EINDHOVEN - Wonderbaarlijk. Er zit geen enkele verrassing in het concert. Alles is even bekend en voorspelbaar. Het grappige voorfilmpje, de meezinghits, de bierregens, de fanfare op het podium, de publiekspolonaise, de vendeliers, zelfs de gastspelers Rowwen Heze en Marco Borsato stonden al jaren eerder naast Guus op de PSV-planken.
Zie ook:
En toch krijgt Meeuwis opnieuw (vrijdag), en opnieuw (zaterdag,) en opnieuw
(zondag) het bomvolle stadion totaal uitzinnig. Maar ook dat is geen
verrassing. Guus is geen zanger, geen ster, maar een fenomeen.
Het succes is werkelijk wonderlijk. De verklaring is even bekend als
ontoereikend. Vraag het kleine Lieke (6) uit Bakel of de krasse Lia
Verspaget (74) uit Eindhoven. Ze zijn waarschijnlijk niet eens de jongste en
de oudste bezoekers. Maar ze komen om dezelfde reden. Het is zo gezellig. En
Guus is zo leuk. En vooral: zo gewoon.
Als geen ander weet de Brabander op ongedwongen, onnavolgbare en
onbegrijpelijke wijze in te tappen op élk Nederlands feestgevoel. Een
Guus-concert is carnavalsdwaasheid en voetbalgekte. Het is een braderie, een
studentenbal, een popfestival, een kroegentocht, een buurt- en-
familiefeest. Een trouwerij, waar intimi én vreemden zich verbroederen rond
de tap en op de dansvloer.
Guus zelf lijkt er niet eens zo veel toe te doen. Zoals hij zelf zegt: het
publiek maakt het feest. Hij is de aangever, het decor, en voor de rest vult
de menigte het zelf dankbaar in. En de menigte houdt niet van verrassingen.
Die wil vastigheid, zekerheid. En vooral: feest!
Het maakt de inmiddels tientallen Guus-spektakels onderling en door de jaren
heen inwisselbaar. Ook nu is er weer een bruidspaar, (Jeroen en Alice de
Krey), dat de huwelijksreis heeft uitgesteld. Ook nu zijn er
vrijgezellenfeesten en vriendenbendes.
De sfeer zit er gegarandeerd en ramvast in, al ver vóór de allereerste minuut,
want even traditiegetrouw is het 's middags flink feest op het Plein van de
Hemelse Voorpret. Het kookt er en het zindert en het oranje voor ieders
ogen. Wat een zet om juist díe kleur te kiezen.
Maar al het gedruis en gehijs is niks vergeleken met wat zich in de
beslotenheid van het stadion zal afspelen. Samenzang en de wave zijn nog
maar het minste: bierregens, polonaises van duizenden, euforie. Jong en oud
brullen mee, opeens zijn we allemaal Brabander. En allemaal zijn we
allerbeste maatjes met Meeuwis.
De glunderende Guus lijkt zelf nog het meest te genieten, klapt even hard voor
ons als wij voor hem. Hij bespeelt toeschouwers tot in de puntjes van het
stadion. Bereikt ze letterlijk, want de podia reiken over de volle lengte
van het veld. Guus rent zich rot, het publiek zwaait zichzelf bijna naar
beneden, opgestoken handen zorgen voor een constant gegolf en het is en
blijft een ongelofelijk gezicht.
Net als carnaval en voetbal heeft ook Guus criticasters en ongelovigen. Zij
hebben hem waarschijnlijk nooit meegemaakt. Ook uw verslaggever is geen
groot fan. Maar: slechts weinig artiesten kunnen Kedeng-kedeng-liedjes
schrijven die zich zó onlosmakelijk in je onderbewustzijn vasthaken. En er
is er geeneen die vijf jaar lang met exact hetzelfde zó veel mensen zó'n
groot plezier kan doen.
Nee, petje af: zoals Guus is er echt maar één.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.



Sorteer reacties




















