Toen de Poolse Wislawa Szymborska in 1996 de Nobelprijs voor de literatuur kreeg, was ze in Nederland nagenoeg onbekend. Er was slechts één bundel van haar in vertaling verschenen, in een oplage van slechts 190 exemplaren. In Polen was de verlegen Szymborska - die de publiciteit schuwde en niet deelnam aan literaire en politieke debatten - zeer populair.
Haar landgenoten waardeerden haar lyrische gedichten, die vaak speels, ironisch en verrassend zijn. Ze getuigen van nauwkeurige observaties en een grote beeldenrijkdom.
De Nobelprijs kreeg ze, omdat haar gedichten volgens de jury "met ironische precisie de historische en biologische context in fragmenten van menselijke werkelijkheid toelichten". In een reactie zei Szymborska ertegen op te zien in het voetlicht van de wereldliteratuur te staan. Ze vond het maar 'een moeilijke situatie'.
Szymborska was op 2 juli 1923 in de buurt van Poznan geboren, waarna ze als kind met het gezin naar Krakau verhuisde. Daar studeerde ze letterkunde en sociologie. Haar eerste gedichten publiceerde ze vanaf 1945. In 1997 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff onder de titel 'Uitzicht met zandkorrel' een ruime keuze uit haar gedichten, vertaald door Gerard Rasch. In 2003 verscheen de bundel 'Het Moment'.
Wislawa Szymborska overleed woensdag op 88-jarige leeftijd na een lange ziekte in haar slaap.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























