Erwin is ook vaak bij PSV te vinden. Zo ook in 1999 tijdens het afscheidsduel van wijlen sir Bobby Robson. archieffoto Fotopersbureau van de Meulenhof
Erwin van Vugt kijkt samen met Geert Vosters naar het eerste oefenduel van Wilhelmina Boys. foto Irene Wouters
Erwin, elke zondag paraat als schaduwcoach.
Naast
schijnbewegingen, schoten en slidings gebeurt er bij de amateurvoetbalclubs
ook van alles buiten de lijnen. In aanloop naar de competitiestart het ED
verhalen over mensen, sportparken en historie.
Iedereen die hij ook maar enigszins kent, trakteert hij standaard op een 'hé
vriend', begeleid met een gulle lach en – als het even kan – een warme
handdruk. Met de armen voor zijn borst gekruist, slaat hij als een
maarschalk 'zijn' Bestse Wilhelmina Boys gade. Het oranje montuur van zijn
Dolce & Gabbana-bril piept olijk achter zijn oren uit.
Als het team tijdens het eerste oefenduel van dit seizoen niet naar behoren
speelt, vouwt Erwin van Vugt zijn handen als een toeter voor de mond. Tussen
een aantal onverstaanbare woorden klinkt het overduidelijk aansporend: "
Hé, hallo! Hop, hop, hop. Lopen! Lopen!"
Onder zijn
witte sportbroek is nog net een stukje blote knie zichtbaar. Iets daaronder
al beginnen de randen van zijn hoog opgetrokken blauwe kousen. Het rood-wit-
blauw-gestreepte T-shirt golft ruim over zijn schouders. Erwin van Vugt (39,
'bijna veertig'), geboren met het syndroom van Down, draagt het tenue van
Wilhelmina Boys met trots. De voetbalfan kwam ruim twintig jaar geleden bij
de club terecht en is er nooit meer weggegaan. Sportpark Naastenbest is een
tweede thuis voor hem. Elke zondag is hij daar samen met zijn al even
voetbalgekke moeder te vinden. Spelers, supporters en trainers, ze kennen
het tweetal allemaal.
De elftalbegeleider van het eerste
team, Jan van Drunen, nam Erwin jaren geleden bij de hand en betrok hem bij
de club en het vaandelteam. Hij kreeg een vast plekje in de dug-out. Het
eerste team trakteerde hem op een coachjas en een compleet tenue met zijn
naam erop. Toen moeder Hannie een tijd terug ernstig ziek was, haalden leden
van de club zoonlief elke zondagochtend met de auto op. Eten en drinken?
Daar zorgde het kantinepersoneel voor. Na afloop van de voetbalzondag
brachten ze de trouwe supporter ook weer thuis. De club organiseerde zelfs
een feestje voor Erwin toen hij 'het huis uit ging' en naar een
woonvoorziening verhuisde. Nu nog levert de nieuwjaarsreceptie hem elk jaar
een cadeautje van de club op, omdat hij rond die tijd jarig is. "Hij
vindt al die aandacht prachtig", weet moeder Hannie.
Natuurlijk krijgt Wilhelmina Boys er ook iets voor terug: onvoorwaardelijke,
niet-aflatende steun. Al kan Erwin behoorlijk de pee in hebben als zijn Boys
verzaken.
Moeder: "Jij kan niet zo goed tegen je
verlies, hè."
Erwin lacht, kijkt verbaasd. "
Nou, een bietje."
In de kantine van de Boys galmt
ondertussen een onvervalste smartlap uit de speakers. Erwin spitst de oren.
Hij blijkt ook fan van het Nederlandse lied te zijn. "Frans Bauer, Nick
en Simon, K3", somt hij stamelend op.
"Het zijn er
te veel om op te noemen", sust zijn moeder.
Erwin steekt
regelmatig de handen uit de mouwen voor de club. Hij haalt de bal wanneer
die over het hek gaat, assisteert als terreinknecht en is ook niet te
beroerd om na het laatste duel een rondje om het veld te maken om de
hoekvlaggen op te halen.
Op zondag kijkt hij 's ochtends
eerst naar de vrouwenploeg, maar het vaandelteam is vooralsnog favoriet. Af
en toe mag Erwin voor de wedstrijd bij de teambespreking zijn in de
kleedkamer. Voor aanvang van elk duel loopt hij als een mascotte mee het
veld op om handen te schudden met scheids en spelers. En speelt het zesde,
het negende of het damesteam een kampioenswedstrijd? Dan is hij met een van
thuis meegebrachte trommel van de partij om zijn helden naar de overwinning
te roffelen.
Zijn inborst is vriendelijk. Maar als het
getoonde spel Erwin niet zint, zullen de mannen het weten ook. Dat is hem
een paar jaar geleden overigens duur komen te staan: omdat hij commentaar
had op de scheidsrechter heeft hij zijn vaste stekkie bij de bankzitters in
de dug-out moeten inleveren.
Het hindert niet. Erwin heeft
nog genoeg taken over.
Als er niet gespeeld wordt, is het tijd
voor zijn plakboeken. Met uiterste precisie werkt hij, enigszins dwangmatig,
de rust- en eindstanden bij. Niet alleen van de Wilhelmina Boys, ook de
verrichtingen van PSV en FC Den Bosch registreert hij nauwkeurig in aparte
mappen. En ook bij die clubs is hij tijdens thuiswedstrijden vaak op de
tribune te vinden.
Aanvallers krijgen daarbij vaak extra
aandacht van de volbloed voetbalsupporter.
"Ik ben ook
fan van Guus", zegt Erwin terloops.
"Hiddink?"
"Meeuwis. Elk jaar weer in het PSV stadion."
In zijn
kledingkast liggen gekregen T-shirts van Ronaldo, Kieft, Kezman, Zenden.
PSV-spits Ola Toivonen is nu 'de man'. In zijn eigen team, het g-elftal van
ODC in Boxtel, is hij zelf ook aanvaller, topscorer zelfs. "Het is hard
werken in de spits", vindt Erwin.
Wat voor type
aanvaller hij is? Daar heeft moeder Hannie wel een antwoord op. "Een
beetje een luie spits. Een beetje het Romario-idee", zegt ze beslist.
Erwin lijkt zich daar wel in te kunnen vinden. Knikt. En lacht.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























