De eerste keer dat ik hem zag, stonden mijn ogen meteen op scherp. PSV belegde een trainingskamp in de Turkse badplaats Belek. Guus Hiddink was nog trainer en had, zoals wel vaker, wat jeugdspelers meegenomen om de sfeer bij het eerste elftal te leren kennen.
Het was januari 2004. Ibrahim Afellay was één van die jeugdspelers. PSV
speelde een oefenwedstrijd tegen Werder Bremen en Afellay mocht na rust
invallen. Wat een openbaring: die snelheid, die gedrevenheid!
Afellay was een heerlijke jongen. Beleefd, voorkomend, op een goede manier
nederig. Liefkozend noemden ze hem 'Ibi'. In Milaan veroverde hij, samen met
Ismail Aissati, de harten van alle Nederlandse voetbalfans. Ibi & Isi;
elkaar omhelzend triomfeerden ze in San Siro.
Ik interviewde
Afellay later uitgebreid tijdens een trainingskamp in La Manga. Hij sprak,
voor het eerst, openhartig over de vroege dood van zijn vader. Later besloot
Ibi nooit meer met mij te praten, omdat ik te kritisch over zijn spel was.
Hij vond opmerkingen in de krant 'achterbaks'.
Die vijandige,
wantrouwende houding van hem zie je te vaak terug. Dat is doodzonde, want
zo'n opstelling keert zich vaak tegen hem. Ook gisteren verloor Afellay weer
eens van zichzelf, door met zijn armen en ellebogen het gevecht te zoeken
met Eyong Enoh. Intern houdt vrijwel iedereen hem graag de hand boven het
hoofd, maar een al te beschermend milieu kan ook zijn valkuil zijn. Als
Afellay er niet in slaagt om zijn frustratie en gevoel voor onrecht te
beheersen, kan een mogelijk schitterende loopbaan wel eens een bizarre
wending krijgen. Daarom heeft Ibi professionele begeleiding nodig van iemand
die hem bewust maakt van zijn gedrag en de uitwerking daarvan. Ik denk dat
Afellay zijn vader nog elke dag mist. Meer dan hij zelf beseft.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties



















