De vorige twee edities konden er ook wat van, maar dit jaar is het opvallend hoe gevarieerd het aanbod is van de Harry Penningsprijs. Zeven jonge fotografen zijn samengebracht en die tonen opvallend verschillende fotografie-uitingen: van puur documentair tot en met compleet autonome beeldende kunst. Dat maakt de Harry Penningsprijs tot een interessante graadmeter van de eigentijdse fotografie in Nederland en Vlaanderen.
Het werk van Anne Geene (1983) houdt het midden tussen een biologiescriptie en een boek zoals vroeger fotograaf Paul den Hollander maakte. Geene bestudeerde lange tijd een bepaald perceel van een volkstuin en doet daar fotografisch verslag van in 'Perceel nr. 235'. Van de vlucht van een duif tot en met duizendpoten: letterlijk álles is er in gefotografeerd. Een beperkt deel hangt tegen de muur; het boek is uitvoeriger.
Ook Judith van IJken (1977) toont een boek: 'Mimicry'. Daarin probeert zij een generatiekloof te overbruggen. Foto's van personen van circa dertig jaar terug worden geplaatst naast foto's van nu. Van
IJken heeft daarbij de persoon van nu, dezelfde kleding laten aantrekken als die van de oudere persoon. Dat levert beelden op die inderdaad vragen stellen over modes, tijdsgewrichten en herhalingen.
Met 'Translations' probeert Sofie Knijff (1972) de droomwereld van kinderen te verbeelden. Dat levert fraaie portretten op, maar heel erg bijzonder zijn ze niet.
Graag zou ik eens meelopen met Awoiska van der Molen (1972). Zij fotografeert 's nachts verschillende landschappen – ver weg van welke stedelijkheid dan ook. Lange wandelingen moeten daar aan vooraf gaan, want de bariet-prints donderden van de stilte. Camera open en wachten maar. Zwarten en grijzen tonen vloeien in elkaar over. een vallende ster. Werk waar je als vanzelf stil van wordt.
Schrikken doe je van de foto's die Ilvy Njiokikjien (1984) toont. De jonge fotografe volgt al een tijdje een rechts-extremistische groep in Zuid-Afrika. Die gaan soms op kamp en doen dan absurde dingen met onder meer pistolen. De bijna journalistieke foto's maken indruk.
Dirk-Jan Visser (1978) laat de documentaire 'Offside' zien. Daarin verhaalt hij over de situatie in Nagorno Karabach, maar dan gezien door de ogen van de leden van een voetbalclub in ballingschap.
Compleet anders zijn de grote werken die de Vlaamse Lara Dhondt (1979) laat zien. Zij maakt op verschillende plekken in de stad shelters; plekjes die met gevonden spullen wat bescherming bieden. Die fotografeert ze, print ze groot uit en plaatst ze ruimtelijk in de expositieruimte. Dat laatste is een overbodige handeling. Sowieso lijkt Dhondt nog niet helemaal klaar met het uitwerken van dat op zich boeiende thema.
Het is de derde keer dat de Harry Penningsprijs wordt uitgereikt. Het is een eerbetoon aan de in 2006 overleden oprichter van galerie Pennings in Eindhoven. Harry Pennings begon de fotogalerie in 1976, als onderdeel van zijn meubelzaak aan de Geldropseweg. Daarmee was hij een van de eerste, in fotografie gespecialiseerde galeries in Nederland. Pennings toonde naast grote namen, steevast ook jonge, nog onbekende kunstenaars. Petra Cardinaal, de huidige galeriehouder, heeft de prijs opgezet. De prijs bestaat uit een geldbedrag (duizend euro) en de toezegging dat er een portfolio wordt gemaakt van het werk. Eerdere prijswinnaars zijn Max van Trier en Wytske van Keulen.
De jury bestond dit keer uit Christiane Berndes (Van Abbemuseum), Teun Hocks (beeldend kunstenaar, docent) en Wim van Sinderen (curator Fotomuseum Den Haag). Zij kozen de zeven genomineerden uit een twintigtal fotografen die waren bijeengebracht door een reeks deskundigen in Nederland en Vlaanderen.
Harry Pennings Prijs 2011. Lara Dhondt, Anne Geene, Judith van IJken, Sofie Knijff, Awoiska van der Molen, Ilvy Njiokiktjien en Dirk-Jan Visser.
Galerie Pennings, Geldropseweg 61B, Eindhoven.
Open: wo t/m za 13-17 uur.
Tot 21 januari. Prijsuitreiking 15 januari.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

























