"Zo! Mooie interceptie! En dat is toch niet onze meest lenige speler"
, doelt wisselspeler Peter Hoedemakers op Edwin van der Veer. Zijn teamgenoot,
tevens clubvoorzitter, heeft zojuist een try gemaakt. "En de conversie
mag geen probleem opleveren." Inderdaad: met een welgemikt schot trapt
Van der Veer de bal beheerst tussen de twee witte palen: 0-12 voor RCE. "
Maar die stand zegt niks", weet Hoedemakers. "We kunnen nog best
verliezen."
Terwijl de regen over sportcomplex Duivensteyn waait, maakt een speler van
Rugbyclub Rotterdam een buikschuiver over het natte gras. RCE'er Thomas
Beckton heeft zojuist zijn tegenstander getackled, de ovale bal stuitert
schokkend over het veld. Een handvol toeschouwers ziet het vanaf de zijlijn
aan. Het zijn er deze zondagmiddag nog geen dertig. Nee, bij
rugbywedstrijden zelden een grote opkomst, al speelt het weer vandaag ook
een rol.
Met zo'n tachtig clubs is rugby, vanaf 2016 olympisch, in
Nederland een kleine sport. Een profcompetitie bestaat niet; voor de meesten
is het pure liefhebberij. In ieder geval wel voor de spelers van RCE. "
Voor ons is het vooral een gezelligheidssport", zegt RCE-speler Rik
Tijssens (24). "Een mooie hobby." Omdat Tijssens een gekneusde
teen heeft, kan hij vandaag niet spelen. Toch is de Heezenaar meegereisd
naar Rotterdam. Logisch, vindt hij. "We zijn een hechte club. We gaan
ook vaak met elkaar op stap."
Dan klinkt ineens de
scheidsrechtersfluit over het veld. In rugby wordt niet vaak gefloten. En
áls dat gebeurt, is er niet één speler die het in zijn hoofd haalt met de
ref in discussie te gaan. Omdat rugby een gentlemen's game is, zegt Beckton.
"Het is geen lompe sport, ook al komt het zo over. Het gaat er harder
aan toe dan in voetbal, maar we zijn wel eerlijk naar de tegenstander,
sportief. We gaan met respect met elkaar om." Tijssens: "Ik speel
nu drie jaar rugby en ik heb nog nooit een grote blessure gehad."
Het moet gezegd: tackles, beuken of snoeiharde bodychecks zijn geen aanleiding
voor een knokpartij of voor een giftige blik naar de tegenstander. Because
it's all in the game, weten de rugbyers. En op dit niveau hoort daarbij ook
de soms ongelijke strijd. De spelers van RCE en RRC vormen, op zijn zachtst
gezegd, een gemêleerd gezelschap. Groot, klein, dik, dun; hier niet louter
afgetrainde spierbundels op het veld. Een speler mag best iets te zwaar
zijn. Sterker nog, tijdens de scrums komt dat extra gewicht goed van pas. "
In het internationale toprugby zijn de spelers ook zwaar", weet
Schoenmakers, om er meteen een nuancering aan toe te voegen: "Die
mannen zijn wel één en al spieren."
Niet bij RCE
dus. De club stelt nu eenmaal niet teveel eisen aan zijn spelers. Daarvoor
is de vereniging met haar honderd leden simpelweg te klein. Wie achttien
jaar of ouder is, komt in aanmerking voor het eerste team. Onderscheid wordt
gemaakt op basis van aanwezigheid tijdens de training. Wie vaak traint
speelt, wie weinig traint, staat reserve. "Daar doen we niet moeilijk
over", zegt Tijssens. "Het kan daardoor gebeuren dat een betere
speler niet in de basisopstelling staat."
Die filosofie lijkt
de sportieve prestaties van de club niet in de weg te staan. Vorig seizoen
promoveerde RCE naar de tweede klasse, dit seizoen is handhaving het doel.
Als in Rotterdam het laatste fluitsignaal heeft geklonken blijkt die
doelstelling nog alleszins mogelijk. De 5-32 zege op RRC is de derde
overwinning in vijf wedstrijden.
Vier jaar geleden kwam RCE
nog in de eerste klasse uit. Als het aan Van der Veer ligt, speelt 'zijn'
club binnen een paar jaar weer op het een-na-hoogste niveau. En gezien het
goede jeugdbestand is die ambitie niet eens irreëel. "We hebben
momenteel veertig jeugdleden", zegt Van der Veer. "Het geven van
clinics heeft ons de laatste jaren veel nieuwe jeugd opgeleverd. Op termijn
moet het eerste team daar van kunnen profiteren."
Het gaat
sowieso goed met RCE. Na jaren het speelveld en de kantine te hebben gedeeld
met voetbalclub Unitas, verhuisde de club vorig seizoen samen met de andere
Eindhovense rugbyclubs The Elefants en The Oldfants naar de nieuwe
accommodatie aan de Vijfkamplaan. "En nu hebben we een echte
rugbygemeenschap", zegt Beckton. "In de voetbalkantine heerste
geen rugbygevoel, geen thuisgevoel. We moesten daar na afloop van een
training of wedstrijd altijd onze spullen in een kluisje zetten. Nu hebben
we een superlocatie."
Dan is hij weg om te gaan barbecuen. "
RRC heeft ons uitgenodigd."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























