Volledig scherm
Autoloze zondag in verband met de olieboycot. Een postkoets rijdt op de snelweg, begeleid door een fietser. 4 november 1973 FOTO: ANEFO © Nationaal Archief

Zo zag de autoloze zondag er vroeger uit: protest met paarden en controles om de 600 meter

‘De minister van Verkeer en Waterstaat denkt aan de invoering van een autoloze zondag en een maximum snelheid van 100 kilomter per uur'. Dat lijkt te gaan over Cora van Nieuwenhuizen, die de maatregelen overweegt als oplossing voor het stikstofprobleem. Maar deze zin komt uit Het Vrije Volk van 18 oktober 1973, toen minister Tjerk Westerterp een antwoord zocht op de oliecrisis. Het werd de derde en vooralsnog laaste keer dat Nederland te maken kreeg met autoloze zondagen. Elke keer zorgde het voor veel beroering.

Al tijdens de eerste autoloze dag, op een vrijdag in 1939, was er klein verzet. Niet dat veel mensen het in hun hoofd haalden om met hun gemotoriseerd vervoer de weg op te gaan. Daarvoor waren de maximum straffen hoog genoeg. Wie op vrijdag 30 september 1939 of in de zes autovrije zondagen in de weken daarna met auto of motor gepakt werd, kon rekenen op 10.000 gulden boete, of een celstraf van vier jaar. In de praktijk leek het overigens wel mee te vallen met deze hoge boetes. Her en der werden auto's aan de ketting gelegd. 

Paard voor de auto

Er mocht geen enkel gemotoriseerd voertuig de weg op. Mensen werden daarom creatief, soms uit protest. In Amsterdam bijvoorbeeld, werd een man aangehouden die een paard voor zijn auto had gespannen. De uitvinding met letterlijk 1pk was officieel toegestaan omdat de motor uit stond, ware het niet dat hij zijn paard niet goed had aangespannnen, zo meldde het Zaans Volksblad. Gevolg: de creatieve automobilist kreeg alsnog een boete. Zeventien jaar later, op de eerste van de serie autovrije zondagen in 1956, werd dat trucje herhaald in Heerlen. Een autoverhuurbedrijf trok met twee ‘paard en auto’s’ door de stad als stil protest tegen de maatregel. 

Groot verschil met nu: zondag was in het verleden voor veel mensen nog echt een rustdag. Men ging naar de kerk of naar het café en bleef verder thuis. Bij die gebouwen stonden in ‘56 dan ook flink meer fietsen dan normaal. Bij een kerk in Maastricht stond daarnaast een tractor, die reed op diesel. Een boer uit het buitengebied zag geen andere optie, meldde het Limburgsch Dagblad

De horeca werd flink getroffen, bleek uit een enquête van Bedrijfschap Horeca in 1956. Zij moesten het doen met zo'n 50 tot 85 procent minder omzet dan op een normale zondag. Mogelijk had de eigenaar van dit café in Amsterdam daarvan geleerd. Tijdens autoloze zondag 1973 kwam hij met een creatieve oplossing:

Volledig scherm
Paarden werden gevoerd voor een café in Amsterdam tijdens autoloze zondag in 1973. © Nationaal Archief

Minister op de tandem

Maar wat te doen als je moet werken. De minister van Economische Zaken kon het in 1939 natuurlijk niet maken om zijn eigen verbod te negeren. Hij koos ervoor met een tandem naar het centrum van Den Haag te rijden, waar hij zich op de hoogte liet brengen van de politiecontroles. Op de eerste dag hadden zij het behoorlijk druk: er werden in heel Den Haag in totaal 53 boetes uitgedeeld

Mocht er dan écht niemand de weg op? Zeker wel. Er waren uitzonderigen voor doktoren, taxi’s en lijnbussen. Ook waren er mensen met een ontheffingsvergunning. In 95 procent van de gevallen werd die verleend aan auto’s waarmee invaliden naar de kerk konden worden gebracht. 

Volledig scherm
Politiecontrole op de snelweg in 1973. © Nationaal Archief

Zeker niet doorrijden

Maar een lege snelweg betekende niet dat het voor die enkeling heerlijk doorrijden was. In vrijwel alle steden en dorpen stonden agenten op wacht. In bijvoorbeeld Breda werd in 1956 om de 600 meter gecontroleerd. Het Vrije Volk schreef over een pasgetrouwd stel, dat bij Hazeldonk met ontheffing de grens over kwam. Ze werden zó vaak gecontroleerd, dat ze ten einde raad in Breda een hotelletje boekten. 

In 1956 dreigde geen celstraf meer, maar overtreders kregen wel een boete van enkele honderden guldens. En ze moesten in veel gevallen hun auto inleveren. Die werd op een centraal punt geparkeerd en mocht pas na middernacht worden opgehaald, blijkt uit een verslag van Het Vrije Volk. Dagblad De Tijd berichtte later over een rechtszaak tegen een arts uit Mierlo die met zijn auto naar een voetbalwedstrijd in Eindhoven was gereden. Als hij de auto voor zijn werk mocht gebruiken, dan toch ook wel voor het bezoek van een potje voetbal? Nee dus. Het OM in Den Bosch eiste tegen hem een boete van 500 gulden. 

Heb je zelf een verhaal over autoloze zondag? Deel je ervaring dan in een mailtje

Volledig scherm
Autoloze zondag in verband met de olieboycot. Fietsers op de autosnelweg, 4 november 1973 Fotograaf Mieremet, Rob / Anefo © Nationaal Archief