SPV in 1938, met staande vlnr: Dorus Munsters, Frans Fransen, Harry Hendriks, Toon Fransen, Harry Welten, Piet Munsters, Piet Fransen, Ricus Fransen, Ton Nijssen, Fer Fransen, Wim van Deursen en Piet Jacobs. Knielend: Jan Welten, Henk van den Heuvel en Jan Fransen. foto privéarchief Frans Weemen
Piet Fransen (pijprokend) aan het biljart. foto privéarchief Frans Weemen
'Florence, hoe wijt ligt da van Deurne?'
Naast schijnbewegingen,
schoten en slidings gebeurt er bij de amateurvoetbalclubs ook van alles
buiten de lijnen. In aanloop naar de competitiestart het ED verhalen over
mensen, sportparken en historie.
Ergens tussen de maïsvelden klinkt het geluid van een betonmortelwagen.
Op sportpark Hoog-Zuid in Vlierden heerst in september ook overdag verhoogde
activiteit. Drie oudere mannen zijn er maar druk mee om de nieuwe
kleedkamers op tijd gereed te krijgen. Ze maken lange dagen, deze
vrijwilligers. Zo gaat dat hier, bij de Sint-Paulus Vereniging (SPV). De
club draait op zelfwerkzaamheid.
Op het complex, naast de
kantine wellicht, zijn we op zoek naar het standbeeld van Piet Fransen. Of
anders, in de kantine, hopen we minstens toch wat foto's van deze
voetbalheld te vinden.
Het blijkt vergeefse moeite. In
Vlierden herinnert niks meer aan de grootste voetballer die de Peel ooit
kende. Willy van der Kuijlen en Coen Dillen staan in brons gegoten voor de
poorten van het Philips Stadion in Eindhoven, Piet Fransen is kennelijk
allang vergeten.
Toch was hij net zo'n grote schutter als die
andere twee. Fransen maakte tussen 1948 en 1960 maar liefst 210 doelpunten
voor PSV. Honderd méér dan Luc Nilis en honderd minder dan Van der Kuijlen.
Maar hij was dan ook al 28 jaar toen hij zich liet overhalen om bij PSV te
komen voetballen.
Oudere inwoners van Vlierden kennen hem nog
wel. Ze noemden hem Pietje de Smed, want hij was één van de negen zoons van
Toontje de Smed. Zo ging dat in het dorp: voor de Tweede Wereldoorlog werden
mensen vernoemd naar hun beroep. Zoals Tineke de Mulder (molenaar) en
Hanneske den Dekker (dakdekker). De vader van Piet was een smid; unne smed,
zeggen ze in Vlierden.
Piet Fransen heeft er alles aan gedaan
om niet beroemd te worden. Voetballen, dat was een liefhebberij. Hij meldde
zich ooit af voor het Nederlands elftal, omdat zijn vrouw Maria hoogzwanger
was. Piet werd nooit meer gevraagd. Met plezier een potje voetballen, dat
had-ie vooral bij SPV gedaan.
Hij vertelde ooit: "Voor
iedere wedstrijd legden we zelf het veld uit, we maakten het met schoppen
bespeelbaar en stelden onze teams samen. We speelden in de eerste klasse van
de Brabantse Bond en ik stond met zes broers (Rikus, Louis, Jan, Frans,
Dorus en Antoon, red.) in het eerste elftal. Als mijn broer Jan, die in één
seizoen zestig doelpunten maakte, zin had om het jaar daarop te gaan keepen,
dan gebeurde dat gewoon. We deden precies wat we zelf wilden."
In het gezin van Fransen (de smid) is voetbal niet het enige genot. Biljarten
doen de mannen graag, maar muziek is toch wel de grote passie. Ze worden
bijna allemaal lid van de fanfare, Rikus schopt het zelfs tot dirigent.
Piet niet, die voetbalt. Tegen de zin van zijn vader – moeder is milder –
meldt hij zich op zijn twaalfde in alle vroegte aan bij de secretaris van
SPV. Omdat er niet genoeg spelers zijn, wordt hij meteen in het eerste
gezet. Piet is pas twintig als de club ter ziele gaat, omdat te veel spelers
worden gemobiliseerd. Da's lastig voor de dorpsjeugd, want afgezien van
beugelen (jenzen heet dat in het lokale dialect), kaarten en biljarten is er
niks te doen.
Fransen gaat voetballen bij MULO in Helmond en
later nog bij Deurne, waar ondernemer Hub van Doorne (van de DAF) hem
binnenhaalt. Hij kan een baan krijgen bij de automobielfabriek, maar gaat
liever op de loonadministratie van Philips NV werken. Op zijn ouwe dag wordt
hij ingelijfd door PSV. In Vlierden, waar dan nog maar een paar honderd
mensen wonen, hebben ze d'r wel lol van. Ze beloven Piet dat ze zeker een
keer naar Eindhoven zullen komen voor een wedstrijd. 'Hup PSV-24!', zal het
dan klinken, zo schampert men in het dorp. Want verder dan het 24e elftal
zal hij wel niet komen.
Fransen houdt er eigen gewoonten op
na. Ook bij PSV rookt hij als een ketter. "Als ik niet mag roken, zou
ik niet eens kúnnen voetballen", zegt hij. In Eindhoven krijgt hij
de bijnaam Peellandse Reus en juichen de kranten hem toe. Vaak baart hij
opzien met magnifieke doelpunten; de combinatie van snelheid en schotkracht
is vaak dodelijk voor een tegenstander.
Ook in Italië willen
ze hem zien. AC Fiorentina nodigt hem in 1951 uit voor een proefwedstrijd.
Piet en zijn vrouw Maria, die uit Deurne komt, vallen om van verbazing als
ze horen hoeveel geld ze kunnen verdienen in Florence. Maar de geur van het
eigen nest is sterk. Vrouwlief vraagt aan Piet: "Florence, hoe wijt is
da van Deurne?" Zij vindt de 26 kilometer naar Eindhoven ver genoeg. En
Piet eigenlijk ook wel.
Dit tot grote vreugde van Philips-
directeur ir. Frans Otten, die Piet een briefje schrijft met daarin de
woorden: 'Het heeft mij om vele redenen en in vele opzichten groot genoegen
gedaan om te horen dat je aan de verleiding van het duizeligmakende aanbod
manhaftig en wijs weerstand hebt geboden'.
Voor Fransen blijft
Florence niet meer dan een mooie anekdote. Bescheiden en in alle stilte
speelt hij zijn wedstrijdjes voor PSV, waar hij in september 1955 nog een
primeur beleeft. Hij maakt tegen Rapid Wien het eerste Nederlandse Europa
Cup-doelpunt in de geschiedenis.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.







Sorteer reacties

















