Bekijk video
"Hoe is het? Nog oude vrouwtjes beroofd?"
Welkom in de Amsterdamse tattooshop van Dikke Dennis, waar de eigenaar één
van zijn vaste gasten begroet. De zaak is gevestigd aan de Tweede
Goudsbloemdwarsstraat in hartje Jordaan. Hoewel? Een keurig blauw naambordje
op de hoek meldt dat we ons in de Dikke Dennisdwarsstraat bevinden. Geintje
van de bekendste bewoner.
De winkel van Dennis Overweg (43) huist in een pijpenla met twee
verdiepingen. Op de begane grond is een wachtkamer, waar de tattoo-klanten
kunnen plaatsnemen op een roze doodskist. De eigenaar zetelt comfortabel
achter de balie op de eerste verdieping. De werkruimte oogt als een museum
met een bizarre collectie, bestaande uit onder meer een bierfles met
afbeelding van Hitler, een koeienembryo in een weckfles, doodshoofd,
krantenkoppen ('Wij snuiven inderdaad heel wat op') en slogans aan de muur
('Cocaïne is Gods manier om te zeggen dat je te veel geld hebt').
De tattooshop is een zoete inval voor 'dealers, hoeren, drugsgebruikers,
klaplopers en luieriken', zegt Mark Verver (39), schrijver van 'Ik heb
nergens spijt van', de biografie van Dikke Dennis. "Dit is een
buurthuis, buurtkroeg, opvanghuis en hangplek. Alles tegelijk."
De kloeke uitgave van 381 pagina's gunt de lezers een blik in deze 'griezelige
wereld'. Mark: "Veel auteurs komen uit de bovenlaag van de bevolking.
Maar aan de onderkant van het leven spelen zich ook een heleboel
interessante zaken af. Het boek toont een kant van de samenleving die voor
veel mensen onbekend is. Verliezen, winnen, doodgaan, verslaving, worstelen
met problemen: al die aspecten komen naar voren."
Als mascotte
van Peter Pan Speedrock kondigt Dikke Dennis de band aan en zingt zijn eigen
nummer: 'Schoppen aas'. Voor de mensen die hem alleen kennen van de
Eindhovense groep, is Dikke Dennis een stripfiguur: de schreeuwende,
cokesnuivende Amsterdammer met de blote buik vol tatoeages. Een rock 'n
roll-junkie die niet veel nodig heeft om zijn slobberende trainingsbroek uit
te trekken.
"Iemand met een reputatie: een clown", zegt
Mark. "Of griezelig. Of vies. Ik kende de anekdotes, maar hoorde ook
vaak: let op, die man is niet gek. Dennis is een intelligent mens, ook al
haalt hij zotte kuren uit. Die combinatie vind ik heel interessant. Dan ben
je een echt karakter."
Een geweldig personage voor een boek,
bovendien. Via een wederzijdse vriend, ook een tatoeëerder, legde de
schrijver uit Breda contact met Dennis. Hij ging direct akkoord met het plan
voor een biografie. De maanden daarna was Mark een vaste bezoeker van de
tattooshop. Hij mocht alle gesprekken in de zaak en daarbuiten opnemen. Ook
volgde hij Dennis tijdens concerten, bezocht diens ouders, zijn ex-partner,
een begrafenis van een kennis en een schoolreünie. Het resultaat: een iPod
met veertig gigabyte vol verhalen over liefde, dood, seks, trouw,
eerlijkheid en criminaliteit. Kortom, het leven zelf.
Dennis houdt
niets geheim. "Ik heb niks te verbergen", zegt hij. "Ik zal
nooit liegen of stoere verhalen vertellen. Dan moet je steeds nadenken over
wat je wél en niet kunt zeggen. Daar heb ik geen zin in." Mark: "
Je hebt mensen die aandacht willen en daarom grote onzin-verhalen gaan
ophangen. Dat heeft Dennis niet nodig. Zijn verhalen zijn waar, zijn
waarheid is al groot genoeg. Hij is eerlijk en daarom onkwetsbaar. Je kunt
Dennis nergens op pakken. Een man met een goed hart, maar ik ben blij dat
hij niet naast me woont."
Ook over zijn cocaïnegebruik is
Dennis openhartig. Hij neemt tijdens het gesprek een snuif en toont ook een
potje, waarin hij materiaal bewaart dat uit zijn neus komt gevallen. Het is
een klonterige, bruine substantie. "Aan de ene kant ben ik een
junkie-XL, aan de andere kant ook niet. In mijn ogen is een junk iemand die
een autoradio steelt en drugs koopt van de opbrengst. Maar ik werk er hard
voor! Een biertje halen mag wel, dat is sociaal in orde. Maar drank is
honderd keer erger dan drugs. Ik ken alcoholisten met wie je niks kunt
beginnen. En ik ken drugsgebruikers met wie je gewoon een afspraak kunt
maken."
In het boek uit Mark regelmatig zijn zorgen over
Dennis' levensstijl en cocaïnegebruik. "Iedereen die hem leert
kennen maakt zich zorgen. Ik ben een vriend geworden. Dan moet je een poging
wagen hem tot stoppen te bewegen. Maar je zult inzien dat zoiets geen zin
heeft. Wie zijn vriend wil zijn, moet bepaalde dingen accepteren."
Dennis: "We gaan allemaal dood en ik heb al vier levens geleefd. Waarom
zou ik me druk maken? Je kunt netjes je best doen, overal op letten, en dan
kom je morgen onder de tram terecht."
In vergelijking met hun
mascotte, komen de drie muzikanten van Peter Pan Speedrock in het boek naar
voren als rustig en gefocust op de muziek. "Het zijn lieve, best wel
stille mensen", zegt Dennis. "We houden elkaar in balans. Ik heb
hen nodig, zij hebben mij nodig. In interviews zitten ze soms van (met
aarzelende fluisterstem): 'ja... ja... nee.... nee...'. En dan kom ik erbij
(nu schreeuwend): 'Hé, kom op. Rock 'n roll!'"
De ruigste
bewoner van de Eindhovense rockwereld is 'heel trots' op het boek. "Het
klinkt raar, maar nu ben ik onsterfelijk. Over vier, vijf generaties kan dit
boek nog opduiken". Dan, tegen de verslaggever: "Jij bent over
vijf generaties vergeten. Jij praat toch ook niet over je
over-overgroot-opa? Snap je?"
'Ik heb nergens spijt van.
Het leven van Dikke Dennis' door Mark Verver. Verschenen bij Strengholt
United Media.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties




















