Het voorpootrecht van 1396 is nog steeds rechtsgeldig in Haaren.
Volledig scherm
Het voorpootrecht van 1396 is nog steeds rechtsgeldig in Haaren. © Sander Wieringa

Haaren vangt bot bij rechtbank over eeuwenoud voorpootrecht

HAAREN - Hop, hop, zei de gemeente Haaren. En 32 bomen die een bewoner van de Giersbergsebaan in de berm langs de weg had geplant, werden uit de grond gerukt. Het werd een rechtszaak. Haaren moet nu de schade betalen. Want het voorpootrecht uit 1396 geldt nog steeds.

Milieuwetgeving uit het jaar 1396 na Christus. Misschien dacht de gemeente Haaren dat ze daar wel mee weg zou komen als ze die regels niet meer zo nauw zou nemen. Maar de rechtbank en nu zelfs ook het Hof oordelen anders.

Quote

Gemeente­amb­te­na­ren trokken de boompjes uit de grond, toen volgde een rechtszaak

Sander Wieringa, Buurtbewoner

Begin 2017 meldde een Helvoirtenaar zich bij de gemeente Haaren dat hij in de bermen rond zijn huis aan de Giersbergsebaan op de Distelberg boompjes ging zetten, op grond van het aloude voorpootrecht. De gemeente verbood dat. De bewoner liet het erop aankomen en ging toch planten. ,,Daarna trokken gemeenteambtenaren de bomen uit de grond en vernietigden die. De bewoner stapte naar de rechter”, zo vertelt Sander Wieringa het verhaal over zijn buurtgenoot.

Haaren draait nu voor de kosten op

De rechtbank gaf de bewoner eind 2017 op alle punten gelijk: zijn voorpootrecht werd bevestigd, de aanplant moest op kosten van de gemeente terugkomen en de gemeente draaide op voor de gerechtskosten. Haaren ging daarna in hoger beroep bij het Gerechtshof. Maar het Hof gaf de burger zeer onlangs opnieuw volledig gelijk en de gemeente ongelijk. Ook de gerechtskosten van dit hoger beroep moet de gemeente betalen. Alles bij elkaar een dikke 3000 euro.

Milieuwetgeving uit de middeleeuwen

Wieringa: ,,Helemaal terecht. Als het verkeerstechnisch helemaal niet kan, dan heeft de gemeente een punt. In dat oude voorpootrecht, eigenlijk is dat al milieuwetgeving uit de middeleeuwen, staat alleen dat de bomen de gewone doorgang niet mogen belemmeren en dat de planter voor de bomen moet zorgen. Haaren zou die pootrecht moeten omarmen. Zeker nu we discussies voeren over meer bomen planten en CO2 opvangen.”

Het voorpootrecht kregen de inwoners van veel dorpen in de Meierij in de middeleeuwen van de toenmalige hertogen van Brabant. In het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) in Den Bosch liggen daarvan de oorkondes. De ingezetenen van Helvoirt kregen het recht in 1491, eeuwigdurend. Latere wetgeving heeft dit ‘regt van voorpootinghe’ nooit teniet gedaan.

Bomen voor houtproductie en om zandverstuiving tegen te gaan

Het voorpootrecht werd ook toegekend aan onder meer Haaren in 1396, Oirschot in 1446, Schijndel in 1465, Rosmalen in 1490, Vught en Cromvoirt in 1498, Esch in 1553, Veghel in 1629 en Liempde in 1650. In 1696 werd het voorpootrecht algemeen verbindend verklaard voor de hele Meierij van ’s-Hertogenbosch. Het heeft geleid tot het typische Meierijse coulisselandschap met rijen populieren – snelgroeiend gebruikshout – langs de buitenwegen. ,,Zo werd enerzijds de houtproductie verhoogd, maar ook was het om de grote zandverstuivingen tegen te gaan.”

Veel gemeenten stimuleren juist het voorpootrecht

,,Veel gemeenten in de Meierij vinden dit prachtig en stimuleren particuliere bomenaanplant in gemeentebermen. Juist nu, tegen CO2 en stikstof. Maar Haaren wil het niet en bestrijdt het voorpootrecht. Ten onrechte, staat in het arrest van het Hof”, aldus Wieringa.

Het arrest betekent dat een bewoner het recht heeft om zelf bomen te planten in de gemeenteberm voor de erfgrens, mits in die berm geplant kan worden en mits de rijbaan open blijft. Wel moet de eigenaar van de bomen zorgen voor onderhoud en is hij aansprakelijk bij schade door de bomen. ,,zo heeft het Hof nu maar weer eens die hele oude wetten opnieuw bekrachtigd. Als we straks bij een andere gemeente horen, dan moeten we ook maar eens gebruik gaan maken van de Populierenwerkgroep van het Groene Woud die dit voorpootrecht stimuleert met boompjes planten in de bermen”, geeft Wieringa aan.