Dat gaf Jan Albers, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond
(KNHB), maandag in het imposante spelershotel in New Delhi, ronduit toe. "
Dat kan echt niet", zei hij gisteren een dag voor de laatste
groepswedstrijd van Nederland tegen Zuid-Korea op het WK.
Oranje won in 2006 met de Champions Trophy in Spanje de laatste grote prijs.
In 2007 veroverde Nederland in Manchester nog wel de Europese titel, maar
die trofee telt in de toch al niet zo brede, mondiale sport niet echt mee. "
Sinds ik als voorzitter aantrad in 2006, hebben we niets meer gehaald in het
mannenhockey", beseft Albers. "Dat moet snel veranderen. Dat zijn
we aan onze stand verplicht. We hebben de spelers, de organisatie en het
kader ervoor." Volgens hockeykenners is de grote toeloop van
buitenlandse spelers naar de nationale competitie, waarin inmiddels flink
wordt betaald, een belangrijke reden voor de jarenlange stagnatie in het
Nederlandse mannenhockey. De internationals uit andere landen zouden de
ontwikkeling van de vaderlandse talenten stagneren.
"Met
dat excuus neem ik geen genoegen", betoogde Albers. "We houden nog
voldoende hockeyers over om met de nationale ploeg prijzen te winnen. Het
liefst al bij dit WK in New Delhi. Het loopt vooralsnog goed hier met
Oranje, maar we hebben nog geen zak. Aan de andere kant moeten we ook reëel
blijven. De olympische titel bij Londen 2012 is het doel, zowel bij de
mannen als de vrouwen. Daar moet het gebeuren. Maar succes hier in India zou
meer dan welkom zijn."
Nederland heeft vandaag tegen
Zuid-Korea aan een gelijkspel genoeg om zich te plaatsen voor de halve
finale. Een nederlaag met één doelpunt verschil volstaat ook nog.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties


















