Volledig scherm
Activist Josephat Torner. © Marco Okhuizen

Albino Josephat Torner: 'Ik heb de dood geroken, maar ben niet bang’

InterviewAMSTERDAM - In Afrika worden albino's gediscrimineerd, ontvoerd en vermoord.De Tanzaniaanse activist Josephat Torner, zelf geboren met albinisme, pikt de heksenjacht niet. Met gevaar voor eigen leven strijdt hij al jaren voor gelijke rechten. ,,Iedereen moet weten wat hier gebeurt.''

Het moeilijkste van zijn strijd is misschien wel dat Josephat Torner (41) niet weet tegen wíe hij strijdt. Tegen een buurman, een politicus, een politieagent, een medicijnman of tegen familieleden? In Afrika ligt het gevaar voor mensen met albinisme overal op de loer.

,,Ik weet niet wie mijn vijand is'', zegt Torner. ,,Toen ik in 2006 mijn campagne startte, waarschuwden mensen dat ik niet lang meer zou leven. Ik ben twee keer aangevallen in een poging mij de mond te snoeren. Maar het maakt me niet uit. Iedereen moet weten wat in Afrika gebeurt, zelfs al moet ik dat met de dood bekopen.''

Torner heeft - als kind van twee zwarte Tanzaniaanse ouders - een bijna blanke huid en een dun laagje goudkleurig kroeshaar. In de felle Afrikaanse zon verbrandt hij razendsnel.

Hij reist de wereld rond om lezingen en interviews te geven. Nu is hij twee weken in Nederland om aandacht te vragen voor de positie van mensen met albinisme. Door gebrek aan het pigment melanine hebben mensen met deze erfelijke aandoening een lichte huids- en haarkleur en zijn ze vaak slechtziend. In een land als Tanzania worden de meesten niet ouder dan veertig jaar, vanwege huidkanker.

Wijdverspreid bijgeloof

In Tanzania wordt één op de 1400 inwoners geboren met albinisme. Deze 'witte Afrikanen' boezemen veel zwarte Afrikanen angst in, gevoed door een diepgeworteld en wijdverspreid bijgeloof. ,,In Afrika rust een groot taboe op albinisme. Er zijn veel misvattingen. Veel mensen geloven dat het besmettelijk is en dat het ongeluk brengt als je iemand met albinisme in je familie hebt. Tegelijk geloven mensen dat lichaamsdelen van albino's rijkdom en voorspoed brengen.''

Daarom worden mensen met albinisme gestigmatiseerd en buitengesloten en zelfs ontvoerd en vermoord. Slachtoffers worden teruggevonden zonder benen, armen, borsten, ogen of botten. Lokale toverdokters gebruiken de afgehakte ledematen om medicijnen met 'magische krachten' of geluksamuletten te maken. Lichamen van overleden albino's worden zelfs opgegraven. Ouders verkopen hun kind aan toverdokters. Mannen maken misbruik van kwetsbare vrouwen met albinisme door hun vertrouwen te winnen, met ze te trouwen en ze na een paar jaar voor grof geld te verkopen. ,,In verkiezingstijd lopen we extra gevaar. Kandidaten gebruiken lichaamsdelen, omdat die geluk zouden brengen.''

Quote

Kandidaten gebruiken lichaamsde­len, omdat die geluk zouden brengen

Josephat Torner

Zelf heeft hij schrijnende voorbeelden gezien. Ledematen van vermoorde albino's bij een medicijnman, het stoffelijk overschot van iemand die in een bos was gedumpt. ,,Er zitten criminele organisaties achter.'' Om kwaadwillenden niet op een idee te brengen, wil Torner niet zeggen welke bedragen omgaan in deze handel. Dankzij zijn ouders is hem een vroege dood bespaard gebleven. ,,Toen ik was geboren, gaf de verloskundige mijn moeder het advies mij te vergiftigen. Dat weigerde ze. Ze was een geweldige vrouw en beschermde me.''

Josephat Torner werd geboren in Ngwangwege, een dorp in een van de armste regio's van Tanzania. ,,Het dorp was mijn wereld. De omgeving was vijandig. Ik ben opgegroeid met angst, discriminatie en geweld. Als ik een restaurant binnenkwam, stopten mensen met eten en staarden ze mij allemaal aan.''

