Als een rode draad loopt Jos Brink door haar leven. Het was Jos Brink die Lucie de Lange (54) tegen wil en dank de theaterwereld in sleepte en haar aan werk hielp. Het was Jos Brink die meteen vanuit Amsterdam naar Blokzijl reed toen haar zusje stierf aan borstkanker. Ze dankt haar man Jan aan hem.
En het schilderij boven de bank is een huwelijkscadeau van Jos Brink. Sinds zijn dood in 2007 mist ze haar 'grote broer' enorm. Nu speelt ze de hoofdrol in Bessen, door Jos Brink in 1981 geschreven.
Brink werkte samen met haar vader en duwde De Lange het toneel op. Vaak tegen wil en dank. "Ik had helemaal geen ambities het theatervak in te gaan. Ik was stewardes en dat beviel me prima. Nog steeds ontbreekt het me aan theaterambities", lacht De Lange.
Valse opmerkingen over Jos bestrijdt ze onmiddellijk. "Ik kreeg van iemand een artikel uit het boulevardblad de Story door de bus. Hierin werd Willem Nijholt geciteerd. In zijn boek schrijft Nijholt dat Jos ijdel was en ten onrechte de Genesiuspenning, een Sonneveldprijs, heeft gekregen. Ik heb meteen een ingezonden brief geschreven. Jos kan zich niet meer verdedigen. Dus moet ik het doen. Ik heb zoveel aan die man te danken."
Ze ging op zangles, een idee van Jos, maar al die rare oefeningen zou ze toch nooit gebruiken. En ook de auditie op de kleinkunstacademie, voorstel van Jos, mislukte jammerlijk. "Ik was de tekst kwijt, een lied van Jos, ook dat nog. Zenuwen. En ik had mijn moeder mee, wie doet ook zoiets. Bovendien was ik veel te tuttig gekleed. Daar stond ik in een kokerrok en spencertje tegenover een jury van louter hippies. Nee, sindsdien heb ik nooit meer een auditie willen doen. Nou ja, één keer niet zo lang geleden nog. Voor de foute nanny in Mary Poppins. Ze vonden me nota bene te iel. Met mijn postuur! Dat had ik niet eerder gehoord."
Een soloprogramma is niets voor haar. "Ik ben geen Einzelgänger, ik wil niet in mijn eentje de boer op", benadrukt De Lange. "Doe mij maar het gezelschap van de groep. Ik ben een schakel in het geheel. In samenspel komen mijn talenten het beste tot hun recht." Toch is ze graag alleen. In de auto op weg naar repetitie en schouwburg, terug naar huis. En ze kan zich uren vermaken in haar tuinhutje waar ze hartveroverende poppenhuizen maakt. De piepkleine laadjes en kastjes puilen uit van de kleurrijke miniatuurtjes en stofjes. "Ik ben heel lang kind gebleven. Dit is mijn eigen universum. Lekker kneuterig."
Zelf heeft ze nooit kinderen gewild. "Ze trekken wel altijd naar me toe want ze herkennen mijn stem van de vele animatietypetjes die ik doe", zegt ze terwijl ze schakelt van Calimero naar Bianca de Castafiore in de nieuwe Kuifje-film. "Ik wist al vroeg dat ik ze zelf niet wilde."
Ze toont de 'geboortekistjes', kleine kinderkamertjes die ze als kraamcadeautje maakt voor vrienden en bekenden. "Ik loop een beetje achter, dit kindje is al in juni geboren en het is nog niet af." Op elk poppenhuis staat nummer 12 naast de deur. Want dat is haar lijfgetal. Laat het cijfer 12 vallen en Lucie loopt leeg. Het begon met het verongelukken van haar eerste vriendje, op 12 juli. Sindsdien blijft het getal haar achtervolgen. Op 12-12-12 hoopt ze met Jan een groot feest te geven. Dan zijn ze 21 en een 1/2 jaar getrouwd.
Ze ontmoette hem in de stadsschouwburg van Haarlem. Als toneelmeester hees hij haar ooit in een schommel omhoog tot in de nok van het theater. "Wat issie leuk" , zei ze tegen Jos. Die riep meteen: "Ik zal es even besnorren of hij getrouwd is." Voor Lucie is het getal geen obsessie maar ze noemt het liever 'mijn beschermengel'. En er volgt een aaneenschakeling van gebeurtenissen waarin de 12 aan haar zijde is. In hotels, altijd kamer 12. "Ik fotografeer het tegenwoordig want anders gelooft niemand me." De onheilstijding van de Maya's op 12-12-12 heeft haar altijd gefascineerd. "Nee, ik denk niet dat de wereld vergaat. Hoewel, het mag wel, dan hoeven we de rekening van het knalfeest niet te betalen. Ach nee, het einde der tijden: dat zal wel loslopen. Maar er moet beslist een omslag komen. Mensen denken alleen nog aan zichzelf en gooien hun rotzooi op straat. Woedend kan ik daar om worden. Ik heb heel wat blikjes en papiertjes van anderen opgeraapt."
In Blokzijl ondervindt ze een andere mentaliteit. Toen haar moeder in het ziekenhuis lag, en van het een op andere moment werd ontslagen, was Lucie voor een voorstelling in het zuiden. Ook haar man kon op dat moment onmogelijk het theater verlaten. De zangeressen van het Koopmansvrouwenkoor vormden meteen een vangnet. "Dat zijn mijn zusters. De saamhorigheid is hier groot. Er staan veel huizen te koop en inderdaad, de middenstand verdwijnt. Maar in Blokzijl kun je heerlijk wonen. Voor geen prijs wil ik verhuizen." Vanaf januari toert ze opnieuw door het land. Ze speelt de hoofdrol in Bessen, een toneelstuk dat Jos Brink in 1981 schreef voor actrice Henny Orri. "Ik heb het destijds gezien. Hennie was toen, net als ik nu 54, en zat ook 36 jaar in het vak. Ik speel de rol van mevrouw Straatman, een voormalig actrice die in een verzorgingstehuis wordt opgenomen. Ze is in de war en denkt dat ze nog steeds moet optreden. Paul van Ewijk heeft het stuk prachtig bewerkt naar deze tijd. Een tragikomisch verhaal met een verrassend eind." Lucie hoeft niet zo nodig het toneel op. En als ze er dan toch staat, speelt ze bij voorkeur in een lichtvoetig drama. "Ik identificeer me hevig met mijn rol; die narigheid gaat in mijn lijf zitten. Toen ik in 1987 Tine Havelaar in Max Havelaar speelde, kwam ik iedere dag treurig thuis. En ik ging er jankend heen. Ik zit niet meer te wachten op al die ellende. Dan maak ik liever een mooi poppenhuis."
Bessen van Jos Brink
Met Lucie de Lange, Kiki Classen, Vastert van Aardenne en Kaily van Starrenburg.
Bewerking en regie: Paul van Ewijk.
Te zien o.a.: 14/1 De Schalm, Veldhoven; 9/2 De Hofnar, Valkenswaard; 6/4 Parktheater Eindhoven.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.





























