Arno van Mullekom, John van Maris en Marco Buijs (vlnr): "Sinds de promotie zijn we echt de trots van het dorp". foto Ton van de Meulenhof
Overleven door mentaliteit van turfstekers
Naast
schijnbewegingen, schoten en slidings gebeurt er bij de amateurvoetbalclubs
ook van alles buiten de lijnen. In aanloop naar de competitiestart het ED
verhalen over mensen, sportparken en historie.
Links van de bar hangt een blauw plakkaat aan de muur met daarop in witte
letters 'wall of fame'. Er bovenop staat een groot aantal bekers.
Groot, klein, dik, lang, mooi, lelijk. De meest opvallende is die grote
zwarte in het midden, gewonnen tijdens het eerste WK Bokkenollen. In de
mooie herfst van 1997 hotsten en knotsten leden van de plaatselijke FC met
een dienblad bokbier op de hand het snelst over de halfzachte veengronden
van de Peel. Sinds dat jaar hoort Bokkenollen bij Griendtsveen als turf bij
de Peellandse veengrond en hoort die beker bij vv Griendtsveen als
clubgevoel bij saamhorigheid.
Griendtsveen is met zijn 138
leden ('het kunnen er ook 139 zijn') zonder twijfel de kleinste
voetbalvereniging in de omgeving. Wat wil je ook in een dorp met amper
vijfhonderd inwoners? De club heeft niet meer dan vier elftallen en een
handvol wisselspelers. "En we hebben nog acht jeugdleden die tussen de
E'tjes en de senioren in zitten", zegt penningmeester Arno van Mullekom
(56). "Die voetballen nu even bij Zeilberg. Totdat ze oud genoeg zijn
voor het tweede. Dan komen ze terug."
Want eens een
blauwwitter altijd een blauwwitter. Neem de tweewekelijkse
toeschouwersschare op sportpark De Wiek. Gemakkelijk tweehonderd man, weer
of geen weer, goed spel of slecht spel. "Allemaal oud Griendtsveens
volk. Opa's, oma's, ooms, tantes", weet bestuurslid Marco Buijs (38). "
Iedereen die zijn roots in Griendtsveen heeft, blijft naar Griendtsveen komen.
Uit tegen Hunsel, twee jaar geleden: er waren meer supporters van
Griendtsveen dan van Hunsel."
Het is aantrekkelijk om
supporter te zijn van vv Griendtsveen. De wedstrijden van het eerste hebben
altijd het heroïsche karakter van David tegen Goliath. Want of het nu tegen
het grote Deurne speelt of tegen Hunsel – met zijn schamele duizend inwoners
nog altijd twee keer zo groot – Griendtsveen is nu eenmaal een heel klein
clubke uit de Peel.
Maar onderschat ze niet. Griendtsveners zijn
van oudsher noeste arbeiders. Bonkige turfstekers die werkten van 's
ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ruwe bolster, blanke pit. Dat soort
types. Die decennia oude mentaliteit van 'niet lullen maar doen' komt op het
voetbalveld nog steeds tot uiting, weet Buijs. "Hier worden geen
cadeautjes uitgedeeld. We gaan echt niet aan de kant."
Van
Mullekom: "Dan komt het turfstekersgevoel terug. In Griendtsveen zal de
tegenstander echt moeten vechten voor de punten."
Maar, weet
eerste-elftalspeler John van Maris (21), door de steeds betere
trainingsmethoden hebben ook de spelers van Griendtsveen allengs meer
techniek gekregen. "We hebben op dit moment een leuke, jonge selectie
die veel kan."
De combinatie van goede techniek met
werkvoetbal blijkt een gouden. Eind vorig seizoen dwong de club tegen de
Meterik promotie af naar de vijfde klasse. Van Maris: "De goal viel in
de verlenging, het dak ging eraf. Dat was prachtig. Zoiets nog een keer
kunnen meemaken, daar teken ik voor."
"Het hele dorp liep
uit voor die wedstrijd", herinnert Van Mullekom zich. "We hadden
een tent tegen het clubhuis gezet omdat niet iedereen in het clubhuis paste."
Buijs: "Sinds de promotie zijn we echt de trots van het dorp."
En dat niet alleen. De vv Griendtsveen mag gerust de spil van de gemeenschap
worden genoemd. Ga maar na: van de vijfhonderd inwoners zijn er bijna 140
lid van de plaatselijke FC , van wie maar vijf vrouwen. Hoewel het Peeldorp
ook zijn eigen jiujitsu-, biljart-, senioren- en jeu de boulesclub heeft, is
de voetbalclub verreweg de grootste club van het dorp. Vrijwel iedere
Griendtsvener heeft er een directe of indirect band mee.
Daarom
zijn bestuursleden en andere vrijwilligers over het algemeen goed te vinden.
Alleen de jeugd, daarmee blijft het behelpen. Aanwas is in Griendtsveen een
even groot als zeldzaam goed. Een eerste elftal op de been bren-
gen is al lastig genoeg, laat staan dat er voldoende wisselspelers op de
bank zitten. Twee geblesseerde spelers en de coach heeft een probleem. "
Maar als we echt helemaal vastzitten, kleed ik mezelf om en speel ik gewoon
mee", zegt Buijs, een aantal jaren geleden nog speler van het eerste.
Het lukt allemaal maar net. Niet voor niks werd nog geen tien jaar geleden
over het voortbestaan van de club vergaderd. "We hebben ons afgevraagd
of we de club moesten opdoeken", zegt Buijs. "Het gat met de jeugd
was op dat moment te groot. Maar we zijn destijds ontzettend aan de club
blijven trekken en hebben de motivatie erin gehouden."
Momenteel staat het eerste elftal er goed voor. De gemiddelde leeftijd is 22
jaar en er zijn maar liefst vier nieuwe spelers bijgekomen. Eén kwam uit de
eigen jeugd, de andere drie zelfs van buiten het dorp. "Die komen uit
Milheeze. Zij zijn hier in de loop van het vorige seizoen komen trainen en
dat is ze goed bevallen", verklaart Van Mullekom. Buijs: "We zijn
niet naar spelers op zoek gegaan, dat heeft geen nut. Dan kun je ze na een
jaar al weer kwijt zijn. Zij zijn erbij gekomen toen wij nog niet eens zeker
van promotie waren."
Waarom die jongens uit Milheeze dan zo
graag bij het godvergeten Griendtsveen willen spelen? Simpel. De sfeer. Een
antwoord dat iedere rechtgeaarde clubman zou geven, maar het is echt zo, is
de stellige overtuiging van Van Mullekom, Buijs en Van Maris. "Bij ons
wordt iedereen in de groep opgenomen", zegt Van Mullekom. "We
hebben een Surinamer, die voetbalt hier al tien jaar. Zijn vrienden vroegen
hem of hij in Zeilberg wilde gaan spelen. Dat deed-ie niet. Omdat wij zo'n
positieve vereniging zonder vooroordelen zijn, zei hij. Nou, dat is een
schouderklopje, hoor. Dán weet je weer dat je bij de juiste club zit."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties

