Veel pesterijen

Als kind werd hij vaak buitengesloten. Op een school met ruim duizend kinderen was hij de enige met albinisme. ,,Ik werd gepest en kinderen wilden niet met me spelen omdat ze dachten dat ze het ook kregen als ze me aanraakten. Ik kon niet meedoen met sociale activiteiten en maakte geen vrienden. Ik vertelde mijn ouders niet over de pijn die ik had, omdat mijn moeder zich anders verdrietig zou voelen. Ik vroeg haar waarom ik er anders uitzag dan andere kinderen. Ik wilde zijn als mijn broers en zussen. Ze leerde me niet te reageren op alle pesterijen.''

Pas op de middelbare school snapte hij waarom hij anders was. De biologieleraar gaf les over genetica. Zijn vader vertelde toen pas dat er in de familie meer kinderen met albinisme waren geboren.

Veel ouders houden hun albinokind thuis uit schaamte en angst voor ontvoering, of dumpen het op straat in de stad. De ouders van Josephat Torner stimuleerden hem juist wél naar school te gaan. Hij werd uiteindelijk leraar. Die baan zegde hij in 2006 op voor zijn missie.

In die jaren kwam in Tanzania een heksenjacht op mensen met albinisme op gang. Tientallen slachtoffers werden ontvoerd en vermoord. Hun lichamen werden verminkt teruggevonden. ,,Dat deed me pijn. Ik wilde mijn broeders en zusters helpen. In het begin stond ik er alleen voor. De meesten zwegen uit angst gedood te worden. Ik ben de stem van de stemlozen.''

Quote

Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had. Ik heb de dood geroken, maar ik ben niet bang.

Josephat Torner

Torner trok door het land om zijn landgenoten voor te lichten over albinisme, om te vertellen dat hij gewoon een mens van vlees en bloed is, maar met een genetisch defect. ,,Voor veel Afrikanen ben ik geen mens, maar een soort geest met magische krachten. Ze geloven dat ik nooit doodga, maar simpelweg opeens verdwijn. Dat gebeurt met sommigen ook echt, doordat ze ontvoerd worden.‘’

Twee keer ontsnapte hij zelf aan de dood. Hij werd achtervolgd en aangevallen door gemaskerde mannen die zeiden dat ze door 'iemand' gestuurd waren. Doordat hij in nauw contact stond met de politie mislukten de pogingen. ,,Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had. Ik heb de dood geroken, maar ik ben niet bang.‘’

Nadat de Britse filmmaker Harry Freeland in 2011 een documentaire (In the shadow of the sun) over hem maakte, groeide hij wereldwijd uit tot hét gezicht van de strijd van albino's in Afrika. Hij hekelde de Verenigde Naties, die zwegen over de vervolging van albino's.

De Stichting Josephat Torner Foundation Europe, mede opgericht door Pieter Staadegaard uit Gemert, ondersteunt hem in zijn bewust-wordingscampagne. In het kader van die campagne regelde Torner onder meer dat bij een wedstrijd van de twee grootste voetbalclubs van Tanzania 22 albinokinderen aan de hand van de spelers het veld op kwamen. De 60.000 toeschouwers waren geschokt.

Klimexpeditie

Vorig jaar beklom Torner met 24 mensen, onder wie mensen met albinisme en Gemertenaar Staadegaard, uit zes landen de Kilimanjaro. Ze trotseerden zon, regen, hagel en sneeuw om de top te bereiken. ,,Ik wilde laten zien dat het feit dat we anders zijn niet betekent dat we dit soort dingen niet kunnen.''

Die klimexpeditie wordt volgende zomer herhaald. Dan neemt Torner een voetbal en twee vlaggen mee: van de wereldvoetbalbond Fifa en de Afrikaanse voetbalbond CAF.

De ironie is dat de Fifa strijdt tegen racisme jegens zwarte Afrikanen in een blanke, westerse omgeving, terwijl veel witte Afrikanen met albinisme gediscrimineerd worden in Afrika.

De Tanzaniaanse regering erkent het probleem inmiddels en neemt maatregelen. Dit jaar zijn vier mensen veroordeeld voor de moord op albino's. Graven worden volgestort met cement, zodat de lichamen niet kunnen worden opgegraven.

Het probleem is dat omringende landen achterblijven. ,,Daar erkennen ze het probleem niet. De toekomst van kinderen is onzeker. Ze groeien op zonder liefde van hun ouders, zonder een compliment dat ze er goed uitzien. Ze worden in speciale kampen opgevangen, maar dat is slechts een tijdelijke oplossing. Als je een dier in een natuurreservaat doodt, word je zwaar gestraft. Wat zijn wij dan? Breng de daders voor de rechter en zorg ervoor dat mensen met albinisme niet hoeven te vluchten. Ik roep alle Afrikaanse leiders op mensen met albinisme te beschermen en de mensenrechten te respecteren. Wij zijn gelijk.''