Volledig scherm
Wies van Leeuwen: ,,Juist in kelders en op zolders is vaak weinig veranderd.'' © Dolph Cantrijn

Gluren in kastelen en voorname huizen: 'Onze tijd lijdt aan vernieuwingsdrang'

Neem plaats in de tijdmachine van schrijver Wies van Leeuwen en zoef langs voorbije eeuwen. Zijn boek De mooiste kastelen en voorname huizen van Noord-Brabant opent deuren die anders vaak dicht blijven.

Paspoort Wies van Leeuwen

Bosschenaar Wies van Leeuwen (Luyksgestel, 1950) is wetenschappelijk onderzoeker op het terrein van erfgoed en historische bouwkunst.

Hij is gespecialiseerd in de architectuur van de middeleeuwen en de negentiende eeuw.

Bij de provincie Brabant was hij beleidsmedewerker cultuurhistorie.

Sinds zijn pensioen schreef hij boeken over onder meer de architect Pierre Cuypers, verdwenen kerken in Brabant, het orgel van de Sint-Jan en Jan Stuyt, de architect van de Bossche Sint-Cathrien.

In 2015 kreeg hij de Brabant Bokaal van het Prins Bernhard Cultuurfonds wegens zijn inzet voor de Brabantse cultuur.

Wat is er leuker dan 's avonds langs verlichte huizen te lopen en naar binnen te gluren bij de buren? Zien hoe of het bankstel staat bij Mien. Wies van Leeuwen en fotograaf Marc Bolsius sluipen niet langs rijtjeshuizen, maar bieden een blik achter de voordeuren van kastelen en voorname huizen in Brabant. Hogere gluurkunst. Hier geen plastic rozen, maar deftige of doorleefde getuigen van het verleden.

Van Leeuwen wil lezers over en bezoekers van de opengestelde huizen liefst onderdompelen in de geschiedenis. ,,Het gaat om de vervoering die we ondergaan bij de kennismaking met een onbekend verleden", zegt hij.

Van Leeuwen koos zeventig kastelen en huizen voor zijn van veel foto's voorziene boek, naast enkele gebouwen die het verloren hebben van de tand des tijds, zoals Huize Moerenburg in Tilburg. Daar markeert een kunstwerk van cortenstaal de omtrekken van het kasteel dat hier ooit gestaan heeft. Niet alle waardevolle gebouwen in Brabant staan in het boek. Van Leeuwen: ,,Bewoners willen soms geen kijkers. Andere gebouwen vielen tegen. Die zijn honderd keer verbouwd. Daar is niet zo veel meer aan. Ik vroeg altijd of ik het geheel mocht zien. Juist in kelders en op zolders is vaak weinig veranderd, zodat ze veel kunnen vertellen over de ouderdom en ontwikkeling van een gebouw."

Uitstraling

Een voornaam huis herken je volgens Van Leeuwen aan zijn uitstraling of afwerking. ,,Hieronder kunnen alle karakteristieke, bijzondere en opvallende woonhuizen van stad en land vallen", zegt hij om daarna terug te vallen op voorbeelden: ,,De Draak in Bergen op Zoom, de Moriaan in Den Bosch, het huis van dokter Van Son in Oudenbosch, maar ook de veel jongere huizen van de architecten Jan de Jong in Schaijk en Rietveld in Bergeijk. Voornaam door bijzondere decoraties of juist door vernieuwende vormgeving en ruimtewerking."

Van Leeuwen: ,,Door de eeuwen heen willen bewoners imponeren met een statige gevel of een weelderig interieur. Hoe ouder hoe deftiger. Bewoners voelen zich ook verbonden met hun huizen die vaak lang familiebezit waren. Naar Soeterbeek in Nuenen namen de nieuwe bewoners bijvoorbeeld schoorsteenmantels mee uit een ander huis van de familie."

Koetshuis

Het bewonen van een monument is ook een zorg, weet Van Leeuwen. ,,Het landgoed Wolfslaar in Breda is een goed voorbeeld. Het omvat een landhuis, koetshuis, twee boerderijen en een weelderig landschapspark en is eigendom van de gemeente Breda. In het koetshuis zit een restaurant. Mede daardoor is het bewonen van het huis haalbaar."

,,Veel wat nieuw lijkt, is eigenlijk ouder", zegt Van Leeuwen. Soms gaat achter een statige achttiende-eeuwse gevel een middeleeuwse kap schuil. Hij koestert niet alleen het gaaf bewaarde maar ook sporen van verval. ,,Patina en de vervaagde kleuren van vroeger tijden." Opgetogen is Van Leeuwen over het woonhuis van Eduard van Mattemburgh: ,,Daar is in de eetkamer nog het oorspronkelijke schilderwerk uit 1806 bewaard, naast de schellekoorden om het personeel te bellen."

