Volledig scherm
Wijkagent Bas van der Moezel op pad in het buitengebied om agrariërs te bezoeken. © Pix4Profs/Marcel Otterspeer

Agent rekent op boer nu politiebureaus uit buitengebied zijn verdwenen

Vroeger was niet alles beter, maar vroeger was er wél meer politie op het Brabants platteland. ,,Bewoners van het buitengebied zouden meer moeten klagen.’’

De politie is altijd dichtbij, schrijft ze op haar eigen website. Daarmee bedoelt ze vooral: wij zijn dag en nacht bereikbaar. Via telefoon, internet en sociale media. En als het nodig is staan we razendsnel bij u op de stoep.

In fysieke zin is de politie niet altijd dichtbij in Brabant. Wie op het platteland woont en zelf wil binnenlopen bij een politiebureau, moet toch al gauw een kilometer of vijf reizen. Voorbij is de tijd dat je in eigen dorp het politiebureau kon binnenstappen om aangifte te doen van diefstal of melding te maken van je onderbuikgevoelens. Moderne tijden, zo’n bureau is ook lang niet meer zo belangrijk als vroeger, roepen de politiebazen nu in koor. Burgers kunnen via pc of iPad aangifte doen en als het nodig is, komt er gewoon een agent aan huis.

Van 62 naar 23 bureaus

Tot het moment dat in 1993 de rijkspolitie en de gemeentepolitie samensmolten, telde Brabant nog 62 politiebureaus. Twintig jaar later, toen de Nationale Politie uit de startblokken schoot, waren dat er nog steeds 56. In 2019 zijn er daarvan nog 23 over. De andere 33 zijn opgedoekt of omgevormd tot een politiepost, waar de burger hooguit een beperkt aantal uren in de week terecht kan – soms alleen op afspraak.

Volledig scherm
In 2013 telde Brabant nog 56 politiebureaus. In 2019 zijn het er nog maar 23. De blauwe bolletjes laten zien waar nu nog politiebureaus zijn. De rode bolletjes laten de plaatsen zien waar de afgelopen jaar zes jaar het politiebureau verdween. In veel van die plaatsen is wel een politiepost teruggekomen, die vooral gebruikt wordt als uitvalsbasis voor de agenten. Zeven politieposten hebben ook een bezoekersfunctie: Cuijk, Veghel, Schijndel, Drunen, Best, Maarheeze en Valkenswaard. © BOR / John Back

Zelden of nooit politie

Vooral op het platteland is het mes gezet in het aantal politiebureaus. Logisch wellicht, want het was altijd al zo dat een politiebureau in de stad meer aanloop krijgt dan daarbuiten.

Maar wie zijn oor te luisteren legt op het Brabants platteland, hoort boven de akkers en stallen een klacht rondzingen: we zien hier zelden of nooit politie. In 2017 schreven de twaalf commissarissen van de Koning een pittige brief aan het kabinet met exact dezelfde strekking: ‘het politieloze platteland’ is een ‘luilekkerland voor criminelen’ geworden.Wie ongestoord een pillenfabriekje of een wietplantage wil beginnen, kan dat het beste doen op het platteland: daar is de pakkans het laagst. Het advies van de commissarissen van de Koning: zorg voor een betere verdeling van de beschikbare mankracht over stad en platteland.

Dienstauto

Op een herfstachtige woensdagmorgen stappen we in de dienstauto bij Bas van der Moezel, operationeel expert en wijkagent in het basisteam Weerijs. Met 147 fte is het team verantwoordelijk voor de ­politiezorg in Etten-Leur, Breda-West, Rijsbergen, Zundert en bij de drukke grensovergang Hazeldonk. Een werkgebied dat naast enkele lastige wijken van Breda een uitgestrekt platteland omvat.

Tekst gaat verder onder de foto.

