Waar werk van Marco Goecke je dwingt op het puntje van je stoel te gaan
zitten, brengen de choreografieën van Georg Reischl je weer tot rust.
In het nieuwe programma 'Reischl & Goecke', waarmee Scapino Ballet
momenteel door Nederland toert, nemen de beide huischoreografen van het
gezelschap het publiek mee van het ene naar het andere uiterste.
Voor zijn nieuwste werk 'Pierrot Lunaire' koos Goecke het
gelijknamige muziekstuk van Arnold Schönberg. Geen eenvoudige muziek,
waarvoor de componist de gedichten van Albert Giraud rond de clown Pierrot
als uitgangspunt nam. Maar de droevige clown die zijn oorsprong vindt in de
commedia dell'arte is wel een karakter dat past in de vaak mysterieuze
stukken van Goecke. Dat geldt ook voor de muziek die is geschreven voor een
spreekstem, en daarom niet even toegankelijk is maar wel in combinatie met
dans een macabere sfeer oproept.
Een duistere belichting en
razendsnel gefladder en getril. Het zijn dé kenmerken van het werk van
Goecke, die de uitvinder van het 'ballet noir' wordt genoemd. Net als de
muziek misschien niet voor iedereen even toegankelijk, maar wie zich er voor
openstelt komt in een wereld terecht die doet denken aan een vreemde droom
en op een prettige manier een onbehaaglijk gevoel oproept. Dat gebeurt ook
in 'Pierrot Lunaire' dat van begin tot einde boeit op een onbeschrijflijke
manier.
Goecke is in staat iets te doen met de toeschouwer
dat onverklaarbaar en ongrijpbaar is, maar wel fascineert. In 'Pierrot
Lunaire' is dat voor een groot deel te danken aan Rupert Tookey die geen
moment het toneel verlaat en de tragiek van de maanzieke clown visualiseert
zonder enige vorm van symboliek. Die is er alleen in de witte ballonnen als
een subtiel poëtisch detail.
Even mysterieus is Goeckes
'Bravo Charlie' uit 2007 dat in tegenstelling tot 'Pierrot Lunaire' meer
bewegingslagen in zich heeft doordat trage lijnen worden afgewisseld met
bewegingen die in moordend tempo voorbijgaan. Daarbij komen de herkenbare
alledaagse bewegingen, zoals het naaien met naald en draad en schieten met
een geweer.
Hoezeer Goecke ook kan intrigeren, na bijna een
uur hypnotiserende duisternis is licht welkom. Dat brengt Reischl met zijn
nieuwste werk 'Framework' en tevens het laatste dat de scheidend
huischoreograaf voor Scapino maakte. 'Framework' geeft niet alleen licht in
concrete zin - door onder meer de witte gordijnen - maar ook in abstracte
zin. De dansers komen en verdwijnen uit het niets, lijken zich over een golf
voort te bewegen en krioelen over het toneel. Van de toeschouwer wordt niet
verlangd te zoeken naar een diepere betekenis, hier geldt what you see is
what you get. Bij 'Framework', dat even later naadloos overgaat in '7,8.',
is het achterover leunen en genieten met een glimlach, rustig ontwaken uit
die droomwereld van Goecke. Dat maakt dit programma als geheel tot een
combinatie die past als een jas.
'Reischl & Goecke' door Scapino Ballet Rotterdam. Te zien: o.a. 11/3 in
Parktheater Eindhoven en 20/4 in 't Speelhuis Helmond.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.























