Terreinchef Peter van Heugten heeft zelfs een eigen straatnaambordje op sportpark 't Root.foto Jurriaan Balke
Peter van Heugten heeft NWC en zijn fiets
Naast schijnbewegingen,
schoten en slidings gebeurt er bij de amateurvoetbalclubs ook van alles
buiten de lijnen. In aanloop naar de competitiestart het ED verhalen over
mensen, sportparken en historie.
Hij heeft zich goed voorbereid. Peter van Heugten heeft een stapeltje
papieren waarin de belangrijke data in zijn leven staan. Hij laat het eerste
papiertje zien en leest het ook nog even hardop voor: "Tweede kerstdag
1975. Toen kreeg ik een uniform van NWC." Hij wijst naar het logo van
de Astense voetbalclub op zijn ruimzittende colbert.
Ik ken
dat jasje en ik ken de man die het draagt. Iedereen die wel eens met zijn
voetballende kinderen bij NWC is geweest, heeft met hem te maken gehad. Een
vriendelijke man, maar ook dwingend. Om Peter van Heugten kun je niet heen.
Hij wijst je de kleedkamer aan, maar stuurt ouders weg van het
kunstgrasveld. "Als er een omheining is bij een veld, hoort het publiek
daar achter te staan. Dat is een KNVB-regel", zegt hij met zijn
typerende zachte stem.
Van zijn 66 levensjaren is Peter van
Heugten al veertig jaar terreinchef. "Dat werd ik op 1 september 1969"
, zegt hij, lezend van een ander kaartje. Hij gaat nog even door met zijn
statistieken. "Op 1 augustus was ik 46 jaar lid. Op 3 juni 1999 kreeg
ik een straatnaambord van de gemeente cadeau."
Als het
even kan wijst Van Heugten bezoekers op het bord, dat aan het clubgebouw
hangt. Het hoort bij zijn welkomstritueel.
Heel zijn volwassen
leven bij een voetbalclub, maar zelf nog nooit een bal geraakt. "Ik
werd lid omdat ik graag naar voetbal keek. Bezocht de trainingen en
wedstrijden, in het weekend soms drie op een dag. De eerste zes jaar was ik
een fanatiek supporter."
Na die periode van kijken en
aanmoedigen gingen de handen uit de mouwen. Hij werd gevraagd als
terreinknecht, pardon: terreinchef. Jarenlang deed hij dat naast zijn werk
bij een houtzagerij in Asten. Het bedrijf verhuisde naar Nederweert. Van
Heugten ging mee, tot hij met vervroegd pensioen kon. "Dat was op 1
oktober 2003. Ik heb daar 35 jaar gewerkt", geeft hij zijn loyaliteit
aan. "En op 1 april 2008 ging ik met pensioen. Ik voel me nu zo vrij
als een vogel."
Geen geraniums voor Peter. Hij heeft NWC
en zijn fiets. "Ik maak tochten van soms wel drieënhalf uur."
Tijdens de zomerstop is hij vaak alleen op sportpark 't Root te vinden. Dan
kan hij in z'n eigen tempo het terrein winterklaar maken. "Zo schilder
ik alle doelen. Elke dag één. Dan kunnen ze er weer een jaar tegen. Ik koop
dure, dikke verf. Die betaal ik zelf." Het in de clubkleuren
geschilderde stalen frame met de beginletters van de Noad Wilhelmina
Combinatie erin verwerkt, dat de ramen van de kantine beschermt tegen
inslaande ballen, krijgt eveneens elk jaar een nieuwe laag. Ook die verf
brengt de schilder zelf mee. In die zin is Peter van Heugten een soort
sponsor. Hij beaamt het met een lach. "Het is pure clubliefde, ik doe
het zo graag. Een paar jaar geleden heb ik vier elftallen een splinternieuwe
wedstrijdbal cadeau gedaan. Van tachtig euro per stuk. Er zat ook nog eens
een jaar garantie op." Niet de garantie dat het winnende ballen waren.
Maar toch: "De teams werden alle vier kampioen."
Tijdens het seizoen is de zaterdag voor hem dé NWC-dag. "Om half
acht ben ik hier. Dan zet ik eerst de hoekvlaggen op de vijf velden. Daarna
hang ik in de kleedlokalen de door mij geschreven papieren op. Vervolgens
leg ik 22 wedstrijdballen klaar." Er moet gespeeld worden met de
officiële bal, daar is Peter heel streng in. Dat gaat soms ver. Het komt
voor dat jeugdteams met een zelf meegebrachte bal aan de wedstrijd beginnen.
Dan schroomt hij niet het veld op te lopen, het partijtje stil te leggen en
te laten herstarten met zijn bal. Wedstrijdbal is wedstrijdbal.
Na de eerste serie jeugdwedstrijden gaat de terreinchef weer de lokalen langs.
De oude papieren gaan eraf, nieuwe worden opgehangen. Tussendoor houdt hij
toezicht op het terrein.
"Zie ik iets fouts, dan ga ik
er meteen op af. Zélden moet ik streng zijn. Zélden." "
Ik krijg wel eens kritiek, als ze met twee elftallen in één lokaal moeten.
Mijn antwoord is dan: 'Hier is het aanpassen, wij worden gedwongen om het zo
te doen.' Dan beginnen ze te mauwen, maar daar luister ik niet naar."
Op zondagochtend poetst Peter tien kleedlokalen. Dan zit zijn werk erop en
gaat hij fietsen. "Om kwart over vier bel ik wel even om te vragen wat
het eerste heeft gedaan."
Vroeger was hij ook de
regelaar bij de trainingen op dinsdag en donderdag. Dat laat hij nu aan
anderen over. "Ik heb arbeidstijdverkorting gekregen." En nog veel
meer: uit een plastic tasje haalt hij shirts en jassen. Natuurlijk in de
clubkleuren. Het mooiste zit in een chique doosje. Het heeft Hare Majesteit
vorig jaar behaagd. Natuurlijk weet Peter de datum nog: 25 augustus. "
De burgemeester sprak heel mooie woorden." Nog een kaartje, nog een
datum: 11 mei 2002, erelid. Lid van verdienste was hij al.
Hij
krijgt een nieuw clubkostuum. "Ik heb een heel duur colbert gekocht.
Voor mij geen goedkope rommel, zo ben ik er voor een paar jaar van af. Een
sponsor zorgt nu voor het embleem. In 1975 kreeg ik mijn eerste uniform."
"Op tweede kerstdag", ben ik hem voor.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




















