Opera Zuid heeft voor deze niet zo vaak gespeelde Janáceck een topregisseur aangetrokken. Onder leiding van de Duitser Harry Kupfer is een muziekdrama ontstaan, waarin handeling en muziek volmaakt in evenwicht zijn.
Dit keer geen hedendaagse kostuums en verwijzingen naar onze eigen tijd bij Opera Zuid. Dat is ook niet nodig, want overspel en schuldgevoel zijn herkenbaar genoeg in welke tijd je ze ook op het toneel zet.
De Oostenrijker Hans Schavernoch zorgde voor een stemmig, modderig decor, met dreigende bomen waarin het meubilair dreigt te worden verzwolgen net als uiteindelijk de titelheldin.
De kostuums van Yan Tax verwijzen naar het begin van de twintigste eeuw, de tijd dat de opera geschreven is. Ze passen goed bij een verhaal over het verstikkende milieu, waarin Kátja, mooi gespeeld en gezongen door de Zuid-Afrikaanse Johanni van Oostrum, nauwelijks adem krijgt en moet zien te overleven met een bazige schoonmoeder en een man die mama in alles gehoorzaamt.
Artistiek leider Miranda van Kralingen speelt zelf dit monument van een uit graniet gehouwen moeder, dat bazigheid paart aan huichelarij. Prachtig en hilarisch is vooral de scčne waarin zij zich het hof laat maken door het oude drankorgel Dikos (Henk van Heinsbergen). Geen wonder dat Kátja zich in de armen stort van de eerste de beste minnaar voorhanden.
Maar Katarina neemt als enige in haar omgeving haar geloof serieus en tilt zwaar aan de ontrouw aan haar man. Toch wordt zij als door een magneet naar deze Boris (Mark Duffin) getrokken. Hartstocht en hormonen winnen het van het gezond verstand.
Maar ze worstelt zo met haar geweten dat ze uiteindelijk haar zonde in het openbaar bekent. Een heldhaftige bekentenis die haar man Tichon(Michael Babel) liever niet wil horen en die haar tot een verworpene in het dorp maakt.
>>Opera Zuid - Kátja Kabanova. Limburgs Symfonieorkest o.l.v . Stefan Veselka. Te zien: 29-11 Parktheater Eindhoven.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