Een favoriet van Van Leeuwen is Huis Zuidewijn in Vrijhoeve Capelle (Sprang Capelle). Het stamt uit de vijftiende eeuw maar sindsdien is er nogal wat veranderd of toegevoegd. ,,Muren uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw en overal bouwsporen. Hier spreken de stenen werkelijk tot ons", beschrijft hij. Door de eeuwen heen is het huis overeind gebleven, maar nog zijn er bedreigingen. ,,Natuurbeheerders willen het waterpeil in het gebied verhogen. Dat kan slecht uitpakken voor de funderingen en voor de tuinen en parken er omheen. Het is het klassieke gevecht tussen natuur- en cultuurjongens", verzucht Van Leeuwen.

Generaties

Het boek beschrijft bouw, sloop, krijgsgewoel, herbouw, aanbouw en modernisering. Generaties komen en gaan, hun huizen blijven en bieden vreugde en verdriet aan nieuwe bewoners tot die ook plaats moeten maken. Tijdelijke hoeders en schatbewaarders in het gunstigste geval, maar ook onvermijdelijk vernieuwers, beeldenstormers of vernielers. Van Leeuwen: ,,Monumenten zijn door de eeuwen heen niet hetzelfde gebleven, maar getuigen van de smaak en de voor- en tegenspoed van hun bewoners."

Het oude bewaren en koesteren is al lang niet meer vanzelfsprekend, beseft Van Leeuwen. Antiek koop je vaak voor een appel en een ei. Ouwe meuk, vinden velen. Van Leeuwen: ,,Vrienden van mij verhuizen en verkochten hun huis, twintig jaar oud en nog in goede staat. De nieuwe bewoners slopen alles eruit: vloeren, badkamer keuken en vernieuwen het huis van onder tot boven. Straks is een wc uit de jaren 90 van de vorige eeuw nog zeldzamer dan een van rond 1900. Er heerst in onze tijd een vernieuwingsdrang, die ervoor zorgt dat we onze interieurs minstens eens in de tien, twintig jaar veranderen en moderniseren."

Over dat soort woninginrichting gaat het niet in het boek. En evenmin over eenvoudige arbeiderswoningen of burgerhuizen. ,,Niet omdat die niet waardevol zijn, maar domweg omdat van de gevels vaak weinig en van het interieur nagenoeg niets is bewaard gebleven. Spullen van de elite blijven makkelijker behouden."

,,Wel is in de voorname huizen soms iets terug te vinden van armoediger levens. Bedienden hadden afzonderlijke ruimten in het souterrain en op zolder. Naast statige trappenhuizen waren er eenvoudige diensttrappen: personeel moest er wel zijn, maar vooral niet gezien worden." Van Leeuwen is opgetogen over de bewaarde dienstbodenkamer, compleet met bedsteden in het Notarishuis aan de Peperstraat in Den Bosch.

Grillen

Monumenten zijn al te vaak overgeleverd aan de gunsten of grillen van hun eigenaren. Huize Gerra, het vroegere buitenverblijf van bisschop bisschop Joannes Zwijsen in Haaren, is er een stuk beter aan toe dan het onlangs afgebrande voormalige grootseminarie Haarendael ernaast. Huize Gerra is in 1853 gebouwd. Het neoclassicistische huis is de eenvoud zelf, degelijk en sober. In 1863 is er een overval of aanslag gepleegd op Zwijsen. In de nacht van 14 op 15 juli 1863 is hij getroffen door een kogel. Huisgenoten vinden hem badend in zijn bloed. Hij overleeft en verhuist al snel naar het nieuw aangekochte paleis aan de Bossche Parade. Dat is ook opgenomen in het boek en dateert uit de achttiende eeuw. Na een bestemming als kazerne, militair hospitaal en school mag de bisschop er na een flinke verbouwing zijn intrek nemen.

Voor bewoners is het vaak schipperen tussen status en gemak. ,,In Zonnewende (1938) in Moergestel gaan moderniteit en klassieke statigheid samen. De opdrachtgever was beducht voor aardstralen en liet de kelder van een loden vloer voorzien. De salon had een raam dat in de vloer kon zakken. De knoppenkast in huis is een voorloper van de demotica van nu. In de kelder staat een enorme kast die de luchtbehandeling aanstuurt. Ze zeggen dat die nog werkt."

Ook Huize De Laak in Eindhoven (1906-1908) heeft volgens Van Leeuwen de nieuwste snufjes. ,,Maar verder koos opdrachtgever Anton Philips voor een bouw in achttiende-eeuwse landhuisstijl en een klassieke, deftige inrichting. Naast centrale verwarming heeft het huis open haarden in de vormentaal van de zeventiende eeuw."

Wies van Leeuwen en Marc Bolsius. De mooiste kastelen en voorname huizen van Noord-Brabant. W Books, 34,95. Verschijnt 19 oktober.