BOEK RECENSIES (3)

  vrijdag 05 september 2008 | 16:22 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 16 september 2009 | 22:48

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
1/3
start playing the slideshow

Hieronder vindt u de recensies van Ik ben je vriend, Barack Obama en De trein naar Triest.
Heeft uzelf een boek gelezen dat u erg mooi vond? Klik op 'Reageren' en schrijf iets over dit boek.



IK BEN JE VRIEND


Een beetje zielige mensen allemaal. Een weervrouw die ontslagen is vanwege haar drankprobleem. Een man die niet los kan komen van zijn moeder. Een succesvol scriptschrijfster die vastgelopen is in haar privéleven. Gerard van Emmerik houdt ervan dit soort mensen tot hoofdpersoon in zijn korte verhalen te maken. Dat deed hij in zijn eerdere boeken, dat doet hij nu ook weer in ’Ik ben je vriend’, een bundeling van negen korte verhalen.


Rode draad in de verhalen is de opening van een wegrestaurant. Personages die in het ene verhaal bijfiguren zijn, vervullen in een ander verhaal de hoofdrol. En blijken dan vaak heel anders te zijn. Zo ziet de scriptschrijfster uit ’Het z-woord’ tijdens haar wandeling in het bos een man en vrouw lopen. „Moeder en zoon? Nee, waarschijnlijk geliefden, student met oudere minnares.” In ’Iets aardigs’ blijkt dat toch die eerste veronderstelling klopte, maar dan wel in een ongewone situatie.


Echt grote drama’s gebeuren er in de meeste verhalen niet. Het is vooral alledaags leed: een liefde die onherstelbaar voorbij is, een vrouw die vergeefs zoekt naar vastigheid in haar leven, een andere vrouw die juist wat meer spanning in haar geordende leventje wil, een zieke moeder die voor euthanasie kiest.


Niet alle verhalen zijn even geslaagd. Zo heeft Van Emmerik in ’Een nieuwe kans’, waarmee de bundel opent, wel erg veel overgelaten aan de verbeelding van de lezer. Een grasmaaierverkoper, die van zijn dokter ’bij iedereen die ik pijn gedaan heb’ langs moet om zijn verontschuldigingen aan te bieden, een vrouw die zich van deze oud-klasgenoot alleen een nare opmerking over haar schoenen herinnert, een kind dat plotseling sterft in de zandbak. Probeer daar als lezer maar eens chocola van te maken.


Ook het titelverhaal ’Ik ben je vriend’ komt ondanks een boeiend gegeven niet echt uit de verf. Een intelligente puber wordt op de fiets aangereden door een Hummer. Het letsel lijkt mee te vallen, maar geleidelijk verandert de jongen daarna volkomen. Hersenletsel? Of iets wat al daarvoor begonnen was? Want waarom anders die terloops vermelde ’ruk aan zijn stuur’? Helaas ontspoort het verhaal daarna in een chaos van personages, gezochte lolligheid en overdreven drama.


Gelukkig staat daar een aantal andere verhalen tegenover waarin Van Emmerik zich ruimschoots revancheert. Zoals ’De hunkeraar’, waarin Bastiaan, een man van middelbare leeftijd, die door zijn vriendin aan de kant is gezet omdat hij ’te weinig hunkert’, via internet op zoek gaat naar een nieuwe relatie. In plaats van de vrouw met wie hij afspreekt in het nieuwe wegrestaurant, ontmoet hij daar haar ouders. Zij houden er een herdenkingsbijeenkomst, hun dochter blijkt al tien jaar spoorloos verdwenen te zijn. Dat zij er wel degelijk was, blijkt ’s avonds als zij Bastiaan via internet laat weten dat het niet klikte omdat hij ’te hunkerend’ was.


Mooi is ook ’Lovin’ Whiskey’ waarin een aan drank verslaafde weervrouw in een opwelling een jongetje ontvoert. Of ’Het z-woord’, waarin een scriptschrijfster, ’een jonge vrouw op leeftijd’, zich even probeert te ontworstelen aan haar oppervlakkige leventje, maar de waanzin vlak onder de oppervlakte op de loer lijkt te liggen.


Gerard van Emmerik, Ik ben je vriend, uitg. Nw. Amsterdam, 16,50 euro.




Barack Obama; waarom iedereen van hem wil houden en wat zijn opkomst betekent


Barack Obama is zwart. Daarom gaat het hem niet lukken gekozen te worden tot 44ste president van de Verenigde Staten. Dat was in het kort de strekking van een prikkelend boekje dat hoogleraar en columnist Shelby Steele vorig jaar in de VS publiceerde.


Steele zou moeten weten waarover hij schrijft. Net als Obama is hij de zoon van een zwarte vader en een blanke moeder, en hij moet dus goed kunnen aanvoelen hoe een man als Obama in de Amerikaanse samenleving staat.


