HAMAR - Extrema kou heeft Europa in zijn greep. Overdag gaf de thermometer
donderdag in EK-stad Hamar -25 graden aan en 's nachts is het nog 10 graden
kouder. Als die koude lucht nou eens afzakt naar Friesland, dan kan de
Elfstedentocht er wel eens komen. Ook in Hamar wordt er al over gespeculeerd.
Op de tribune van het Vikingskipet in Hamar ploft Sven Kramer na de
ochtendtraining neer naast Bart Veldkamp. Buiten staat de thermometer deze
ochtend op -25,5 graden. Binnen gaat het over de vrieskou. Maar vooral over
die in Nederland.
"Klote, al die sneeuw", zegt Kramer
over de sneeuwval in Friesland. "Funest voor het natuurijs."
Veldkamp knikt.
Zonde voor alle schaatsliefhebbers, vindt Kramer.
Maar de Elfstedentocht hoeft er wat hem betreft dit jaar ook niet te komen.
Liever volgend jaar, want dan kan hij tenminste meedoen. Niets mag zijn
olympische ambities dit seizoen in de weg staan.
Waarom niet
meedoen aan beide evenementen? Bart Veldkamp werd op 4 januari 1997 29ste in
de wedstrijd en reed een week later het EK allround in Heerenveen. Hij
haalde de slotafstand niet, maar dat kwam niet louter door de inspanning van
een week eerder. "Ik had toen buikgriep en raakte tijdens de race vier
kilo kwijt. Flink ingeteerd op de reserves dus. Normaal ben je er een weekje
moe van."
Johann Olav Koss' ogen glinsteren als hij het
woord Friesland in combinatie met kou hoort. "De Elfstedentocht? Komt
ie? Ik hoop dat ze me weer uitnodigen."
In 1997 deed hij mee
als toerschaatser. De Noorse viervoudig winnaar van olympisch goud genoot.
"Na de Spelen het grootste evenement." Zeker voor een Fries. Koss
snapt dat Kramer ooit de tocht wil rijden. "Maar in een olympisch
seizoen is het moeilijk. Ik zou natuurlijk meteen zeggen dat hij het moet
doen."
Vooral omdat zijn eigen pupil Havard Bøkko dan in
Vancouver meer kans heeft op goud. "Maar zonder gekheid. Als de
Elfstedentocht er volgende week zou komen, kan het wel. Twee, drie dagen en
Sven is er weer."
Veldkamp raadt iedere langebaanschaatser
aan mee te doen. "Die ervaring maakt een andere schaatser van je.
Jezelf tegenkomen, dat overwinnen en uiteindelijk finishen." Ted-Jan
Bloemen staat met ontzag in zijn ogen naast hem. "Ik ben ingeloot"
, zegt hij.
Veldkamp: "Als je het als langebaanschaatser
nooit doet, is het op die lange, rechte stukken echt afzien. Je knieën en
heupen gaan pijn doen." Bloemen: "Als het uitkomt, doe ik mee. Het
is wel een droom van me."
Veldkamp reed al drie tochten.
In 1985 was hij zeventien en dus te jong. Onder de naam van zijn vriend
Barry Bottinga schaatste hij toch mee. Een jaar later startte hij in de
wedstrijd. Na tien kilometer waren beide schaatsen kapot en negentig
kilometer later stapte Veldkamp af.
De voormalig coach van Amerika
heeft uit dat land al vragen over de tocht gehad. "Ze willen meedoen.
En als je Sven diep in zijn hart kijkt, wil hij dat ook. Maar hij kent zijn
verantwoordelijkheid op de langebaan."
Of Kramer kan winnen? "
Nee. Fysiek is het geen probleem en inzicht heeft hij wel uit wielerkoersen.
Maar die rechte stukken eisen zijn tol."
Zelf besloot
Veldkamp in 1997 pas veertig uur voor de wedstrijd om het trainingskamp in
Davos te verlaten voor een tocht door Friesland. Spijt heeft hij geen moment
gekend, al vreesde hij wel voor zware valpartijen. Een jaar later waren
immers de Spelen van Nagano. Alleen daarom raadt hij Kramer al af om mee te
doen.
Kramer zelf is resoluut. "Dit jaar is het
uitgesloten, maar vooralsnog ligt het ijs er ook te slecht bij."
Veldkamp (42) stelt hem gerust.
"Voor je veertigste komt hij
nog wel een keer. De Elfstedentocht kun je op je 38ste ook nog winnen."



















