Moment uit de wedstrijd Ajax - PSV van zondag: PSV'er Ibrahim Afellay duelleert met Ajacied Urby Emanuelson. Afellay ontsnapte in de Amsterdam Arena aan een rode kaart na een elleboogstoot tegen Eyong Enoh. foto Toussaint Kluiters/ANP
De stijlprijs was ook zondag weer voor PSV. Trainer Fred Rutten staat erom
bekend dat hij zijn teams verzorgd en aantrekkelijk voetbal wil laten
spelen, maar tegen Ajax bleek dat andermaal geen garantie voor tastbaar
succes. PSV loopt de laatste weken steeds vaker averij op. Hoe komt dat?
Zie ook:
Ogenschijnlijk was Fred Rutten maandagmiddag net zo ontspannen als altijd. Een
pittig bosloopje had de frustratie over de kansloze nederlaag tegen Ajax
moeten wegspoelen, maar wie zijn woorden op een goudschaaltje legde, hoorde
toch heel andere signalen dan eerder dit seizoen.
Rutten sprak nu eens niet over spelers die 'hoog in de concentratie zaten',
had het niet over de kracht van een grote kleedkamer (lees: brede selectie)
en kon ook niet in tevredenheid terugvallen op een sterke organisatie en
grote speldiscipline. "We zijn zondag door de ondergrens gezakt en dat
stemt mij niet vrolijk." Dat is wat hij zei.
Die Hiddink-term ('de ondergrens') is sinds een jaar of zes de standaard van
de ambities bij PSV. De oud-trainer kwam ermee op de proppen in een seizoen
(2003-2004), dat zijn elftal altijd wel een alibi had om magere prestaties
te camoufleren. De ondergrens was voor hem het minimale niveau dat
voetballers in de top moeten halen om resultaat te kunnen boeken.
Rutten kon er niet omheen dat zijn elftal hem daarin bij vlagen teleurstelt. "Het
hele seizoen al sla- lomt er iets door het team dat moeilijk grijpbaar is",
onderkende de coach gisteren. "Soms is het allemaal heel efficiënt wat
we laten zien, dan weer loopt het een stuk moeizamer."
Als er een noemer bestaat om het probleem van PSV te verklaren, is die:
mentale weerbaarheid. Rutten heeft vanaf zijn eerste werkdag duidelijk
gemaakt dat er 'een ander denkniveau' nodig is bij de club. De coach legde
hoge eisen neer. Tijdens trainingen verlangt hij maximale toewijding en
concentratie. "Achter elke handeling moet een gedachte zitten, een
intentie zichtbaar zijn", verklaarde hij vorige zomer al.
Juist op disciplinair gebied liet PSV het de voorbije weken geregeld afweten.
Sloegen de stoppen door bij spelers op wie Rutten dacht te kunnen bouwen. De
nieuw benoemde aanvoerder Ibrahim Afellay was zondag het zorgenkind, omdat
hij zich op domme wijze vergreep aan Eyong Enoh. Zijn ongecontroleerde
tikken in het gezicht van de Ajacied, niet gezien door scheidsrechter Kevin
Blom, kunnen Afellay op een zware schorsing komen te staan. Rutten toonde
zich daarover beschaafd verontwaardigd. "Hier is niemand binnen de club
blij mee, ook ik heb intern mijn boosheid getoond", sprak hij
diplomatiek.
Afellay ontsnapte aan een rode kaart, maar zijn gedrag kan niet verhullen dat
de spanning bij PSV kennelijk ongezond groot is. Onmacht is in het team
geslopen. Die uitte zich de laatste weken al in de rode kaart van Balász
Dzsudzsák tegen Hamburger SV, maar bleek ook uit tal van momenten waarop de
speldiscipline ver te zoeken was. PSV gaf tegen de Duitsers twee onnodige
strafschoppen weg (Stanislav Manolev in Hamburg en Carlos Salcido in
Eindhoven), grossiert dit seizoen in gele kaarten en stapelt de laatste
weken de slordigheden op elkaar. Rutten onderkent dat: "Als je in de
top echt wat wilt bereiken, moet je dit soort zaken uitbannen."
Voor de trainer is discipline een wijds begrip. Discipline refereert ook aan
het maken van de goede keuzes in het veld. Op topniveau eist dit spel nou
eenmaal effectieve beslissingen en juist daarin liep PSV zondag vaak mank.
De vele aanvallen die het team in Amsterdam plaatste, bleven zonder
resultaat omdat de eindpass van Amrabat, van Bakkal, van Manolev of van
Dzsudzsák onnadenkend was. Zeg maar gerust: onnozel.
Dit team mist 'killers', mist persoonlijkheden die feilloos aanvoelen waar en
wanneer een wedstrijd gewonnen kan worden en waar het gevaar van afstraffing
schuilt. Misschien zijn de spelers van PSV mentaal overbelast. Hebben ze te
lang op de toppen van hun tenen gelopen, langer althans dan hun kwaliteiten
reiken. Interessant hierbij is de vraag of een grotere interne concurrentie
tot betere prestaties had geleid. Toevallig of niet, maar na het ontslag van
Jonathan Reis en het vertrek van Danko Lazovic was de vervlakte concurrentie
gisteren ineens een thema voor Rutten. Hij zei: "Competitie is een
factor die heel erg groot moet zijn." Vrij vertaald: een gebrek aan
rivaliteit leidt in de topsport vaak tot gemakzucht.
Net als in 2004 onder Hiddink schreeuwt PSV om een kwaliteits- impuls, vooral
op mentaal gebied. Destijds verkocht de club waardevolle spelers als Kezman,
Robben en Bouma om te kunnen investeren in Gomes, Alex en Farfán. Rutten
staat voor eenzelfde dilemma. Afellay, Dzsudzsák en Salcido kunnen de club
het geld verschaffen om door te selecteren, zoals dat in trainerstaal heet.
Rutten moet daarbij laten zien hoe sterk hij staat in de discussies met de
clubleiding, die fel als altijd waakt over de financiën. We moeten het
vooralsnog vooral doen met mysterieuze uitspraken. Zoals die van gisteren,
toen Rutten zei: "Vele zaken malen door je kop als je nadenkt over de
toekomst van PSV."


Sorteer reacties

















