Volledig scherm
© RV

Speelgoed voor de rijken

Soms is een auto een meesterwerk op wielen. Net als bij een kostbaar schilderij, is hij vooral bedoeld om naar te kijken. Pijnlijk voor de designers die eraan hebben gewerkt én het grote publiek.

Een Nederlandse eigenaar van een Porsche 911 verkocht zijn auto vijf jaar geleden aan een Duitse verzamelaar. De auto uit 1964, het allereerste bouwjaar van de Porsche 911, bracht 150.000 euro op. Dat was een veelvoud van wat de eigenaar er zelf voor had betaald. ,,Wat gaat u met de auto doen?’’, vroeg de Nederlander aan de nieuwe eigenaar. ,,Toerritten? Puzzelrally’s?’’ ,,Niets”, antwoordde de man. ,,Deze auto verdwijnt in een kelder onder mijn huis en komt er nooit meer onder vandaan. Ik ga er af en toe vanaf een fijne stoel naar zitten kijken en zou het liefst zien dat iedereen vergeet dat-ie bestaat.”

Porsche-fans die dit verhaal hoorden, reageerden geschokt. Het concept van een auto kopen om er dan niet mee te gaan rijden, was destijds redelijk uniek. Maar niet compleet onlogisch. Het was kennelijk de droom van die man ooit een Porsche 911 te bezitten en dat was gelukt. De afgelopen jaren is deze groep ‘statische’ verzamelaars enorm gegroeid. Rijden is bijzaak en vaak komt het er helemaal niet van. Er is zelfs een speciale term voor dit soort auto’s ontstaan: trailer queens.

Prijswinnaars

Volledig scherm
© RV

,,Trailer queens zijn auto’s die uitsluitend op een aanhanger worden vervoerd, naar beurzen en tentoonstellingen”, zegt autohistoricus Vincent van der Vinne. ,,Waardevolle klassiekers die te duur zijn om mee te rijden en die ook niet voor dat doel zijn gekocht. Deze auto’s zijn bijna overgerestaureerd en dienen uitsluitend om prijzen te winnen op concoursen. Ze mogen niet worden beschadigd, want ieder krasje, grassprietje of oliedruppeltje betekent puntenaftrek.’’

Het beeld doet soms wat kolderiek aan. Prachtige auto’s, die tijdens een concours door vier mannen van een trailer worden gehaald, zodat de auto niet hoeft te remmen bij het afrijden, waardoor de remschijven niet slijten. In veel gevallen is de benzinetank zelfs helemaal leeggemaakt. En áls er al eens mee wordt gereden, is het met een andere motor. Het originele ‘matching numbers’-blok ligt vaak goed geconserveerd op de plank of in een grote bak olie, zodat het niet slijt of wordt aangetast. 

Design

Volledig scherm
© RV

De trailer queens zijn kunstwerken op wielen. En voor degenen die het verafschuwen dat auto’s niet langer worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn, is er maar één advies: wen er maar aan. ,,En waarom ook niet?’’, vraagt Van der Vinne zich hardop af. ,,De vormgeving van een auto wordt steeds belangrijker. In feite is de fabrikant alleen maar verantwoordelijk voor chassis en motorblok. De vormgeving is een product van de ontwerper. Die staat steeds meer in de belangstelling.’’ 

De auto als rijdend kunstwerk is in veel gevallen al realiteit. Zo werden enkele jaren geleden tijdens Nederlands bekendste kunstbeurs PAN in de Amsterdams RAI ook tijdelijk klassieke auto’s als kunstobjecten tentoongesteld. Elders in de wereld, bijvoorbeeld in het Museum of Modern Art in New York stonden al meer fraaie auto’s, waaronder de Jaguar E-type. Dat na de wettelijke erkenning van klassieke auto’s als Rollend Erfgoed deze nu ook tot de objecten van kunst, renovatie en conservatie worden gerekend, is een mooie ontwikkeling, waarmee het verzamelen van auto’s nog meer uit de hobbyhoek wordt getrokken.

Kunstwereld

Dat de klassieke auto steeds meer wordt beschouwd als een kunstwerk op wielen met navenante prijzen als gevolg, verbaast Van der Vinne niet. ,,Met een auto kun je altijd nog gaan rijden, gelijkgestemden ontmoeten, je kunt de auto verbeteren of restaureren. Het hoeft allemaal niet, maar het kan. Je ziet het ook terug in de prijsontwikkeling. Er komt een kleine groep auto’s van bekende carrosseriebouwers bovendrijven. Een zeldzame bovenklasse van auto’s ontworpen door Saoutchic, Chapron, Bertone of Touring. Daarmee vertoont de wereld van klassieke auto’s nog meer overeenkomsten met de kunstwereld, waar ook een betrekkelijk kleine categorie kunstenaars de topprijzen van meer dan 20 miljoen opbrengen.’’

Toch leidt het feit dat er zo weinig wordt gereden met de mooiste klassieke auto’s tot een bepaalde mate van onvrede bij liefhebbers van klassieke auto’s met een kleinere beurs. ,,Op die manier zien we nooit meer mooie auto’s rijden, al die rijkaards houden die auto’s afgeschermd voor liefhebbers”, is een veelgehoord commentaar. Ook de exorbitante prijzen zorgen voor wrevel: doordat de auto steeds meer als kunstwerk wordt gezien, schieten de prijzen omhoog. Wat de critici echter vergeten, is dat veel verzamelaars wrakken opkopen en restaureren of conserveren, die anders voorgoed verloren waren gegaan. Nu blijven ze de komende eeuwen bewaard voor het nageslacht, als ronkende relieken uit een tijd waarin je nog zonder scrupules benzine mocht verstoken om je auto voort te bewegen.

Volledig scherm
© David Paul Morris/Bloomberg