Met zijn bandleden tijdens een repetitie in Leende. archieffoto Ton de Hond
Een meer 'glamourachtige' Gerard in 1986. archieffoto Peter van der Kruis
Gerard van Maasakkers, mèt baard en flinke bos krullen, in 1982.
De Brabantse zanger anno nu. foto GPD/Dolph Cantrijn
In zijn huidige woonplaats Budel in 1994. archieffoto Ton van de Meulenhof
Bekijk video's
De prestigieuze Gouden Harp als oeuvreprijs
voor Gerard van Maasakkers. Daar zal hij nog niet van gedroomd hebben toen
hij medio jaren zeventig de jongerencentra van Zuidoost-Brabant afstruinde
met zijn toen nog deels Brabantse- en deels Engelse liedjesrepertoire.
Terwijl hij toen toch ook al heel 'schon' kon zingen.
Zie ook:
Misschien begon hij over zoiets te dromen, toen hij zoveel jaar later
na een reeks succesvolle elpees met liedjes in het Brabants dialect ook
elders de theaters trachtte te veroveren.
'Komt er mer in' en 'Cis
Verdonk' werden toen thuis in Brabant al door iedereen meegezongen, maar Van
Maasakkers wilde meer.
Zonder zijn Brabants helemaal af te zweren,
ging hij in het Algemeen Nederlands zingen, in de hoop een breder publiek te
bereiken. Juist die ambitie dreigde hem na een aantal jaren op te breken.
Want hoe vakkundig zijn liedjes ook bleven, de Nederlandse taal paste hem
net niet goed genoeg om zijn grootste talent - het vertalen van persoonlijke
emoties in universele en voor ieder herkenbare thema's - te doen schitteren.
Er was letterlijk en figuurlijk een pas op de plaats nodig om hem tot dat
besef te brengen.
Eenmaal terug bij zijn eigen wortels - en met
intussen een veel grotere levenservaring én ervaring als liedjesmaker en
podiummuzikant - vloeiden er ineens juweeltjes van liedjes uit zijn pen, die
het beste uit zijn vroege werk overtroffen. Hoe dichter bij zijn
inspiratiebronnen - vader, moeder, Nuenen, de processie van Valkenswaard
naar Handel, zijn homosexuele geaardheid - hoe meer mensen hij recht in het
hart wist te raken. De theaters in het zuiden stroomden vol, en nu zo
opvallend, dat hij ook elders werd geboekt. En overal viel het publiek voor
de gevoelige melancholie of juist de opwekkende blijmoedigheid in zijn
liedjes.
Misschien kwam het tweede Brabantse offensief van Van
Maasakkers op een gunstig moment. Per slot had 'de provincie' al zo lang en
hard op de Hilversumse poorten gebeukt, dat dialectmuziek eindelijk de
landelijke ether in mocht. Met dank aan onder andere Bennie Jolink
(Normaal), Daniël Lohues (Skik) en Jack Poels (Rowwen Hèze). Toch zou het
flauw zijn om Van Maasakkers succes op te hangen aan zoiets algemeens als
'acceptatie van het dialect in de populaire muziek'.
Hij heeft als
liedjesmaker - samen met zijn Vaste Mannen - decennialang keihard gewerkt.
Niet als iemand die koste wat kost het grote succes najaagt, maar als een
kunstenaar die in zichzelf gelooft en tegelijk op zoek blijft naar
verdieping, nieuwe grenzen en altijd maar kwaliteit. Dat leverde geen
gemakkelijke hitjes op, maar bijvoorbeeld wel een lied als 'Hier ben ik
thuis', dat welhaast het karakter heeft van een tijdloze lofzang op ieders
eigen afkomst.
Van Maasakkers' kwaliteiten zijn al lang herkend en
erkend. Allerlei onderscheidingen vielen hem ten deel. De allermooiste: het
Bloemencorso in Valkenswaard, dat een paar jaar geleden aan zijn liedjes
werd opgehangen. Dat corso was een publieksprijs voor zijn hele oeuvre. Dat
van Maasakkers door zijn vakbroeders en -zusters zeer wordt gewaardeerd is
ook geen verrassing meer. Vorig jaar zongen ze een tribute-album vol met
zijn liedjes. Met de toekenning van de Gouden Harp is die waardering nu
geformaliseerd. Van Maasakkers heeft alle reden om daar 'gruwelijk gruts' op
te zijn; hij heeft zijn Gouden Harp dik verdiend.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.







Sorteer reacties




