Volgens Steele heeft Obama zich in zijn jeugd zelf een identiteit moeten aanmeten. Zoals ook naar voren komt in zijn autobiografie ’Dromen van mijn vader’ was hij in zijn jonge jaren steeds op zoek naar een vaderfiguur; zijn eigen vader, die kort na Baracks geboorte zijn moeder verliet, heeft Obama slechts één keer in zijn leven ontmoet. De zoektocht naar een eigen identiteit liep voor de jonge Obama dan ook grotendeels parallel met die naar zijn vader.


Omdat hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht bij zijn grootouders van moeders kant op Hawaiï, groeide Obama op in een blanke omgeving. Toch is en blijft hij in de ogen van veel Amerikanen als niet puur blanke toch vooral een zwarte. Op zijn zoektocht om toch ergens bij te horen, mat hij zich in zijn latere jeugdjaren een zwarte identiteit aan, waarmee hij zijn (blanke) opvoeders voor een deel verloochende.


Over de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten heeft Shelby Steele zo zijn eigen gedachten. Zwarten, zo betoogt hij, dragen altijd een masker, en doen een beroep op het schuldgevoel dat de blanken met zich meedragen vanwege de slavernij. Sommige zwarten treden de blanken vriendelijk tegemoet en reiken hen de hand om uit hun schulp te kunnen kruipen; anderen dagen juist uit en willen dat blanken zich door hen gekleineerd voelen.


Obama behoort duidelijk tot de eerste groep. Hij doet het voorkomen alsof het thema ’ras’ voor hem een gepasseerd station is. De ruimhartige kniebuiging naar de blanke gemeenschap maakt hem in de ogen van radicalere zwarten echter ongeloofwaardig, maar als hij die tegemoet zou komen, valt hij weer uit de gratie bij gematigden en blanken.


In beide gevallen opereert Obama echter binnen de gebaande paden die al zijn mede-Amerikanen bewandelen als het op ras aankomt. „Zijn grote talent schuilt erin dat hij zijn waarde binnen de status quo kent”, schrijft Steele.


Pas als Obama loskomt van de traditionele rolpatronen die Amerikanen hanteren om met de rassenkwestie om te gaan, maakt hij volgens Steele werkelijk een kans. Dat betekent in de ogen van Steele onder meer dat de zwarten, die hun ondergeschikte positie in de Amerikaanse samenleving nog altijd op het conto schrijven van slavernij en onderdrukking, durven te erkennen dat ze zélf voor hun lot verantwoordelijk zijn.


Als kind van gemengde ouders houdt Steele de Democratische presidentskandidaat in dit boekje een venijnige spiegel voor. In de Nederlandse uitgave durft hij echter niet meer de stelling aan dat Obama geen kans maakt op het presidentschap. In die zin heeft Steele zelf al de angel uit zijn betoog gehaald.


Shelby Steele: Barack Obama; waarom iedereen van hem wil houden en wat zijn opkomst betekent. Vertaald en ingeleid door Diederik van Hoogstraten. Elsevier, Amsterdam; 136 blz., €9,50.




De trein naar Triëst


Als de Roemenen maar lang genoeg op een houtje bijten en de buikriem zo aanhalen dat ze aan een broodkorst of een kommetje koolsoep genoeg hebben, is het arbeidersparadijs nabij. Nog even doorzetten en niet zeuren over het gebrek aan voedsel, brandstof en alle andere levensbehoeften; de heilstaat ligt binnen bereik.


De ’Vader van de natie’ Nicolae Ceausescu heeft het zelf beloofd, dus wie durft daaraan te twijfelen? De onverstandige of opstandige geest die dat toch doet, kan rekenen op een bezoekje van de geheime politie, de Securitate, en moet niet gek opkijken van een flink pak slaag, of erger, opsluiting in een heropvoedingskamp of een psychiatrisch ziekenhuis.


De dagen van ’conducator’ (leider) Nicolae Ceausescu zijn alweer bijna twintig jaar voorbij. Een hele generatie Roemenen weet weinig of niets van de in het Westen nog lange tijd warm onthaalde communistische leider die het Balkanland decennia in zijn greep had, bijgestaan door zijn verplicht bejubelde en bewierookte echtgenote Elena.


Maar de sfeer van angst, gebrek, wantrouwen, vervolging en intimidatie uit de regeringsjaren van het Genie van de Karpaten’ komen op beklemmende wijze weer tot leven in het boek ’De trein naar Triëst’ van de Roemeense Domnica Radulescu. De debuutroman noemt ze pure fictie, al put ze uit haar eigen ervaringen en leven.


