|
|
De Eindhovense folkzanger Ad van Meurs houdt een weblog bij over zijn verblijf in Amerika. Hij neemt eerst in Nashville een cd op met The Watchman & The Folksurvivalclub. Volgende week gaat hij in Memphis naar het congres Folk Alliance International. Dit is het grootste congres over volksmuziek en -dans in Amerika en duurt van 16 tot en met 20 februari. |
Naar Memphis ( slot)
De laatste dagen van ons verblijf aan deze kant van de oceaan vat ik samen in
éen stuk. Ze zijn ook allemaal hetzelfde.
The Folk Alliance Conference is een samenkomen van iedereen die akoestische
muziek, songwriting, maar ook Ierse en Engelse folk, zei het in mindere
mate, een warm hart toedraagt. Het is ook een beweging tegen de alom
oprukkende mediale ‘eraser’, die alles wat zich de afgelopen dertig jaar als
kleinschalig, uniek en bijzonder, in het muzikaal culturele landschap
manifesteerde, van de tafel aan het vegen is.
Een gevoel van de ‘laatsten der Mohikanen’ dringt zich op wat tot een zeker
gevoel trots leidt maar ook tot het besef dat alles wat kostbaar en
kwetsbaar is wel eens het loodje zou kunnen leggen in onze nieuwe wereld.
Een tweeduizend mensen dwarrelen door een hotel zo groot als het
Catharina-ziekenhuis, langs optredens, meetings, hoorzittingen, discussies
en zo voort. Wie hier niet is, doet niet meer mee.
Wij, The Watchman, hebben hier zelf een showcase, dwz dat je een half uur de
tijd krijgt om je kunsten te tonen, maar we zijn hier vooral om te spioneren
voor het Muziekgebouw Frits Philips welke nieuwe artiesten er zijn, wie
interessant is voor het Naked Song festival, dat soort dingen.
Het officiële gedeelte vindt overdag en in de avond plaats, maar de echte
Folk Alliance, de echte happening , gebeurt ’s nachts op de drie hoogste
verdiepingen van het Marriott hotel waar een zestigtal kamers zijn omgebouwd
tot podia, tot muziekholen waar alle artiesten tot diep in de nacht
optreden, samenspelen, dronken worden. Een schitterend zooitje waar ook
gearriveerde artiesten zich niet voor schamen. Een kaleidoscoop van zangers
en instrumentalisten schuifelt door de gangen op zoek naar hun ‘slot’ om een
paar liedjes te spelen. En iedereen luistert, er is respect voor andermans
werk en er zijn vooral heel veel gitaren. ‘Guitar galore’, dat is het hier.
Ik heb echt genoten van deze bijenkorf vol zoemende fluisterende, zachtjes
zingende minstrelen.
We gaan terug.
Wie de resultaten wil horen van onze sessies in Nashville kan a.s. donderdag
in café Wilhelmina komen luisteren. Marjan Cornille en Ankie Keultjes
zullen, begeleid door The Watchman band, een aantal songs zingen die we hier
opgenomen hebben.
Voor de rest zou ik willen zeggen: ‘happy trails’!
Ik ga u niet vervelen met namen. Het zijn er teveel. Een aantal zal het
komende seizoen via het Naked Song festival of de Ad van Meurs presenteert
avonden te zien zijn.
Naar Memphis 6
Opnames in de studio
Dertien songs hebben we opgenomen, qua stijl laverend tussen bluegrass,
country en European songwriting. Daarmee doelen de Amerikanen op een
bepaalde serieusheid die ze niet kennen of hebben.
Wat betreft bluegrass: Denice Franke ( Houston) zei eens ooit met een extreem
zuidelijk accent: “It ain’t no bluegrass if it ain’t go no Jezus or Babe in
it”,?spreek uit ‘Dzjieeezus or Baibe’. Oftewel het moet over de liefde of de
Heer gaan.
Voor iemand van mijn generatie een hele uitdaging, niet die liefde, maar die
Heer. Wij, 50-plussers, gaan er graag prat op dat we in onze jonge jaren de
wereld verlost hebben van dienstplicht, klemmende seksuele moraal en God en
Kerk. Het is nog maar de vraag of we daarmee een leegte of vrijheid
creëerden. Of is vrijheid leegte? Nee, nee, dit gaat te ver, dit wordt
kroegpraat!
Maar goed, het bezingen van de hogere macht heb ik lang vermeden. Gelukkig
stierf mijn vader afgelopen jaar, zodat ik legitiem zonder me te hoeven
schamen via zijn levensverhaal Onze Lieve Heer en Onzen Lieven Vrouw een
liedje in kon smokkelen.
Hier in Amerika, leeft de kerk als nooit tevoren. Onze technici waren er zeer
verbaasd over, misschien wel verbolgen, dat wij op zondag wilden werken.
