Volledig scherm
Het NS-station van Best. © Archieffoto Vincent Wilke/fotomeulenhof

Eerste stap naar nieuw stationsgebied Best

BEST - Het stationsgebied van Best vormt een barrière tussen de wijken van Best. Toch zijn er ‘ongelooflijke mogelijkheden’, dankzij de ondergrondse ligging van het spoor, om het gebied om te vormen tot een ‘verbindende schakel’ tussen alle wijken van Best. 

Dat stelt het college van burgemeester en wethouders in een concept-voorstel aan de gemeenteraad. Als de raad akkoord gaat, wordt een bedrag van 250.000 euro vrijgemaakt om onderzoek te doen naar de manieren om het gebied opnieuw in te richten. Daarvan gaat 150.000 euro naar het inhuren van deskundigen op gebied van onder meer openbaar vervoer, stedenbouwkunde, juridische advisering en communicatie. De rest, 100.000 euro, moet de extra ambtelijke inzet dekken. Gaande het proces moet duidelijk worden of er nog meer geld moet worden uitgetrokken voor dit ambitieuze plan. 

Leefbaarheid

De stationsomgeving moet een rol gaan spelen bij het verbeteren van verbindingen tussen verschillende vervoerssoorten, zoals fiets, auto, trein en bus. Dat vereist voorzieningen, zoals verkeersveilige aansluitingen op de hoofdwegen, voldoende parkeerruimte en fietsenstalling. Daarbij moet de leefbaarheid van de omgeving en de toegangswegen behouden blijven. Best wil hiermee aansluiten op toekomstige wensen op gebied van mobiliteit, economie en volkshuisvesting. 

Als de gemeenteraad akkoord gaat, begint het plan met een inventarisatie van de meningen van betrokkenen, zoals omwonenden, bedrijven, mogelijke investeerders en grondeigenaren. Hieruit moet bijvoorbeeld duidelijk worden voor welke groepen er hier huizen gebouwd moeten gaan worden en welk deel moet worden gereserveerd voor sociale huur. 

Een ander aspect is het aanleggen van wandel- en fietsverbindingen tussen het NS-station en het centrum van Best. Verder komt er een onderzoek naar mogelijkheden om het tunneldak te kunnen gebruiken voor verbetering van de omgeving. 

‘Onhaalbaar’

Het college wil voorzichtig te werk gaan. Dit om te voorkomen dat er geld, tijd en energie wordt gestoken in plannen die achteraf ‘volstrekt onhaalbaar zijn', staat in het concept-voorstel. Uitkomsten van de eerste verkennende fase hebben nog ‘geen enkele status', stelt het college.

De tweede fase loopt vanaf het najaar van 2020 tot in 2021. Dan moeten de plannen meer concreet worden met het vastleggen van uitgangspunten en randvoorwaarden. Dan ook wordt een eerste aanzet gemaakt voor een ruimtelijk plan. Daarna worden de financiële zaken geregeld en worden afspraken juridisch vastgelegd. Na 2022 begint het opstellen van een stedenbouwkundig plan. Sluitstuk is het bestemmingsplan herzien, waarna de daadwerkelijke uitvoering kan beginnen.