Volledig scherm
Eindhoven pop-up politiebureau op de Woenselse Markt © Fotopersburo van de Meulenhof BV

Hoe meer, hoe beter

Van der Moezel (34) wil er niet omheen draaien: hij zou dolgraag zien dat minister Grapperhaus morgen dertig extra agenten toebedeelt aan team Weerijs. Werk genoeg. ,,Hoe meer mensen je hebt, hoe beter het is. Natuurlijk.’’ Van der Moezel heeft met veel collega’s gemeen dat hij niet wil blijven zeuren over capaciteitstekorten. Het is zoals het is, ze moeten het doen met de mensen die er zijn.

En toch wil Van der Moezel graag het beeld bestrijden dat het platteland een ‘ondergeschoven kindje’ is voor de politie. ,,Boeren zien niet iedere dag een politieauto rondrijden, maar we zijn er als het nodig is. Een van mijn collega’s heeft al meer dan honderd boeren bezocht in ons gebied. Puur als preventie. We vragen of ze stallen verhuren en hoe ze dat doen. Geven adviezen. ­Samen met de Belgische politie houden we af en toe grenscontroles, we doen het zo ­effectief mogelijk. Het risico dat de politie zich vervreemdt van de burgers is inderdaad aanwezig. Het is ook echt anders dan vroeger, toen de agent nog op zijn fietsje door de wijk reed.’’

Quote

Het risico dat de politie zich vervreemdt van de burgers is inderdaad aanwezig

Bas van der Moezel, operationeel expert en wijkagent in het basisteam Weerijs

Foldertje

We houden halt bij melkveehouder Joris Buijs, in het buitengebied van Etten-Leur. Die krijgt van Van der Moezel een foldertje over de risico’s van ondermijnende criminaliteit op het ‘kwetsbare platteland’. Buijs heeft een florerend bedrijf, criminelen zullen bij hem niet zo snel aankloppen, denkt hij. Met gevoel voor understatement: ,,Maar ja, er gebeurt hier van alles in de buurt, dat klopt.’’ Het telefoonnummer van de politie heeft hij in zijn mobiele telefoon gezet: hij laat het Van der Moezel zien. ,,Laatst heb ik nog gebeld. Er liep hier een vreemde man op het erf, een beetje verward. Jullie waren er snel, dat moet ik zeggen.’’ Van der Moezel glimlacht.

Op het politiebureau in Etten-Leur neemt Van der Moezel zijn bezoek mee naar de ‘innovatiecel’. Midden in de ruimte staat een tafel met daarop een digitaal stuurbord: de interactieve criminele kaart van West-Brabant. Een ‘geweldige snoepdoos’, noemt Van der Moezel het. Op de plattegrond van West-Brabant worden politiedata en data uit openbare bronnen geprojecteerd. Daardoor wordt direct zichtbaar waar zich de criminele hotspots bevinden. Willen we zien waar wietplantages zijn opgerold? Druk op enter. Willen we zien waar de wiettelers wonen? Druk op enter. Willen we zien welke opgepakte drugslaboranten in een duur huis wonen? Enter. Liever alle illegale wapenbezitters? De hooligans van NAC? Roept u maar.

Tekst gaat verder onder de foto.

Volledig scherm
Het oude politiebureau in Kaatsheuvel. © Nico Snels

Dataproject

Het punt dat Van der Moezel wil maken, is dit: met moderne en slimme technologie kan de politie juist veel meer dan vroeger. Het dataproject verkeert nog in de experimentele fase, maar de kans dat het digitale stuurbord nog bij het grofvuil wordt gezet, is nihil. ,,Iedereen die hier komt kijken, wordt er enthousiast van. Het versterkt onze informatiepositie, al blijft natuurlijk de vraag wat je vervolgens gaat doen met al deze gegevens.’’

Even later: ,,Stel je eens voor dat we ook nog de gegevens van de Belastingdienst ­mogen gebruiken: dan heb je meteen in beeld wie een dure auto rijdt, maar geen ­inkomen heeft. Dan kun je toch heel wat dure auto’s gaan terugpakken.’’

