede Tijden Slechte Tijden. Ik
ging ook pas op mijn achttiende voor het eerst op stap."
Het
vorige seizoen was zijn voorlopig laatste jaar voor een fabrieksteam. Na
wéér een zware blessure verlengde Honda zijn contract niet. Een fikse
tegenvaller voor de getogen Amstelvener. "Ik zat toch wel effe met mijn
kontje te knijpen. Zeker met die financiële crisis. Maar tijdens het weekend
van de Grand Prix in Lierop heb ik bij Beursfoon getekend. Het was een
superbeslissing. Dit is een A-team hoor, echt geen flauwekul."
Opgewekt doet De Reuver zijn verhaal. Hij is blij dat het team uit Hoofddorp
hem oppikte. De Suzuki gaat 'als een kogel', de begeleiding is er uitstekend
en hij kan bij Beursfoon naast het Open Nederlands kampioenschap (ONK)
'gewoon' het volledige wereldkampioenschap rijden. Er is alleen één maar:
"Financieel sta ik in de achteruit. Dat is wel even wennen."
Hij beseft dat hij zich dit jaar meer dan ooit moet bewijzen. Bewijzen ook dat
hij níet de flierefluiter is waarvoor veel mensen hem houden. Een
kwalificatie die hij trouwens onterecht vindt. Geïrriteerd: "Als
mensen me in Valkenswaard bij het stappen zien, wordt gezegd dat ik ieder
weekend op stap ga. En als het slecht gaat, komt dat doordat Marc de Reuver
teveel aan de Bacardi cola zit. Tuurlijk: waar rook is, is vuur. Ik kan niet
ontkennen dat ik van een bacootje houd, maar het wordt allemaal zo opgeklopt.
"
Om zich beter te wapenen voor komend seizoen bezoekt hij
sinds kort een mental coach. "Daar schaam ik me niet voor", zegt
hij resoluut. "De eerste keer dat ik die man zag, was ik nog sceptisch.
Ik dacht: niet teveel zeggen. Maar het helpt echt. Door hem ga ik
bijvoorbeeld minder op stap."
Aan de vooravond van het nieuwe
crossjaar voelt De Reuver zich opperbest. Hij kijkt uit naar het ONK en het
WK, lacht als hij erover vertelt. Ook bij Beursfoon heeft hij het natuurlijk
niet slecht. Bovendien: hij beoefent zijn sport nog steeds op het hoogste
niveau. "Ik ben heel goed bezig, durf ik wel te zeggen. Ben fit, voel
me supergoed. Ook in mijn hoofd. De snelheid is er weer. Of er nu eindelijk
een kentering in mijn prestaties komt, zullen we dit jaar gaan zien. Dit is
het seizoen van de waarheid."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties



















