Hoe Hyundai luisterde naar zijn klanten: de verbeterde Ioniq Electric

VideoHyundai heeft goed geluisterd naar de klachten van klanten over de elektrische Ioniq. Hij werd daarom op een aantal belangrijke punten vernieuwd. Maar niet in alles gaat hij erop vooruit. 

In bijgaande video gaat Werner Budding van onze autoredactie uitgebreid in op de rijeigenschappen en de aandrijflijn van de vernieuwde Ioniq Electric. Maar ook de levertijd komt aan de orde. 

De grotere accu laadt bij een snellader iets minder snel dan voorheen, zo blijkt. Maar daar staat tegenover dat de Ioniq nu wel verder komt met zijn opgeladen batterijen: 313 kilometer welgeteld, volgens de WLTP-norm. Daarmee schaart de Ioniq zich in de middenmoot, want met een Kona of een Kia e-Niro kom je met zo’n 450 kilometer een stuk verder. Wie de Ioniq Electric via een standaard laadpunt volledig wil opladen, moet daar al gauw zes uur en vijf minuten voor uittrekken.

Volledig scherm
De vernieuwde Ioniq heeft een andere grille, de twee klepjes in de neus gaan open zodra de accu's meer koeling nodig hebben © Hyundai
Volledig scherm
Het glimmend zwarte paneel, voorzien van ingelegde druktoetsen, is ook nieuw © Hyundai
Volledig scherm
De grille, voorbumper, lichtunits en wielen zijn opnieuw ontworpen © Hyundai
Volledig scherm
Snellader kan de Ioniq met maximaal 100 kW © Hyundai
Volledig scherm
De Hyundai Ioniq Electric © Hyundai
Volledig scherm
Hyundai Ioniq Electric © Autoredactie
Volledig scherm
Een prima gezinsauto: de Ioniq Electric is redelijk ruim © Hyundai
  1. Waarom moeten elektrische auto’s zo snel zijn?
    VRAAG & ANTWOORD

    Waarom moeten elektri­sche auto’s zo snel zijn?

    Elektrische, emissievrije auto’s zijn een zegen voor het milieu, maar door hun hoge gewicht en grote vermogen kunnen ze meer schade bij een ongeval aanrichten. Wanneer de tweedehandsjes straks in handen komen van jongelui die nu snelle, oudere BMW’s, Audi's en GTI’s rijden, voorzie ik meer verkeersslachtoffers. Is daar onderzoek naar gedaan? Waarom zetten fabrikanten niet meer in op zuinigheid en minder op sprintvermogen? –Erik Stoutjesdijk