Boeren protesteerden eerder deze week al bij het provinciehuis in Den Bosch tegen de strenge milieueisen.
Volledig scherm
Boeren protesteerden eerder deze week al bij het provinciehuis in Den Bosch tegen de strenge milieueisen. © ANP

Waarom het Brabantse boerenprotest anders is dan in andere provincies

AchtergrondDEN BOSCH - Brabantse boeren lopen al dik twee jaar te hoop tegen de strenge milieueisen die de provincie aan hun stallen stelt. Vandaag doen ze een ultieme poging om de politiek nog tot verandering te bewegen. 

Volg alle ontwikkelingen over het boerenprotest vrijdag in ons liveblog.

Het zijn bijzondere tijden in het Brabantse provinciehuis. In de grote centrale hal komen deze week dagelijks zo'n tweehonderd boeren bijeen, meestal gewapend met sleutels en een Friese vlag. De sleutels komen ze inleveren: het Brabantse boerenbeleid zou hen geen andere keus laten. De flirt met Friesland komt vooral voort uit het feit dat die provincie twee weken terug als eerste haar stikstofregels introk. De climax volgt vandaag, bij een voor de agrarische sector cruciaal debat. De voornaamste inzet: uitstel van de datum waarop boeren een vergunning moeten aanvragen voor een duurzame stal.

Om de onvrede van nu te begrijpen, moeten we eerst terug naar 7 juli 2017. Ook toen zat het Brabantse provinciehuis vol met boeren, en ook toen liepen de emoties hoog op. In de aanloop naar die vergadering gebeurde in Brabant wat er nu in heel Nederland gebeurt. Het provinciebestuur constateerde dat een ernstig stikstofoverschot kwetsbare natuurgebieden als De Peel en De Kampina bedreigde, en besloot in te grijpen. Er kwam daarom, net als nu landelijk gebeurt, een pakket aan maatregelen tot stand om de uitstoot van boerenbedrijven in te dammen. De meest verstrekkende: elke veehouder met een oude stal moest voor 2022 aan strengere milieueisen voldoen. Dat terwijl aanvankelijk 2028 was afgesproken. Het leidde tot woede bij boerenorganisaties.

Tekst gaat door onder de video:

Compliment

Nu stikstof in heel Nederland bovenaan de politieke agenda prijkt, zint het Rijk op vergelijkbare maatregelen. Sterker nog: de plannen om tot schonere stallen te komen, zijn op de Brabantse leest geschoeid. Een verkapt compliment voor de besluiten uit 2017, zou je kunnen stellen. Maar daarbij doet zich wel een probleem voor. Het is immers nog onduidelijk hoe het Haagse beleid precies uitwerkt. Dat terwijl alle boeren die voor 2022 hun stal moeten aanpassen nu snel moeten kiezen. De provincie heeft de uiterste deadline om een vergunning aan te vragen op 1 april 2020 gesteld. Dat leidt tot hoofdbrekens: wat als een Brabantse ondernemer nú in een nieuwe stal moet investeren, terwijl Den Haag misschien met een gunstiger regeling komt?

Het toeval wil dat de Brabantse politiek vandaag de datum van 1 april 2020 definitief juridisch vastlegt in een saai en veelomvattend stuk dat de 'interim-omgevingsverordening' heet. De vergadering gaat in theorie dus helemaal niet over boeren en stikstof. ZLTO en andere boerenorganisaties zien het echter als de laatste kans om de politiek tot uitstel te bewegen; zij hebben de druk met hun acties nog eens flink opgeschroefd.

Dat heeft in elk geval de Brabantse coalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA al onder hoogspanning gezet. De samenwerking tussen die vijf partijen kwam dit voorjaar toch al moeizaam tot stand. Het CDA voerde in de vorige periode fel oppositie tegen het stikstof- en stallenbeleid, maar wist de andere partijen bij de coalitieonderhandelingen niet tot een omslag te bewegen.

Wanhoopsdaad

Het bracht de christendemocraten vorige week tot een wanhoopsdaad. In een persbericht formuleerde de partij enkele forse eisen; zo moet de deadline van 1 april in de ijskast en zal het CDA 'elk voorstel tot gedwongen krimp van de veestapel blokkeren'. De vier coalitiepartners, maar ook de twee CDA-gedeputeerden in het provinciebestuur, reageerden onaangenaam verrast. De partij heeft zich daarmee in een moeilijke positie gebracht. Als de fractie de eisen vandaag afzwakt, wekt ze immers de toorn van de vele honderden boeren die bij het debat worden verwacht.