Jan Paaijmans werd in 1999 het slachtoffer van een roofoverval. archieffoto Fotopersbureau van de Meulenhof ;Willem Voets (r) en Eddy Roy.foto Ton van de Meulenhof
Jan Paaijmans werd in 1999 het slachtoffer van een roofoverval. archieffoto Fotopersbureau van de Meulenhof ;Willem Voets (r) en Eddy Roy.foto Ton van de Meulenhof
Zijn naam is na de moord nog altijd magisch
Naast
schijnbewegingen, schoten en slidings gebeurt er bij de amateurvoetbalclubs
ook van alles buiten de lijnen. In aanloop naar de competitiestart het ED
verhalen over mensen, sportparken en historie.
Vroeg in de middag, zo rond een uur of één, stuurt Jeannette Paaijmans haar
auto vlot over de Ringbaan-West in Tilburg. Het is 23 november 1999, een
dinsdag als alle andere. Op weg naar haar sigarenzaak moet ze inhouden voor
een ambulance, die met loeiende sirene richting het Maria-ziekenhuis snelt.
"Daar gaat onze Jan", schiet het in een flits door haar hoofd.
Enkele minuten later krijgt ze de bevestiging van haar voorgevoel. Jan
Paaijmans, haar man, is zojuist het slachtoffer geworden van een
roofoverval. De voorbereidingen op het feest ter gelegenheid van de
heropening van hun zaak kunnen worden gestaakt. Op de beoogde dag namelijk,
zaterdag de 27e, wordt Paaijmans in een uitpuilende Pastoor van Ars-kerk in
Eindhoven begraven. Over zijn kist ligt een geel-zwarte vlag en de mannen
die hem naar zijn graf dragen, zijn spelers van Nieuw Woensel.
Tien jaar na dato heeft de naam van Paaijmans nog altijd een magische kracht
bij de club, waar hij zo lang hoofdtrainer was.
Nieuw Woensel
heeft een inktzwart decennium achter de rug, leek de aftakeling niet te
overleven, maar is nu weer springlevend. Het aantal jeugdleden (130) groeit
alweer in de richting van dat van de topjaren, toen de club uit
Eindhoven-Noord in de tweede klasse van de KNVB speelde.
In de
jaren negentig geldt Paaijmans als de drijvende kracht achter de opmars van
Nieuw Woensel, dat bij zijn komst nog in de tweede klasse van de
onderafdeling (" pielekesbond", zei Paaijmans altijd) bivakkeerde.
Vier keer promoveert hij met de club. Maar meer nog dan dat maakt zijn
persoonlijkheid de tongen los in het Eindhovense amateurvoetbal.
De dood van 'De Paaij' is in die dagen een schokkende gebeurtenis waar heel
Nederland kennis van neemt. In De Telegraaf staat het nieuws bovenaan de
voorpagina, SBS-6 stuurt een televisieploeg naar sportpark 't Bokt om
reacties te filmen.
Nieuw Woensel is de klap van de dood van
Paaijmans met veel moeite te boven gekomen. "Omdat", zegt
toenmalig voorzitter Willem Voets nu, " elke trainer ná hem het
ontzettend moeilijk had om een plaats te verwerven in die typische sfeer bij
Nieuw Woensel. Het was een heel hechte club en Jan speelde daarin een
centrale rol. Veel mensen hingen echt aan De Paaij, voor de trainers ná hem
moet dat heel lastig zijn geweest."
Die sfeer is moeilijk
in woorden te vatten. Van oudsher was Nieuw Woensel een zeer nette
vereniging, met veel kader en spelers die academisch of hbo-geschoold waren.
Na de komst van Paaijmans trekt de club leden uit alle lagen van de
bevolking. "Het was de kracht van Paaijmans dat hij spelers van
allerlei pluimage bij elkaar bracht en kon laten functioneren", zegt
Eddy Roy, die zelf jarenlang in het eerste speelde en nu technisch
coördinator is bij Nieuw Woensel. Hij wil wel benadrukken dat zijn cluppie
ook al bestond vóór Paaijmans kwam. "Vaak wordt gezegd: Nieuw
Woensel, dat wás De Paaij, maar daarmee doe je veel anderen onrecht. Bij
zijn komst hadden we al een zeer bloeiende vereniging."
Een goede trainer was Paaijmans niet, zeggen de spelers met wie hij werkte.
Hij had niet eens het juiste diploma, en trainingen geven interesseerde hem
niet zo. "Hij stond 's avonds in een lange jas aan de rand van het
veld, gaf een paar instructies en ging binnen zitten kaarten", weet
Roy. " Toch gingen de spelers door het vuur voor hem. Dat was zijn
grote kracht. Jan was een geweldige coach en een enorme persoonlijkheid."
Provoceren en manipuleren, daar was Paaijmans niet vies van. Hij leefde graag
aan de rand van wat de goegemeente tolereerde. Maar hij kon ook charmant,
humoristisch en uiterst gezellig zijn. Een conflict met de KNVB lapte hij
aan zijn laars. "Wij staan bóven de KNVB", liet hij dan in de
krant optekenen. "Desnoods gaat Nieuw Woensel alleen nog
demonstratiewedstrijden spelen."
Mede door zijn lef
bereikt de club in 1994 de eerste ronde van het KNVB-bekertoernooi en speelt
daarin tegen de profclubs Eindhoven, Fortuna Sittard en Roda JC.
Paaijmans' gage van duizend gulden per maand vloeit doorgaans middels
genuttigde consumpties terug in de clubkas. Zijn extravagante karakter was
niet onomstreden. De club verloor ook wel leden, omdat die niet van De Paaij
gecharmeerd waren.
Na zijn dood wordt Nieuw Woensel
uiteindelijk een zieltogende vijfdeklasser. Voets: "Op een gegeven
moment hadden we geen jeugdteam én geen bestuur meer. Iedereen liep weg. Ik
kon het zelf ook niet meer opbrengen. Zonder Jan was de drive weg. Toen
dacht ik: nu krabbelen ze niet meer overeind."
De ommekeer komt op een trainingsveld van buurman en rivaal Unitas '59. Drie
ouders beklagen zich erover dat ze met hun elftalletje (de F8) op een kwart
veld moeten trainen. Roy is één van hen en zegt: "Waarom
beginnen we niet op onszelf, bij Nieuw Woensel?"
Zo ging
het. Nu, twee jaar later, telt de club alweer dertien jeugdelftallen,
waarvan twee voor meisjes. " Het is geweldig wat er is gebeurd",
zegt Roy. "We zijn eindelijk gezond, trekken sponsors aan en hebben
geen problemen meer om bestuursleden te vinden. Het ledental groeit nog
steeds. Het doel was honderd jeugdleden binnen te halen, daar zitten we al
ver boven. Vorig jaar speelde ons oudste meisjesteam in Londen een wedstrijd
tegen Charlton Athletic. Dat was echt het grootste hoogtepunt sinds de dagen
van Paaijmans."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























