Volledig scherm
John Jorritsma. © Kees Martens/fotomeulenhof

Hobbelige weg naar bestuurlijke hervorming in Zuidoost-Brabant

EINDHOVEN - Als John Jorritsma zich na zijn aantreden als burgemeester wat meer had verdiept in de recente geschiedenis van Zuidoost-Brabant had hij zich wellicht twee keer bedacht alvorens zijn ideeën over gemeentelijke herindeling te presenteren. Hij zou niet de eerste burgemeester van Eindhoven zijn die de noodzaak van bestuurlijke hervorming ziet, denkt dat de tijd er rijp voor is en vervolgens zijn tanden erop stuk bijt.

Dat hardlopers doodlopers kunnen zijn als het gaat om bestuurlijke vernieuwing bleek toen de Agglomeratie Eindhoven haar ambities zag sneuvelen. Met de ‘Wet van 19 december 1985, tot intrekking van de Wet agglomeratie Eindhoven’ werd het vonnis geveld. Wat ging er mis, nadat het bestuurlijke experiment nog geen tien jaar daarvoor zo voortvarend van start was gegaan?

Ambities
Eindhoven en de tien omliggende gemeenten - Best, Geldrop, Heeze, Leende, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre - besloten begin jaren zeventig tot een vrijwillig en vergaand samenwerkingsverband. Besluiten van de agglomeratieraad zouden bindend zijn. De omvang van het takenpakket van de agglomeratie zegt veel over de ambities: woningbouw, werkgelegenheid, verkeer en vervoer, milieuzorg, gezondheidszorg, onderwijs, brandweer en woonwagenzorg.

Na Rijnmond was de Agglomeratie Eindhoven het tweede gewest met een wettelijke basis. De wet was in grote lijnen door de agglomeratie zelf opgesteld. Tijdens de behandeling ervan kon de Tweede Kamer het echter niet laten om een aantal wijzigingen aan te brengen. De meest verstrekkende was de rechtstreekse verkiezing van de leden van de agglomeratieraad door de bevolking. De deelnemende gemeenten zagen meer in getrapte verkiezingen door de gemeenteraden. Door verder te gaan dan de gemeenten legde de Tweede Kamer nog voor de start een bommetje onder de agglomeratie.

Bedreiging
In november 1976 gingen de burgers naar de stembus om de 55 leden van de agglomeratieraad te kiezen. Bij de installatie juichte minister De Gaay Fortman (Binnenlandse Zaken) ook het intergewestelijk overleg tussen de agglomeratie en de buurgewesten Kempenland en Helmond toe. Hij - en hij niet alleen - zag al voor zich hoe de agglomeratie zou uitgroeien tot provincie nieuwe stijl. De agglomeratie kon volgens de minister baanbrekend werk verrichten voor zijn plannen om het binnenlands bestuur opnieuw in te richten.

Na twee verkiezingen - in 1976 en 1982 - taande het enthousiasme. De agglomeratie werd verweten dat zij zich had vervreemd van de gemeenten. In Den Bosch werd het zelfstandige bestuursorgaan in de regio Eindhoven vooral gezien als een bedreiging voor de provincie. De agglomeratie werd beschouwd als koekoeksei. En dat had alles te maken met de door Den Haag afgedwongen rechtstreekse verkiezingen en het ook al door de regering geëntameerde streven naar een provincie Zuidoost-Brabant. Dat was twee bruggen te ver. Hoe het bestuur van de agglomeratie onder voorzitterschap van Wim van Elk ook zijn best deed, er was geen redden aan.

Lees dinsdag het hele artikel in het ED, of via de digitale krant.

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement