Martijn van Osch uit Den Bosch won zondag de publieksprijs en de Gouden Kabouter tijdens de tiende Cabaretesk. foto Jacki Uitslag
Elk jaar is het weer een feest om bij de finale van Cabaretesk te zijn. Omdat het altijd een verrassing is wat je voorgeschoteld krijgt. Van een doorsnee cabaretvoorstelling mag je een bepaalde basiskwaliteit verwachten.
Je betaalt een kaartje voor iemand die voor zijn beroep echt lollig is, weet
wat-ie doet, een show geeft zonder zenuwen, versprekingen en haperingen en
die bovendien heeft nagedacht over een bepaalde lijn in de voorstelling. Dat
is bij de Cabaretesk-finalisten niet het geval. Daar zitten ruwe diamanten
tussen, maar ook beginnende artiesten die enigzins brak zijn. Of gewoon niet
grappig.
Zo werd ook zondag tijdens de tiende editie van 'het
cabaretfestival voor het Zuiden' weer eens duidelijk dat kleinkunst echt een
vak is. En dat je niet wegkomt met grapjes waar je alleen zelf dubbel om
ligt. Het publiek is namelijk een bloeddorstig monster met een kleine
vijfhonderd koppen. Bij de een eten ze uit de hand, de ander wordt vermalen
door ijzige stiltes.
Finalist nummer een, Koning Triton uit
Vlaanderen, komt heel goed weg. Het duo zet meteen lekker de vaart er in. Na
een scène of twee weten we: deze jongens gaan er wel komen. Wat ze laten
zien, is verrassend origineel. Ze moeten nog wat podiumuren draaien, zodat
de timing strakker wordt en de zenuwen hun ademhaling voortaan met rust
laten. Maar buiten dat: de tweede plaats (Zilveren Kabouter), is meer dan
terecht.
Finalist nummer twee, Martijn van Osch uit Den Bosch,
wint zowel de publieksprijs als de eerste prijs -de felbegeerde Gouden
Kabouter. Ook meer dan terecht. Hij pakt het publiek zonder zichtbare moeite
in. Tijdens zijn opkomst gonst er nog wat twijfel door de zaal. Wie is die
beetje lijzige gast die ons als een softe gespreksleider uitlegt hoe we ons
tijdens zijn show moeten gedragen? Maar dan slaat ineens de vonk over. Met
als hoogtepunt een liedje van een Brabantse dorpsjongen die fantaseert over
de vrouwen op emtievie, terwijl de keiharde realiteit het plaatselijke
vrouwenvoetbal elftal vol lillike wijven is. Voor Van Osch is het te hopen
dat hij het jurycommentaar ter harte neemt. Met wat meer energie kan zijn
act tot een succesvol programma uitgroeien.
Tenslotte verschijnt
Edo Berger op het toneel. Berger heeft waarschijnlijk wel talent, maar komt
deze avond in elk geval niet op dreef. Het verhaal dat hij wil vertellen is
gewoon niet goed genoeg. Hij zwabbert van zijn ex-vriendin, via een
snorrenoperatie naar Geert Wilders-als-kleuter en laat het publiek met een
collectief vraagteken op het gezicht achter. Zijn grappen slaan dood, het
blijft te vaak akelig stil. En dus gaat Berger naar huis met de derde prijs.
Ook terecht.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