Iedereen gaat nog naar de kerk, misschien wel meer om sociale redenen dan
religieuze, maar toch. Amerikanen hebben de kerk als bindmiddel in hun
gemeenschap nodig, anders lopen ze volledig eenzaam door een
gedigitaliseerde ratrace te dolen.
Ik moet zeggen, het werkt bevrijdend, zingen over the Lord.
U moet helaas nog tot de zomer wachten voordat u onze cd kunt beluisteren maar
de liedjes zijn er, inclusief Jezus en Babe! Misschien ga ik wel naar de
kapel bij de Heilige Eik in Oirschot om een kaarsje op te steken voor de
goede afloop. Who knows ?
Naar Memphis 5
Vandaag de laatste dag in Cowboy Jack Clement’s Recording Spa. Morgen vliegen
er drie van ons terug naar Nederland, twee gaan naar The Folk Alliance
Conference in Memphis, Gene Williams gaat terug naar Tulsa, Glen Duncan gaat
naar zijn volgende opnameklus en Carrie Rodriguez is al op tour met Mary
Gauthier en Erin McKeown. De technici Brooks Watson en Al Angelo gaan de
opnames rangschikken, al onze hoestjes, gelach, diepe zuchten en een
verdwaalde verwensing ‘weg-editen’, een set up maken voor de mix.
Ik wil het niet te technisch maken maar muziek opnemen is als het fabriceren
van een auto. Eenmaal op de weg een mooi, soepel apparaat. Eén geheel, wat
plezier verschaft, lekker voelt en waar je je in thuis voelt. Toch bestaat
een auto uiteraard uit diverse onderdelen. Is er één ding fout dan voel je
dat aan het totaal. Zo ook muziek, een song. De melodie moet lopen en niet
te kunstmatig zijn, de woorden moeten kloppen, niet te verzonnen zijn,
geloofwaardig over komen, de zang moet verleiden en toch mededeelzaam zijn.
Slagwerk en bas zijn het frame, vormen de basis. Goeie drums en bas vergeet
je als je er naar luistert, zoals je ook niet nadenkt over het chassis van
je auto. Maar er hoeft maar iets te wringen.. Zo kan ik nog een poosje
doorgaan.
Een goede opname sessie is wanneer de muzikanten in een soort halve trance,
half bewustzijn de muziek op de band krijgen. Niet teveel denken, wel voelen
maar niet je best doen om iets te voelen en soms toch rationeel zijn en
ingrijpen, dingen op het laatste moment totaal durven te veranderen.
En uiteindelijk? Uiteindelijk ligt er iets waarvan je het idee hebt dat het
er altijd al was, wat je fluitend over straat doet gaan en of een stil
traantje doet wegpinken. Gewoon, muziek.
Prachtig vak!
Naar Memphis 4
We raken gewend en er wordt gewerkt. Hard gewerkt.
We worden immuun voor de vele beroemde namen die langs komen. Een
verzadigingspunt is bereikt. Onze voortreffelijke mandoline-sessie-muzikant
Glen Duncan heeft met iedereen mee gespeeld tot en met Paul Mc Cartney. Een
van mijn favoriete cd’s, die van Mark Knopfler en Emmylou Harris, ( titel
weet ik niet) is volledig door hem ingespeeld. Och, muzikanten, zijn we niet
allemaal Brothers in Arms?
We zijn ondertussen ook bijna allemaal verkouden. Ik heb iets uit Griekenland
meegebracht, een virus, en dat wordt nu gezellig door ons allen gedeeld.De
zangeressen zijn er niet blij mee.
De songs vormen zich en het is bemoedigend te zien dat de Amerikanen, de
technici, Cowboy Jack, en mensen die langskomen, er tamelijk van onder de
indruk zijn. We zijn het echter niet altijd met ze eens, we zijn niet gek!
In sommige dingen zijn de technici als slakken zo traag, bepaalde muzikale
keuzes kunnen echt niet. Soms knettert er wat onvervalst Eindhovens door de
ruimte, en we doen ook niet meer de moeite om in de vertaling daarvan
beleefd of netjes te blijven.
Maar bij iedere productie geldt: ‘nothing for granted, niks voor niets,
dingen kosten moeite'.
We zitten diep in de materie: dit is wat je wilt!
We doen ook geen moeite meer om gezond te eten: we halen bij Wendy’s,
Denny’s, Shoney’s, het geboorteregister van de Nashville fast food gemeente.
Naar Memphis 3
We hebben nu een paar dagen opgenomen en zojuist verlaat Carrie Rodriguez het complex. Ze heeft schitterend viool gespeeld op onze liedjes en we zijn er verheugd over.
