EINDHOVEN - In naam is saxofonist Ellery Eskelin de spil van het Trio New York. En het moet gezegd, met zijn onbeteugelde fantasie laat hij onafgebroken reeksen melodieën los uit zijn instrument.
Maar tijdens het concert van het trio maandag bij Jazzpower in Café Wilhelmina was het toch Gary Versace die op zijn Hammond-orgel alle aandacht naar zich toe trok.
Het is een instrument dat je onmiddellijk associeert met gladde amusementsmuziek uit de jaren vijftig. Versace zocht de uiterste mogelijkheden van het orgel op. Aan zijn gezicht kon je zien wat voor klanken hij in gedachten had. Hij liet het diep grommen, met een vuig zuigend vibrato bibberen. Aan het slot van de eerste set trok hij er zelfs nootjes uit die hard en helder als hagelstenen waren.
In weerwil van die capriolen bleef de muziek toch in evenwicht. Dat was te danken aan de verbeeldingskracht waarmee Eskelin en drummer Gerald Cleaver hun partijen speelden. De saxofonist met zijnprachtige melodieën die als een ononderbroken gedachtenstroom uit zijn dromen leken op te wellen.
Cleaver zocht het in kleine variaties op het basisritme. Hij gaf extra tikjes, sloeg een fractie voor de tel. Daarmee joeg hij de muziek op naar een vliegende vaart, alsof ze gedrieën heuvelaf tuimelden, de eigen benen voorbij. In het ensemblespel opereerden ze als een hechte eenheid. Hoe eigenzinnig ieder van hen ook was, op die momenten was duidelijk hoe goed ze naar elkaar luisterden.
Dan volgde Versace in volvette akkoorden alle wendingen die bij Eskelin opborrelden. Maar terwijl de een uit zijn dromen leek te putten, kwamen de louche en scheef grijnzende akkoorden van Versace oprukken uit dolle nachtmerries.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
























