BMW M5 Touring
Volledig scherm
BMW M5 Touring © BMW

Waarom BMW een 5 Serie met F1-motor bouwde

In de kelders van BMW's hoofdkwartier in München staat een zeer bijzondere BMW: een 5 Serie Touring met een 627 pk sterke 6,1 liter V12. De auto diende als test voor de McLaren F1.

De McLaren F1 uit de jaren tachtig is een van de bekendste sportwagens uit de autogeschiedenis. Deze uitzonderlijke hypercar met drie zitplaatsen en vergulde motorbaai werd aangedreven door een atmosferische 6.1 V12 met 627 pk van BMW. Maar bijna niemand weet dat BMW de motor eerst getest heeft in een M5 Touring.

Tot nu toe was bekend dat McLaren twee Ultima’s gebruikte voor het testwerk. De ene kreeg een V8 van Chevrolet en de andere kreeg de V12 van BMW. Maar dat voor het testwerk ook een BMW 5 Serie werd gebruikt, was tot nu toe niet bekend. Het bestaan van het bizarre prototype werd onthuld door David Clark, destijds verantwoordelijk voor de straatauto’s van McLaren. Dat deed hij in The Collecting Cars Podcast, de podcast van Top Gear-presentator Chris Harris. 

Clark heeft ook met het prototype gereden. ,,Het was een gestoorde auto”, gaf hij toe. En dat is niet zo vreemd, want ook al was de basis een M5: een V12 met meer dan 600 pk met de potentie om 386,5 km/u te rijden is in geen enkele straatauto gemakkelijk te temmen. De grote vraag is natuurlijk of we de speciale BMW ooit te zien of te horen krijgen.

  1. ‘Heeft mijn Porsche een computerfout en moet ik dat accepteren?’
    VRAAG & ANTWOORD

    ‘Heeft mijn Porsche een computer­fout en moet ik dat accepteren?’

    ,,Bij de aflevering van mijn Porsche Macan (2,0 liter viercilinder) meldde de boordcomputer dat ik 17.000 km of een jaar met de olie kon doen, terwijl de documentatie 30.000 km of 2 jaar voorschrijft. Het wordt door een sensor en de computer bepaald, zegt mijn dealer. Dat is niet waar: elke keer staat er weer 17.000 km of 1 jaar. Ik denk dat die computer verkeerd is geprogrammeerd. Dat kost mij elk jaar 400 euro aan olie. Moet ik dit zomaar accepteren?”, vraagt lezer Paul Pardon.