Radulescu is als studente Roemenië ontvlucht, na een kort verblijf in Italië belandde ze in de Verenigde Staten, waar ze tegenwoordig vrouwenstudies onderwijst aan een universiteit. De hoofdfiguur van haar meeslepende roman, Monia Maria Manoliu, legt eenzelfde traject af. Maar van Radulescu mogen er geen parallellen worden getrokken tussen Monia en haar eigen leven.


De lezer stapt in Monia’s leven op het moment dat zij als meisje van zeventien eind jaren zeventig haar eerste en in feite enige echte liefde ontmoet, student Mihai uit Brasov. Monia, die zelf in Boekarest woont waar haar vader aan de universiteit doceert, is stapel op de jongen, maar weet niet of ze hem wel kan vertrouwen. Iedereen zou voor de Securitate kunnen werken, niemand kan van wie dan ook op aan.


Monia wordt ook gewaarschuwd voor Mihai, die soms wel erg nieuwsgierig is naar haar vader die een radertje vormt in het ondergrondse verzet tegen Ceausescu. De illegale activiteiten van de professor blijven niet onopgemerkt, evenmin als Monia’s belangstelling voor westerse literatuur. Wanneer de politie een paar keer langskomt, tegenstanders van het regime verdwijnen of op de stoep worden doodgereden, vinden Monia’s ouders het raadzaam dat ze Roemenië verlaat.


Het afscheid van Mihai, die ze niets mag en durft te vertellen, is hartverscheurend. De reis via Joegoslavië en Italië - de ’trein naar Triëst’ uit de titel - naar Chicago staat echter onder een gelukkig gesternte. Monia kan een nieuw leven beginnen.


Dat nieuwe leven, als banneling in een vreemd, kapitalistisch land, waar niemand iets begrijpt van haar vaderland (wat, hebben jullie in Roemenië geen McDonald’s?) bestaat uit vallen en opstaan. Mihai wordt niet vergeten, maar contact is er niet.


Pas jaren na de revolutie die een bloedig einde maakt aan Ceausescu’s bewind, keert Monia, die inmiddels twee zoons heeft, terug naar Boekarest en Brasov. Het verhaal neemt daar een onverwachte, niet geheel bevredigende wending wanneer Monia probeert uit te vinden wat er destijds allemaal écht is gebeurd. Maar eigenlijk is het einde een cliffhanger, die roept om een vervolg. Radulescu schrijft met oog voor detail en humor en voert de lezer terug naar het voor velen ’onbekende’ Roemenië, dat alweer bijna is vergeten.


* Domnica Radulescu: De trein naar Triëst (vertaald door Mariëtte van Gelder), Uitgeverij Sijthoff, 336 pagina’s, 18,95 euro.


© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Forumregels


De website van het ED is een platform voor discussie. Lezers wordt de gelegenheid geboden om in forums te reageren op geselecteerde artikelen, commentaren en columns. Scherpe en kritische reacties dragen bij aan het debat. Om de discussie in goede banen te leiden, gelden de volgende spelregels:


1. Elke reactie wordt vooraf door de redactie beoordeeld. De redactie heeft het recht om zonder verdere toelichting bijdragen te weigeren, te bewerken of in te korten.

2. Reacties moeten kort en bondig zijn (maximaal 250 woorden), leesbaar en begrijpelijk zijn en inhoudelijk betrekking hebben op het onderwerp van het betreffende artikel.

3. Voor de discussie gelden elementaire fatsoensnormen. Schuttingtaal en scheldwoorden zijn niet toegestaan.

4. Reacties die beledigend of discriminerend zijn, (oncontroleerbare) beschuldigingen, bedreigingen bevatten of oproepen tot haat of geweld worden niet geplaatst.

5. Reacties mogen geen privégegevens van derden bevatten.

6. Reacties die anoniem zijn of onder een valse naam worden ingestuurd, kunnen worden geweigerd.

7. Reacties mogen geen auteursrechten overtreden en geen commerciële boodschappen bevatten.

8. Het ED staat open voor kritiek – zowel positief als negatief – op de krant en op haar redacteuren. Correcties en aanvullingen op artikelen zijn welkom. Inhoudsloze kritiek wordt niet geplaatst.

9. Het IP-adres vanwaar wordt gereageerd wordt altijd vastgelegd.

10. Reacties, of citaten daaruit, mogen worden gebruikt op alle publicaties van het ED (websites, krant, sociale media, enz.).


De redactie is niet kinderachtig. Laat u dus niet ontmoedigen door de spelregels. Ze zijn uitsluitend bedoeld om een goede discussie te bevorderen. De redactie gaat zorgvuldig te werk. Mocht u desondanks reacties op de website ontdekken die in strijd zijn met de spelregels of anderszins niet door de beugel kunnen, laat ons dat dan weten via e-mail.

Museum Kempenland moet een eigen vaste plek in de stad krijgen.

Laat hier uw uitgebreide mening achter over museum Kempenland.

Twitter

Filmzoeker