Als je aan Nashville denkt denk je aan country, muziekbusiness, en songwriters. Clichés doemen op waarbij je de neiging hebt om het allemaal met een korreltje zout te nemen. Toch wordt je door de realiteit iedere keer om de oren geslagen; deze stad druipt van muziek, en iedereen is doordrongen van de kansen en mogelijkheden die de business zou kunnen bieden. Iedereen schrijft liedjes, loopt te leuren, trapt feestjes af waar een beroemdheid aanwezig zou kunnen zijn, om vervolgens cd- ROM met deuntjes en teksten in zijn of haar colbert te doen belanden in de hoop dat het een hit wordt, dat George Jones het gaat opnemen, dat Taylor Swift het gaat gebruiken. De kans daarop is zo groot als mijn kansen op het winnen van de staatloterij maar toch.
Zo blijkt de dame waar we een huis bij huren een reeks hits op haar naam te hebben staan en de eerste Holland- Amerika song is vanochtend geschreven. Absoluut opwindend om met een Nashville songwriter zo diep in de materie te duiken.We leren?.
Trouwens, de grote namen hier de US zijn in Nederland niet meer echt bekend. Het drukt je neus op het feit dat we in Nederland ons erg focussen op het nationale product, wat niet verkeerd is maar hoeveel navelstaarderij is gezond voor een land dat zich internationaal wil laten gelden.
Okay, ‘music goes where the the money goes’ en in ons geval zijn dat de omroepen in Hilversum die de toon bepalen, waar de commerciële lakens worden uitgedeeld. Ik vind dat prima maar als een 15 jarige jongen op straat niet meer weet wie Bob Dylan is, en denkt dat Beethoven een bijnaam is van een rapper van ‘om de hoek’, dan krab ik toch eens achter mijn oren.
Naar Memphis 2
Ook Nashville lijdt onder de winter. Steen en steenkoud is het hier, wat
curieuze gevolgen heeft.
Aangekomen bij de studio van Jack Clement blijkt de technicus niet te kunnen
komen opdraven omdat zijn auto de driveway niet op kan. De man zit ergens
geïsoleerd op een berg met een opwaartse oprijlaan die vol met ijs ligt.
Winterbanden? Huh?
Wat nu? We komen hier niet naar toe om met onze verkleumde duimen te draaien,
verdomme. Verzin een list.
Een andere technicus wordt aangerukt. Het blijkt verdomme de man te zijn die
een aantal van de wereldberoemde cd’s van Johnny Cash heeft opgenomen,
waaronder het nummer One van U2: Dave Ferguson. In no time veranderen al
onze opnameplannen, de drums worden een trommeltje dat met vingers bespeeld
wordt, het overdubben schaffen we af en uiteindelijk zitten we als rond een
kampvuur in een kringetje liedjes te zingen en die komen op tape, disc moet
ik zeggen.
Cowboy Jack komt zo nu en dan langs schuifelen. Dit is de meest
onconventionele man die ik ken. Het voert te ver om dat alles hier neer te
pennen maar check de columns op www.advanmeurspresenteert.nl,
maar ook hij heeft als motto:Keep it simple !
En zijn klassieke one liner: “It only takes three minutes to cut a hit,
stupid!”
Naar Memphis
Wij, The Watchman & The Folksurvivalclub, zijn geland in Memphis.We gaan in Nashville een cd opnemen en in Memphis een Conference bijwonen waar alles wat beweegt in de ‘American folkscene and beyond’ aanwezig is.
The Folk Alliance Conference. Voor de niet insiders: het woord folk staat in Amerika meestal voor akoestisch, kleinschalig en, niet zelden, voor artiesten met een mening. Dus denk niet meteen aan Iers volksdansen of de IJslandse kromhoorn?
De weg hier naar toe was vooral boeiend. We kwamen maandag terug uit Griekenland van een tournee met een andere band waar we in participeren, No Blues. Ik was gezakkenrold in de Griekse metro en was geld, pasjes en rijbewijs kwijt, onze zangeres haar stem. Een verkoudheid opgelopen in een bandbusje, vliegtuig, zeg maar.
Toestanden!!
Enfin, uiteindelijk geland in Memphis, en ook hier winterse taferelen.
Amerika is raar; ik vind het altijd een ‘even wennen’ aan de lompheid van de vliegveldbeambten, de overdreven veiligheidsvoorschriften, aan de overal aanwezige zoetige geur van barbecue en dito dikke mensen; maar er gaat niets boven het weldadig zoemen van de rental car waarmee we de highway opdraaien om plaats te nemen tussen bange Amerikanen die dit weer niet gewend zijn, geen zout hebben om te strooien, en dus over de weg ‘kruipen’. Als ervaringsdeskundigen, na die paar winters bij ons, laveren wij ons met Hollands branie tussen de slakken door naar onze bestemming. Wat een watjes!
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties




















