EINDHOVEN - De laatste weken is er weer een discussie op gang gekomen over de vraag of de ruit van autowegen rond Eindhoven voltooid moet worden tussen Nuenen en Geldrop of door een hoogwaardige autoverbinding aan de oostzijde van Helmond.
Zie ook:
Een discussie die tien jaar geleden al eens gevoerd is, vooral dan vanuit
Helmondse optiek. Nu we tien jaar verder zijn, omstandigheden veranderd zijn
en opvattingen soms een keer van 180 graden hebben genomen, lijkt het
nauwelijks nog reëel te praten over een ruit rondom Eindhoven/Helmond.
Aldus tekende oud-collega Leo van Lieshout op in het Helmonds Dagblad van –
let wel – 7 februari 1992. Ook na die datum is de discussie over de noodzaak
van een ontsluiting aan de oostkant van Eindhoven niet verstomd.
Integendeel. In de loop der jaren werden talloze oplossingen en varianten –
al dan niet (deels) ondertunneld – bedacht en vervolgens weer afgeschoten.
Zo werd vanaf begin jaren negentig lange tijd gesproken over de 'oosttangent':
een snelweg die ten oosten van Eindhoven zou moeten komen, om aan te sluiten
op de A67. Diverse varianten voor die omleiding passeerden in de loop der
jaren de revue. Zo was er één bedacht die tussen Eindhoven en Nuenen
doorliep, terwijl er ook stemmen opgingen om de weg ten oosten van Nuenen
aan te leggen, tussen Helmond en Nuenen in dus. De plannen stuitten op
weerstand van Rijkswaterstaat, dat vond dat voor een soepele doorstroming
van het verkeer rond Eindhoven volstaan kon worden met de uitbouw van de A2
tussen Best en De Hogt naar tweemaal drie rijstroken.
Ook een
noordelijke omleiding is in beeld geweest: een weg die vanaf Son, ten
noorden van Mariahout, naar de N279 moest gaan lopen. En zelfs is er ooit
eventjes nagedacht over een nieuwe snelweg ten westen van Veldhoven die de
A58 met de A67 moest verbinden.
Vanaf 2004 komt de
Bose-discussie op gang (Bereikbaarheid Oostelijk deel Stadsregio Eindhoven/
Helmond). Maar liefst vijf varianten, plus enkele variaties daarop, werden
destijds tegen het licht gehouden door het regiobestuur SRE. Uiteindelijk
haalden ook deze plannen de eindstreep niet.
En dan is er nu dus
de erkenning door minister Eurlings van het bereikbaarheidsprobleem in
Zuidoost-Brabant. De overheden, hoog en laag, lijken het eindelijk met
elkaar eens te zijn over de voltooiing van de ruit: een tachtigkilometerweg
– althans voorlopig – tussen Ekkersrijt en de N279, gecombineerd met een
opgekrikte N279 naar de A67. Alleen de gemeente Laarbeek is er nog niet
helemaal uit en twijfelt tussen een ondertunnelde weg, parallel aan het
Wilhelminakanaal en een noordelijke omleiding die ten zuidoosten van Breugel
zou moeten starten om via een slingertracé boven Mariahout uit te komen en
aan te sluiten op de N279 bij Boerdonk.
De stuurgroep die de
komende tijd het tracé onder de loep gaan nemen, wacht een pittige
uitdaging.
© Eindhovens Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.




Sorteer reacties