Slimmer bestrijden

Het experiment in Etten-Leur getuigt van de weg die de politie wil inslaan: de misdaad, zeker de lastig te doorgronden ondermijnende criminaliteit, moet slimmer worden bestreden. Nieuwe technieken en digitale opsporing zijn belangrijker dan een ­politiebureau in ieder dorp. Je moet niet investeren in stenen, maar in dienstverlening: dat credo klonk al bij de oprichting van de Nationale Politie.

Cyrille Fijnaut, de 73-jarige Tilburgse criminoloog die nog altijd geldt als dé kenner van de Nederlandse politie, waagt niettemin een paar vraagtekens te zetten bij de gemaakte keuzes. Meer investeren in technologie en digitale opsporing: prima, maar voor Fijnaut is het zeer de vraag of dat voldoende opweegt tegen het sterk afgenomen aantal politiemensen in het buitengebied.

Hij wijst naar Goirle, waar de rijkspolitie tot 1993 zo’n dertig politiemensen tot haar beschikking had. Nu zijn er drie wijkagenten. Voor een eerlijke vergelijking moet je daar de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) bij optellen. Die kunnen in dienst zijn van de gemeente, de provincie of organisaties als het Brabants Landschap en Staatsbosbeheer. Met wat goede wil kun je dat voor Goirle naar boven afronden op vijf.

Lees verder onder de podcast.

Podcast

Beluister het verhaal van een boer uit West-Brabant. Tot twee keer toe kreeg hij te maken met drugscriminelen. Maar op hulp van de overheid hoefde hij niet te rekenen. Deze podcast is ook te luisteren via AppleGoogle of Spotify. Volg ons daar, of geef een beoordeling, zodat meer mensen de podcast kunnen luisteren.

Kaalslag

Onvoldoende om het ‘kolossale gat’ op te vullen, zegt Fijnaut. ,,Als je alle vormen van politietoezicht die voor 1995 bestonden in het Brabants buitengebied optelt, dan kun je moeilijk anders concluderen dan dat er een volstrekt ondoordachte kaalslag heeft plaatsgevonden.’’

Fijnaut herhaalt ook wat hij eerder heeft gezegd: het was een ‘strategische blunder’ om de Nationale Politie niet beter lokaal in te bedden, met per gemeente minimaal één politiebureau. ,,De politie heeft zo een belangrijk deel van haar informatiepositie verloren. Het sluiten van die bureaus is ook heel slecht voor de verstandhouding met de plaatselijke bevolking. En dat probleem valt niet te compenseren met betere technologie en communicatiemiddelen. Als je dan zo’n grote illegale drugsindustrie hebt, is het ­logisch dat de producenten uitwijken naar gebieden waar de pakkans een stuk lager ligt.’’

De politie in Brabant zegt geen cijfers te kunnen verstrekken over het aantal agenten dat actief is in het buitengebied. Te ingewikkeld, want er zijn veel politiemensen die in de stad én op het platteland werken. En als de nood aan de man is, kan iedereen overal ingezet worden: dat is nou precies het grote pluspunt van één Nationale Politie. Ook het aantal beschikbare surveillanceauto’s per basisteam wordt niet verstrekt.

Onder de maat

Wel beschikbaar zijn de aanrijtijden van de politie. De politie heeft zichzelf verplicht om bij 90 procent van alle spoedmeldingen binnen een kwartier ter plekke te zijn, maar Brabant scoort hier al jaren onder de maat. Verbetering blijft ook uit, zo laten de cijfers zien. In Oost-Brabant was de politie in 2016 in 83,1 procent van de spoedgevallen op tijd, in 2017 was het 81,9 procent en in 2018 was het 81,0 procent. In Zeeland/West-Brabant gaat het amper beter: 82,4 procent in 2016, 82,3 in 2017 en 82,4 in 2018. De steden krikken het gemiddelde op. In Tilburg scoort de politie al drie jaar lang boven de 90 procent. In de achterhoede zien we plattelandsgemeenten als Alphen/Chaam, Reusel-De Mierden, Bergeijk, Baarle-Nassau en Landerd, waar de percentages tussen de 46 en 69 schommelen.

