EINDHOVEN - Als er geen rare dingen gebeuren, wint Sven Kramer in Vancouver
twee keer goud. TVM-coach Geert Kuiper hoeft niet lang na te denken over die
stelling.
"Ja", zegt hij, "maar dat is meteen ook het gevaar. Het is
voor niemand logisch olympisch goud te winnen, ook niet voor Sven Kramer.
Het is misschien nog wel moeilijker goud te winnen als de hele wereld het
verwacht. Uit het niets komen en winnen, is gemakkelijker. Het was idealer
geweest als Sven vier jaar geleden in Turijn alvast een gouden plak had
meegepakt", stelt Kuiper. "Maar toen had hij nog niet de kwaliteit
die hij nu heeft. Vorige keer was hij onbevangen, maar nog niet volgroeid."
Kramer denkt nog wel eens terug aan Turijn. "Het waren niet mijn Spelen"
, stelt hij nu. "Ik was absoluut goed. De 5 kilometer was prima, maar ik
had pech met de loting." De 1.500 meter was ook prima, op de
ploegachtervolging was Kramer op weg naar goud, tot hij op het befaamde
blokje ging staan en viel. "Mentaal kreeg ik daar een klap van."
De Spelen duurden vervolgens te lang. Zijn tank raakte leeg voordat hij aan de
10 kilometer begon. "Ik was gewoon op."
Vier jaar
later eist de buitenwacht goud op de 5 en 10 kilometer, hijzelf ook. Voor
die druk loopt hij niet weg. "Het is een ander jaar", zegt Kramer.
"Het gaat om drie, vier afstanden waarop ik het niet mag laten liggen.
Soms is dat niet altijd even makkelijk, het is zaak de kop er bij te houden.
Ik kan dat best goed 'handelen'. Het is niet zo dat de druk me kilt."
Hij weet dat hij favoriet is op de lange afstanden, toch heeft Kramer het dit
seizoen al meermaals gezegd: "Het wordt niet makkelijk in Vancouver."
Klinkt vreemd uit de mond van de schaatser die sinds november 2007 geen
wedstrijd meer verloor op de 5 en 10 kilometer. Maar de dag dat ook Sven
Kramer een keer verliest, komt steeds dichterbij. Dus bereidde hij zich
optimaal voor op de Spelen. Vaak ver weg van huis, want op trainingskamp kan
hij zich helemaal richten op datgene dat telt. "Ik word afgerekend op
de Olympische Spelen."
Hoe je het ook wendt of keert, thuis is
er altijd afleiding. Is er altijd wel iemand die iets van hem wil. Vanaf
half september geeft Kramer geen of amper interviews meer. "Het is geen
onwil, maar het gaat ten koste van mijn rust."
Sven
Kramer kan elke avond wel iets doen. Quiz, talkshow, interview. Hij is bijna
nationaal bezit. "Maar ik ben die druk inmiddels wel gewend, hoor."
Ook zijn management houdt grip op de zaak, maar uiteindelijk beslist Kramer
zelf of hij iets al of niet doet. Meestal zegt hij nee. "Zulke
optredens kosten energie. Je bent zo een paar uur kwijt. Laat terug uit
Hilversum, dat wil ik niet. Trainen, rusten en eten hebben prioriteit. Wat
erbij komt, is ballast."
Mentaal is het hoge
verwachtingspatroon soms zwaar. Tijd voor echte ontspanning is er amper. "
Mijn laatste vakantie is al weer vier, vijf jaar geleden. Ik heb nu zoiets dat
ik daar na de Spelen echt de tijd voor neem, anders ga ik dit niet nog eens
vier jaar volhouden."
Maar er komt geen sabbatical voor
Kramer. "Ik ga niet dik worden, als je dat denkt." Want in
2010-2011 wil hij nieuwe titels, nieuwe records. Dat verandert niet.
Soms duiken ze wel eens op in zijn gedachten: sporters die domineerden in de
jaren tussen de Spelen, maar op het evenement zelf naast goud grepen. Theo
Bos en Rintje Ritsma bijvoorbeeld. Te veel energie wil Kramer niet aan
dergelijke gedachten verspillen.
"Ik denk niet dat Rintje
zoveel minder was in de olympische jaren. Hij had gewoon de pech dat er
iemand anders bovenuit stak."
Johann Olav Koss in 1994 en
Gianni Romme vier jaar later. "Op die mannen stond geen maat."
Geert Kuiper is niet bang voor een dergelijk scenario. Hij volgt Kramer de
laatste jaren van nabij. Er zit nog wel wat extra's in Kramers tank, weet
Kuiper. "Sven heeft zijn mentaliteit mee. Hij wil heel graag. Dat kan
helpen om iets extra's te doen. Sven is niet alleen lichamelijk heel sterk,
maar ook in de kop." Kramer: "Ik heb nu vaak een bepaalde marge op
5 en 10. Iets over. De enige die dat in de weg kan zitten, ben ik zelf. Als
ik me anders ga gedragen, kan de uitslag ook anders worden. Ik kan eigenlijk
alleen maar verliezen. Anderen kunnen alleen goud winnen als ik verlies."
Kuiper noemt de 5 kilometer bij de World Cup in Heerenveen als treffend
voorbeeld. Kramer was ziek, maar verscheen toch aan de start. Hij leek
vervolgens op zijn eerste verlies in jaren af te stevenen, maar vond in de
slotfase nog wat brandstof. Kuiper: "Fysiek was hij niet goed, maar in
het hoofd wel. Bij lichamelijk ongemak moet je het ergens anders vandaan
halen. Dat kan hij."
Fysiek ongemak, ziekte. Kuiper kan
niets anders bedenken dat goud in de weg kan zitten. Kramer onderkent dat
ook. Aan het begin van het seizoen was hij een paar keer ziek. "Dat
moet niet weer gebeuren." De stevige test aan het begin van het
schaatsjaar heeft hem doen inzien dat hij ook op een slechte dag kan winnen.
Goed voor zijn zelfvertrouwen, want ja, ook bij Sven Kramer heerst wel eens
twijfel. Moet ook. "Je moet in de zomer al momenten hebben van: shit ik
ben niet goed genoeg, er moet een tandje bij. Ook ik heb wel eens dagen dat
ik niet vooruit te branden ben."
Kramer wil de vooraf
uitgestippelde route volgen, liefst zonder obstakels. Kuiper merkt dat zijn
pupil onrustig wordt als er vanaf geweken wordt. "Sven gaat heel erg
voor zijn 100-procentvoorbereidingsroute", weet hij. "Als we
ergens iets afwijken, wordt hij onrustig. Niet onplezierig trouwens."
Kuiper benijdt Kramer niet. "Het valt ook niet mee als je iedere dag
hoort dat je die medailles wel even ophaalt. Sven weet ook wel dat het zo
niet werkt. Het moet wel allemaal kloppen. Die anderen zijn geen prutsers."
Kramer weet dat, dus blijft hij altijd scherp. Kijkt hij over zijn schouder om
te zien waar de concurrentie is. Die heeft hij echter niet in de hand. Zijn
eigen voorbereiding wel. "Ik ben nooit slordig."
Kramer
weet bijvoorbeeld dat zijn rug de zwakke plek is. "Kijk, ik kan vandaag
150 kilo squatten (krachttraining, red.), maar dat betekent niet dat ik
morgen een tas van 20 kilo kan tillen. Die 150 kilo is genoeg, dan is mijn
rug moe. Dan moet ik niet nog eens een tas van de vloer pakken. Ik let daar
wel op."
Nu de Spelen naderen, merkt Kuiper dat Kramer
onrustiger wordt. "Hij vraagt veel van zijn omgeving. Alles moet
kloppen. Dat doet hij voor zichzelf en vraagt het ook van ons." Die
onrust merkt Kuiper door de vragen die een zekere twijfel in zich herbergen.
"Zegt hij: 'sprinten is een probleem'. Of: 'ik leer het starten nooit'."
De leiding stelt hem dan gerust. "Sven weet ook wel dat hij wint als hij
zich 100 procent voelt. Maar hij houdt er ook rekening mee dat-ie zich 80 of
90 procent voelt. Daar ziet hij gevaren in."
Kramer heeft
echter alles in zich om de ster van Vancouver te worden. "Het zou mooi
zijn", zegt hij. "Ik ga mijn uiterste best doen."
Drie keer goud en een keer zilver? Een mooi scenario, vindt Kramer, maar hij
wil zich beslist niet vastpinnen op aantallen. "Als ik eerst die eerste
maar heb." Dat zit al vier jaar in zijn hoofd. Na Turijn was er het
gevoel dat hij goud liet liggen. "Het is niet eens een revanchegevoel,
maar ik wil gewoon goud hebben. Dat ontbreekt nog."


















