Bert Hems, terreinknecht van De Bocht '80, controleert de messen van de grasmaaier. foto Kees Martens
Voetballen in een verscholen paradijsje
Naast schijnbewegingen,
schoten en slidings gebeurt er bij de amateurvoetbalclubs ook van alles
buiten de lijnen. In aanloop naar de competitiestart het ED verhalen over
mensen, sportparken en historie.
Ineens blijft hij stilstaan en steekt zijn rechterwijsvinger omhoog. "
Hoor je? Dat is een jonge buizerd. Het nest moet hier vlakbij zijn."
Het duurt even, maar dan klinkt weer de schelle, hoge roep. Bert Hems geniet
ervan, zoals hij op deze stralende zomerdag ook geniet van de kibbelende
zwaluwen, de tjilpende vinkjes en kwikstaartjes en het zachte ruisen van de
wind door de bladeren van de vele bomen. Het is een korte wandeling, waarbij
we zojuist een hoek van negentig graden hebben gemaakt. Zodadelijk volgen er
nog twee. Hems (58) controleert ondertussen de witte kalklijnen op het gras
waarop we lopen.
Als terreinknecht zijn ergens rustgevend is,
moet het zijn bij De Bocht '80. De accommodatie van de kleine Oirschotse
voetbalvereniging ligt midden in natuurgebied De Mortelen, op de weg naar
Boxtel, ver buiten de kom. "Dat zou nu echt niet meer kunnen, een
sportcomplex in de natuur. Je krijgt het niet voor elkaar", vertelt
voorzitter Frans van der Staak (55). Zijn club heeft het geluk gehad dat hij
ontstond uit een buurtvereniging en dat in de jaren '70 de natuur- en
milieuregelgeving nog stukken minder dwingend was. Het heeft aan de Oude
Grintweg voor een aparte symbiose gezorgd. Zozeer zelfs dat
ex-profvoetballer/schrijver Jan Mulder en fotograaf Hans van der Meer
sportpark 't Goor (vernoemd naar het bosgebied dat grenst aan het enige
wedstrijdveld van de club) opnamen in hun fotoboek Hollandse Velden, over
bijzondere voetbalaccommodaties.
Het is dat er een bordje
langs de weg staat, anders rijd je De Bocht '80 zo voorbij. En dan nog raak
je aan het twijfelen. Je ziet een hoop groen, een paard in een wei,
fruitbomen, braamstruiken, een erf en een oude boerderij - of eigenlijk een
voormalig bakhuis -, maar een voetbalclub? Pas als je wat beter kijkt, én
vanuit de goede hoek, valt je oog op het achterliggende voetbalterrein. Van
het moderne, twee verdiepingen tellende, stenen clubgebouw is vanaf de
openbare weg - en weer vanuit de juiste hoek - maar een randje te zien.
Dat clubgebouw staat er pas vier jaar. In de zomer van 2005 werd binnen vijf
maanden het oude, houten exemplaar gesloopt en het nieuwe neergezet. De
basis van het wedstrijdveld van 't Goor is sinds de jaren '70 nooit
vernieuwd. "Niet nodig", zegt Van der Staak. "Dit gebied ligt
laag en er is een soort leemlaag die het water goed vasthoudt. Het voordeel
is dat het veld in het voorjaar en de zomer niet of nauwelijks verdroogt.
Het nadeel is dat het in de herfst en de winter al snel te drassig wordt,
zeker als het veel regent. Want hoewel we drainage hebben, loopt het water
dan toch slecht weg." De vele afgelastingen leiden ooit tot stevige
discussies. Van der Staak: "Twee jaar geleden hebben we nog een hele
poppenkast gehad met onze buren Spoordonkse Boys, die per se wilden spelen.
Maar dat kon gewoon echt niet. Voor ons wegen de voordelen van dit gebied
trouwens absoluut op tegen de nadelen."
De eerlijkheid
gebiedt te zeggen dat sportpark 't Goor door de jaren heen misschien iets
minder bijzonder is geworden. In het begin stond bij het veld alleen een
omgebouwd kippenhok van vier bij acht, met uitsluitend koud water. Toen
Mulder en Van der Meer eind jaren '90 langskwamen in Oirschot, was het
groene, houten clubgebouw er nog en ontbraken rondom het voetbalveld nog de
reclameborden. Laat staan dat het pannaveldje (2008) er al was. Maar toch,
de accommodatie van De Bocht '80 is nog altijd onalledaags. Neem de
ballenvanger aan de kant van de bosrand; overwoekerd door het groen. Neem
het ponyweitje dat over een lengte van ongeveer dertig meter grenst aan het
voetbalveld. Hems, met een grijns: "De Shetlanderkes kunnen de
wedstrijden altijd perfect volgen." Van der Staak, serieus: "De
mannen kijken naar voetbal, de vrouwen en kinderen zijn vaak bezig met de
dieren." Zie de vele mooie doorkijkjes.
De club probeert
alles steeds zo goed mogelijk in te passen in de omgeving. Hems: "
Vroeger verfden we echt alles groen." Van der Staak: "En we laten
het groen om het veld zoveel mogelijk staan." Hij doelt onder meer op
de rij dennen aan de verre lange zijde van het voetbalveld. Ze staan dicht
op elkaar, zijn aan de onderkant kaal en zorgen voor een donkere schaduw. "
Het kan regenen wat het wil, als je daaronder staat, word je niet nat",
verzekert Van der Staak. "Wij hebben waarschijnlijk de enige
natuurlijke overdekte staantribune in Nederland." Hems: "De takken
hangen wel weer erg laag, zie ik. Dat zullen we weer eens gaan bijwerken."
Ook over het nieuwe clubhuis is goed nagedacht. "Vanwege de natuur hier
mocht het bouwblok niet groter worden; de nieuwbouw moest precíes op de plek
van het oude gebouw", aldus Van der Staak. "Maar we hadden
inmiddels natuurlijk wel te maken met andere eisen. Er moesten bijvoorbeeld
meer wc's komen, waaronder een invalidentoilet, en de kleedlokalen moesten
groter worden. Daarom die extra verdieping. Maar dus wel zodanig dat het zo
min mogelijk opvalt. Vandaar dat schuine dak."
Verscholen
achter het oude bakhuis is het clubgebouw van De Bocht vanaf de openbare weg
nog altijd nauwelijks te zien. Van der Staak: "Het is meer dan eens
gebeurd dat een tegenstander of de scheidsrechter onze accommodatie voorbij
reed. Het zou mij niet verbazen als we komend seizoen ook weer een paar keer
te laat aftrappen. Want we zitten voor het eerst sinds jaren in een
'Eindhovense' klasse. Er loopt bij al die clubs geen speler rond die hier al
eens eerder heeft gevoetbald. En er mag dan tegenwoordig navigatie zijn, je
weet hoe veel voetballers zijn: die stappen gewoon in de auto in de
veronderstelling dat er wel iemand de weg weet."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




