Politiechefs die het streefpercentage van 90 per se willen halen, staan voor de keuze om meer agenten vrij te maken voor de noodhulp. En dat betekent ­onvermijdelijk dat ze op andere afdelingen mensen weg moeten halen, met als gevolg dat het werk zich daar nog vérder opstapelt. Het zijn de dilemma’s waar iedere leidinggevende bij de politie mee worstelt: het moet uit de lengte of de breedte komen. En hoe verstandig is het om het ene gat met het andere te vullen?

Je kunt het de politie niet aanrekenen, vindt Maarten Brink. Hij is politieman in het team Weerijs (van de ­digitale snoepdoos) en is actief voor vakbond ACP. ,,We willen wel, maar we kunnen niet. Het beleid deugt niet. De politie kan niet alles blijven doen, maar er worden geen keuzes gemaakt om capaciteit te winnen. De leiding moet ‘nee’ leren zeggen tegen bepaalde verzoeken om bijstand. Het is volkomen terecht dat boeren de politie een onvoldoende geven.’’

Tekst gaat verder onder de foto.

Volledig scherm
Politiecellen r komen te voorschijn bij sloop politiebureau in Asten © Ton van de Meulenhof

Brink ziet het in zijn eigen basisteam. ,,In de jaren negentig had Zundert nog een eigen politiebureau met veertig mensen. Daar kwamen mensen binnen, aan de balie een praatje maken of een gevonden sleutelbos inleveren. Er was in ieder geval contact. De politie was toegankelijk, dat is nu veel minder geworden. Daardoor is onze informatiepositie een stuk slechter.’’

De politie is niet meer opgewassen tegen de criminelen die het buitengebied onveilig maken, concludeert Brink. ,,Vroeger reden we ’s nachts met vijf auto’s rond en dan pakten we in een nacht het buitengebied aan om de criminelen op te sporen. Die capaciteit is er niet meer. In Etten-Leur had je vroeger permanent twee wagens. Nu zijn er drie wagens voor het hele gebied van het basisteam. In de nachtdienst is er nog maar één auto beschikbaar. Criminelen weten dat ook. De politie trekt weg uit het buitengebied, de drugscriminaliteit neemt toe. Die twee dingen komen samen. En dat is geen toeval.’’

Te erg

De criminaliteit loopt de spuigaten uit, concludeert burgemeester Mark van Stappershoef in het gemeentehuis van Goirle. In de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland is hij samen met zijn Bernhezer collega Marieke Moorman belast met de portefeuille buitengebied. Van Stappershoef: ,,Criminaliteit in het buitengebied is van alle tijden, maar het is nu te erg. Dat is moeilijk te vatten in cijfers, maar van de mensen in het veld krijg je genoeg signalen waaruit je kunt opmaken dat het er niet ­bepaald gematigder op wordt. De criminaliteit moet terug naar een normaal niveau, zonder dat je dat precies kunt definiëren. Het is geen wiskunde, je kunt geen ­tabelletje maken en dan zeggen: als we op dit punt zijn, is het opgelost.’’

Volledig scherm
Het voormalige politiebureau in Steenbergen is in handen gekomen van een bedrijf dat er een ondernemerscentrum van heeft gemaakt. © Tonny Presser © 2018
Volledig scherm
© BD
  1. Lichaam van Lisan (17) uit Breda verwoest door ziekte van Lyme, behandeling in Duitsland geeft eindelijk hoop
    PREMIUM

    Lichaam van Lisan (17) uit Breda verwoest door ziekte van Lyme, behande­ling in Duitsland geeft eindelijk hoop

    BREDA - ,,Een maand geleden kon Lisan niet langer dan vijf minuten lopen. Nu wandelen we iedere avond samen een half uur door de wijk. Ongelooflijk!”, zegt de moeder van Lisan Donkers (17). Door een tekenbeet op haar zevende kreeg de Bredase de ziekte van Lyme, wat een verwoestende uitwerking op haar lichaam had. Ze kon bijna niks meer, maar na eindelijk een behandeling in een Duitse kliniek te hebben gekregen is er een sprankje hoop.