Volledig scherm
Voorbeeld van een van de vele registers met veroordeelde criminelen en de vele beschikbare portretfoto's. © BHIC

Alle boeven uit Brabant op een rijtje

Door wie werden de Brabantse gevangenissen vroeger bevolkt en wat hadden deze misdadigers op hun kerfstok? Dat is nu van 400.000 veroordeelde Brabanders te lezen.

Wie wil weten of er wellicht een crimineel tussen zijn voorvaderen zit, kan sinds kort terecht in een online archief van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC). Daarin zijn de inschrijvingsregisters van alle Brabantse gevangenissen uit de periode 1812-1925 opgenomen. Niet alleen de grote jongens zijn er in terug te vinden, maar ook de kruimeldieven en de stropers. Deze database is onlangs met 300.000 boeven uit de huizen van bewaring uitgebreid, nadat eerder al 100.000 boeven uit de strafgevangenissen online waren gezet.

De namen, geboortedata en signalementen van de Brabantse boeven zijn er in sierlijke, handgeschreven letters in terug te vinden, evenals informatie over de aard van hun misdrijven en veroordelingen. Met dank aan 300 vrijwilligers, die alle gegevens vanuit thuis invoerden en analyseerden.

Het archief vormt een rijke bron van onderzoek voor genealogen en wetenschappers. Maar ook de geïnteresseerde leek zal zijn weg naar de historische 'boevendatabase' weten te vinden, verwacht het BHIC. ,,We wilden dit archief toegankelijk maken voor iedereen, zodat men er zijn eigen ontdekkingen in kan doen. De data kunnen vanuit diverse invalshoeken onder de loep genomen worden. Genealogen gebruiken die om stambomen te reconstrueren, terwijl criminologen zoeken naar trends in misdrijven", aldus archivaris Christian van der Ven.

Wie tussen de antieke veroordelingen in het archief rondsnuffelt, krijgt een aardige inkijk in de maatschappij van toen. Armoede was een wijdverbreid fenomeen, getuige de vele veroordelingen voor 'landlooperij'. Smokkelaars wisten veelvuldig hun slag te slaan. Van der Ven: ,,Maar je ziet ook veel schrijnende gevallen terugkomen. Zo werden moeders met hele jonge kinderen samen opgesloten. Er was nog geen sprake van jeugdstrafrecht." Achter de zakelijke beschrijvingen in de registers schuilen vaak bijzondere misdaadverhalen.

Rebellie door een Somerense cowboy in Maarheeze

In Hugten, een buurtschap bij Maarheeze, leek het in januari 1881 wel een beetje op het Wilde Westen. Een jongeman werd hier met een illegale lading turf gesnapt door twee belastinginspecteurs. Zij legden hem een boete op voor het niet betalen van accijnzen en sommeerden hem mee te komen naar het Rijkskantoor in Budel. De jongeman mocht onderweg even pauzeren om bij een goede vriend gepaste kleding aan te trekken. Bij een volgende stop werd het gezelschap verrast door twee gewapende mannen op paarden, die in volle galop kwamen aanstormen. Zij riepen de jongeman bij zich, terwijl de geschrokken belastinginspecteurs dekking zochten en hun wapens trokken.

Eén van de gewapende mannen - Francis Wijnen uit Someren - schoot daarop een van de inspecteurs tegen de grond, waarna hij hem bestormde en met enkele slagen van zijn wapen verder letsel toebracht. De eerder gearresteerde jongeman leek deze daders goed te kennen. Hij moedigde Wijnen zelfs aan de inspecteur dood te slaan. Maar die had geluk. Nadat de andere gewapende man de os van zijn trekvracht had verlost, besloten de drie mannen om gezamenlijk met de heroverde os het hazenpad te kiezen.

Wat bleek later? De 'cowboys' van Maarheeze (Wijnen en de andere gewapende man) bleken broers van de jongeman. Die had de vriend van het pauzeadres gevraagd zijn familie te informeren over zijn arrestatie en de inbeslagname van de turf. Toen zijn broers deze boodschap kregen, grepen zij hun geweren en gingen op pad. Francis Wijnen werd wegens 'rebellie' veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar.

Petroleum in waterputten

De 43-jarige huisvrouw Elisabeth Maria Hendriks uit Luyksgestel wist heel goed waar ze mee bezig was, toen ze in de nacht van 1 juni 1911 petroleum goot in twee waterputten in Woensel (Eindhoven) die toebehoorden aan anderen. Vermoedelijk had ze het op de drinkwatervoorziening van meerdere families gemunt. Want in het vonnis valt te lezen dat 'zij in een put enige stof aanbracht, wetende dat daardoor het water in dien put voor de gezondheid schadelijk wordt'.

Ze werd voor deze misdaden door de rechtbank in Den Bosch veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. Ze ging in hoger beroep, maar werd in september 1911 wederom schuldig bevonden. De rechter rekende het haar zwaar aan dat zij de daden opzettelijk had begaan en dat ze al eerder de fout in was gegaan.

Het bewijs levert het archief zelf: deze dame had al het nodige op haar kerfstok, met drie veroordelingen voor diefstal op zak.

Volledig scherm