Volledig scherm
Anne Veenendaal (l) © Getty Images

Oranje-goalies vormen bijzonder koppel: 'We zijn allebei goed genoeg'

Na in de poulefase per helft te hebben gerouleerd, gaat Oranje vanaf de kwartfinale van het WK hockey met één vaste keepster spelen. Anne Veenendaal en Josine Koning wachten in spanning af wie het wordt.

Door Rik Spekenbrink

Volledig scherm
Carlien Dirkse van den Heuvel en keeper Josine Koning tijdens de training in het Lee Valley Hockeystadium © ANP

Ook voor de twee keepsters van Oranje begint het WK gevoelsmatig pas écht morgenavond, met de kwartfinale tegen Engeland. Anne Veenendaal en Josine Koning speelden ieder steeds één helft in de drie poulewedstrijden, die met 7-1, 7-0 en 12-1 werden gewonnen. Amper hadden ze wat te doen. ,,Aan de ene kant jammer, aan de andere kant: als we het heel druk hadden gehad, was er iets niet goed geweest”, zegt Veenendaal, die ongeveer ‘3 keer 3 ballen’ zegt te hebben gehad. ,,Er zat maar één echte redding tussen. De rest was meer tegenhouden. Maar dat weet je als je keepster bent van Oranje.”

Vanaf de kwartfinale, morgenavond tegen Engeland, stopt het roulatiesysteem en kiest bondscoach Alyson Annan één goalie. Beiden weten nog niet wie het wordt.

Veenendaal en Koning (beiden 22) vormen een bijzonder koppel. Ze schelen slechts 5 dagen en zijn al sinds hun elfde aan elkaar verbonden. Veenendaal: ,,Ik speelde bij Hilversum en Josine bij Amersfoort toen we elkaar in het districtteam C leerden kennen. We zaten vaak in dezelfde selectieteams. Het fijne is dat ik het goed met Jos kan vinden.” Koning: ,,Ongelofelijk eigenlijk hoe onze carrières zo zijn uitgestippeld. Ik vind het wel een mooi verhaal.”

Amsterdam-keepster Veenendaal heeft iets meer ervaring in Oranje. Toen de jarenlang onomstreden Joyce Sombroek begin 2017 stopte als international was zij de eerste vervangster. Bij het EK van 2017 viel de keuze ook op Veenendaal. Maar Koning, doelvrouwe van recordkampioen Den Bosch, speelde zich met opnieuw een sterk seizoen in de kijker. Ze ontlopen elkaar weinig, zeggen beiden. ,,De verschillen zijn volgens mij vanaf de tribune zichtbaar”, zegt Koning. ,,Ik ben rustiger, Anne is energieker. En ik duik minder snel naar een bal. Uiteindelijk is het een gevoelskwestie. We zijn allebei goed genoeg om de rest van het WK te keepen.”

Beiden vonden het wisselsysteem per speelhelft prima. Op deze manier doen ze allebei ervaring op, zijn ze er allebei klaar voor als ze er moeten staan. Maar ze zouden het logischerwijs ook als een klap ervaren als de keuze voor de rest van het WK op de ander valt. Koning: ,,Natuurlijk. Het voelt denk ik hetzelfde als voor een speelster die op het laatst afvalt voor een groot toernooi. Je bent verdrietig, maar ik moet dat eventueel bij mezelf houden. Je wil er het team niet mee belasten en moet de focus vasthouden voor de rest van het toernooi.”

,,Natuurlijk wil je als keepster ook alles spelen. Als de keuze op Josine valt, is dat een klap. Maar dan zijn er dus ook punten waaraan ik moet werken, en ga ik dat doen.”