EINDHOVEN - Olympisch goud winnen zet het leven van een sporter op zijn kop.
Voor 3 keer goud geldt dat nog extremer, zo ervoer Yvonne van Gennip na de
vorige Winterspelen in Canada.
Moederziel alleen, maar zielsgelukkig zat ze in de eetzaal. De
sluitingsceremonie van de Winterspelen van 1988 stond op punt van beginnen,
maar Yvonne van Gennip wilde nog even genieten van haar drie gouden
medailles. "Ik wilde een laatste moment voor mezelf, besefte dat ik
vanaf dat moment geleefd ging worden."
Een juiste inschatting.
Terug in Nederland werd de schaatskampioene van hot naar her gesleept.
Huldiging hier, sponsordeal daar. Op straat klampte iedereen haar aan. "
Tegenwoordig hoor ik vaak 'je zal wel druk zijn', voordat ze me voor iets
vragen. Toen dachten ze dat ik voor iedereen klaar zou staan. Toch kijk ik
er niet negatief op terug, ik vond het wel spannend. Ik ben ook blij dat ik
dit heb mogen meemaken, in zo'n proces krijg je een spiegel voorgehouden."
Sommige sporters leven voor die aandacht. Verlengen hun carrière om aan de
verslavende behoefte te voldoen. Van Gennip niet. Respect voor prestaties
mag, verering ging haar te ver. "Ik dacht: wat motten ze van mij? Maar
in mijn opvoeding leerde ik dat als iemand iets van je vraagt, je daar
gehoor aan moet geven. Quizzen, interviews. Ik dacht: het hoort erbij. Maar
ik kreeg zoveel aanvragen, dat ik een schuldgevoel kreeg als ik er één moest
afslaan. Mijn vader zei altijd: 'Als je een brief van een fan krijgt, moet
je die beantwoorden'. Toen er na Calgary een postzak vol werd bezorgd, zei
ik lacherig: oké pap, zullen we beginnen?"
In 1994, zes
jaar na dato en twee jaar na haar afscheid van de schaatssport, bezocht de
Haarlemse de Winterspelen van Lillehammer. "Ik werd belaagd door de
pers. Na een dag of twee had ik het helemaal gehad en ben naar huis
gevlogen. Heb ik thuis de Spelen gevolgd. Als ik later iemand olympisch goud
zag winnen, was vaak mijn eerste gedachte: die gaat nu de hele mallemolen
door. Bij Sven Kramer zal ik dat minder hebben. Die is al een ster."
De potentiële koning van Vancouver heeft dezelfde manager als de koningin van
Calgary destijds, Ron Mulder. Met al zijn ervaring weet hij waar een
olympisch kampioen op moet ingaan en waarop niet.
Van Gennip reeg
de zeges nooit aaneen. Nadat ze in Calgary de 1.500, 3.000 en 5.000 meter
won, volgden de beschuldigingen dan ook snel. Uitgerekend de altijd
verdachte Oost-Duitsers zinspeelden op dopinggebruik. "Toen ik hoorde
dat Rainer Mund, trainer van Karin Kania en Andrea Ehrig, had gezegd 'hoe
zit dat met die Van Gennip?', voelde ik me in een verdomhoekje gezet. Hij
haalde mijn prestatie naar beneden, dat was niet fair. Als ik mijn medailles
dankzij doping zou hebben gehaald, was ik daar niet trots op geweest. Ik
vind het gewoon níet kunnen. Je houdt niet alleen een ander voor de gek, ook
jezelf. Achteraf voel ik me gepiepeld, ik had misschien meer prijzen kunnen
winnen. Maar ik kan die meiden niets kwalijk nemen. Naar later bleek wisten
zij zelf niet dat ze iets toegediend kregen."
Bij de
start van de drie kilometer in Calgary kreeg Van Gennip een visioen. Ze zag
zichzelf na de finish uitgeput op het ijs liggen. "Ik reed altijd met
een bepaalde reserve. Vaak had ik dan aan het eind nog te veel over. Dit
keer sprak ik met mezelf af dat ik niet ging letten op welk signaal van mijn
lichaam dan ook. Ik startte harder dan ooit, nam de bochten krapper dan
anders. Na de finish was ik totaal oververhit. Mijn vriendje van toen was
fysiotherapeut bij de schaatsploeg en die heeft me in de kleedkamer met
natte handdoeken in mijn nek moeten afkoelen."
Die oerdrift
kun je waarschijnlijk maar één keer in je carrière oproepen. Maar het is
volgens Van Gennip niet de enige verklaring voor de uitzonderlijke prestatie
die haar leven zo drastisch veranderde. "Als kind wilde ik altijd alles
wat ik deed, goed doen. Ik zou het geen drang willen noemen, ik was ook geen
strebertje, ik had dat gewoon."
In het gezin Van Gennip
was ze een nakomertje. "Toen ik werd geboren, ging mijn oudste zus al
het huis uit. Ik deed van alles om de aandacht van mijn broer en zussen te
trekken. Zo van: joh, ik ben er ook nog. De rol die iemand in een gezin
heeft, kan bepalend zijn voor je rol in het leven. Daar zijn heel wat boeken
over geschreven. Bonnie Blair was ook een nakomertje, Ireen Wüst is dat ook.
Ik vind dat frappant. Het zou aardig zijn als eens werd onderzocht hoeveel
topsporters nakomertjes zijn."


















