Volledig scherm
Molenaar Henk Raaijmakers aan het werk bij De Volharding in Best. © Margot Franken

Molendag in Best en Oirschot

OIRSCHOT/BEST - De Volharding in Best en De Korenaar in Oirschot stelden afgelopen weekend tijdens de nationale molendagen hun deuren open voor het publiek.

In Best draaiden afgelopen zaterdag de wieken 'voor de prins'. Er wordt dan niet echt gemalen, vanwege de veiligheid, maar des te meer enthousiast verteld over de geschiedenis van de korenmolen. Een bijzonder gezicht is het wel, de bijna honderdzeventig jaar oude molen tussen de hoogbouw in het centrum van Best.

Terwijl buiten de muzikanten van de Beste muziekgroep de Foepers een vrolijk deuntje spelen, leidt Marcel Hesen, vrijwilliger bij stichting Vrienden van de Molen, binnen de bezoekers rond. ,,Ja, de molen stond vroeger echt niet tussen zoveel huizen, die zijn er in de loop der tijd omheen gebouwd." Hij vertelt over de aantallen molens in Nederland, in 1850 nog elfduizend, nu nog elfhonderd. De molen in Best is in 2011 weer in bedrijf gegaan, na heel veel inspanningen van mensen met hart voor de molen. ,,Hij draait twee dagen per week, op dinsdagen en zaterdagen." Bij een groepje kleine kinderen, die mogen hijsen aan het luiwerk, wordt inmiddels gegniffeld als een vrijwilliger vertelt hoe de ribbels van de molenstenen worden aangescherpt - met een bilhamer.

Internationaal verkoper Henk Raaijmakers uit Best, zoon van een molenaar, is sinds 2014 een van de molenaars op De Volharding. Hij ontdekte dat de tweejarige opleiding tot molenaar voor de helft uit weerkunde bestaat. ,,Mijn vader was ook altijd buiten, hij keek wat de wolken deden. Vooral bij onweer was hij buiten te vinden."

Oirschot

Ook in Oirschot werden zondagmiddag de deuren van de molen wagenwijd opengezet. De molen uit 1857 is in handen van de familie Verbruggen. Twee jaar geleden overleed molenaar Willem Verbruggen op 76-jarige leeftijd. Zijn kleinzoon Maikel Aarts (28) uit Oirschot zet de molenaarstraditie, die één generatie oversloeg, voort. Hij is inmiddels begonnen aan de opleiding tot molenaar.

Als zoon van horecaondernemers was Aarts vaak te vinden bij zijn opa en oma, die bij de molen woonden. ,,Zodoende kwam ik al jong in aanraking met klusjes rondom de molen. Opa zette mij dan aan het werk. Ik was zeven of acht jaar en moest zakken openvouwen, gewichtjes aangeven. Later, toen ik twaalf was, mocht ik de molen bedienen.”

Aarts werkt in de verkoop bij VDL. Drie jaar geleden kwam hij tot het besef dat hij het vak van zijn opa wilde voortzetten, maar tijd ontbrak. ,,Ik wil de molen in de familie behouden en de kennis van het vak ook doorgeven aan nieuwe generaties. Ik leer het vak nu van molenaar Anja de Brouwer uit Best, en zij leerde het van mijn opa. Indirect leer ik zo toch nog de eigenwijze kneepjes van mijn opa'', lacht hij.