ARNHEM - Onlangs struikelde hij in een nachtmerrie nog over de bal, bekende
André Bolhuis. Maar maandagavond, op de ledenvergadering van NOCNSF in
Papendal, punterde hij de strafschop bijna achteloos in het lege doel.
Bolhuis (63), de voormalig hockeyinternational, chef de mission en
hockeybestuurder, volgt in mei van dit jaar Erica Terpstra op als voorzitter
van de sportkoepel NOCNSF.
In een gespreid bedje komt hij zeker niet. Bolhuis, directeur van een
tandheelkundige kliniek in Utrecht, neemt op 18 mei de voorzittershamer van
NOCNSF ter hand in de wetenschap dat de koepelorganisatie onder vuur is
komen te liggen van een groot aantal van de aangesloten sportbonden. Zij
wensen een beter toezicht op de financiën.
NOCNSF heeft in de
afgelopen jaren enkele verliesgevende activiteiten opgezet die vragen
oproepen bij de achterban. De Nationale Sportpas is geen succes geworden en
de kosten van het Cross Mediaal Platform overstijgen het budget. Op de
jaarrekening van 2009 wordt een verlies van 1,1 miljoen euro geboekt op deze
activiteiten.
De bonden vragen NOCNSF nu beter samen te
werken, uiten hun 'twijfels en zorgen over bestuur en directie' en eisen een
onderzoek naar de verliesgevende activiteiten. In de komende maanden
bespreekt NOCNSF met de bonden de kerntaken en de vraag hoe dergelijke
financiële problemen in de toekomst kunnen worden voorkomen. Bolhuis vindt
het prima. "Er liggen problemen die opgelost moeten worden, maar
tegelijkertijd constateer ik dat er een harmonieuze sfeer is. Ik heb het
liever zo dan dat er veel geld in kas zit en er een hoop gesodemieter is."
Bolhuis kan rekenen op een brede steun van de sportbonden, ook al
is hij een exponent van de zogenoemde 'hockeymaffia' die op Papendal de
dienst uitmaakt. Hij wordt geroemd om zijn bestuurlijke kwaliteiten en zijn
persoonlijke benadering. Hij heeft, zover bekend, geen vijanden.
Bolhuis is een beetje verlegen onder alle lovende uitspraken over zijn persoon
die in de afgelopen maanden in de media zijn opgetekend. "Als ik dat
las of hoorde, dan dacht ik steeds weer dat ik aanwezig was op mijn
begrafenis."
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























