Volledig scherm
Tangerine Dream anno 2017. © bianca froese-acquaye

Berlijnse elektropioniers Tangerine Dream voor twee optredens naar Oirschot

OIRSCHOT - Tangerine Dream. De naam alleen al roept visioenen op van metershoge schakelkasten waarmee deze Duitsers al in de jaren zestig hun muziek maakten. Ze geven twee exclusieve concerten in De Enck in Oirschot.

Reusachtige synthesizermeubels vol snoeren en schakelingen, met daartussen drie vrijwel onbeweeglijke mannen. Psychedelische klanken vullen de zaal en de avond. De muziek van de baanbrekende Duitse elektronica-groep Tangerine Dream wist Ron Boots (55) uit Best al vroeg te raken. Hij haalt de groep naar Nederland voor twee optredens in De Enck, als onderdeel van E-live, een festival van ambient elektronische muziek dat hij daar elk jaar organiseert. Vijftig jaar nadat Tangerine Dream opgericht werd bestaat de groep nog steeds, al is de bezetting in de loop van de jaren ingrijpend veranderd. Alleen Edgar Froese behoorde al die tijd tot de vaste kern, tot hij begin 2015 overleed. ,,Wat Tangerine Dream onderscheidt van andere groepen in het genre is dat ze vanaf het begin naast synthesizers andere instrumenten gebruikt hebben", zegt Boots. ,,Daardoor zijn ze toegankelijker dan Klaus Schulze, die op het debuutalbum meespeelde, maar meteen daarna zijn eigen weg ging. In hun muziek doen ze niet nodeloos moeilijk.''

Door de wisselingen in bezetting is de groep zich steeds blijven ontwikkelen. Met andere leden kwamen ook nieuwe invloeden binnen. Met de komst van Ulrich Schnauss in 2014 deden dansritmes hun intrede in de muziek. ,,Tangerine Dream is uitzonderlijk productief geweest. Hun catalogus omvat meer dan honderd albums. ,,Het worden twee heel verschillende optredens", aldus Boots. ,,De nadruk komt te liggen op de muziek die de groep in de jaren zeventig en tachtig maakte. Je hoort de roots, maar wel in een mooie, frisse verpakking."

Besmet
Boots, zelf actief in het genre van elektronische ambient, werd op de middelbare school besmet door deze muziek. Hij wijt dat deels aan de voorkeur van zijn ouders voor klassiek repertoire. ,,Bij ons werd altijd veel klassiek gedraaid. Opera's, symfonieën. Stukken met een lange spanningsboog, en met een opbouw. Ik voel me niet zo thuis bij de drie minuten die een popsong meestal duurt. Ik houd van epische proporties, van repetitieve muziek waarin een thema steeds terugkomt. Ik ben ook een fan van Mike Oldfield. Toen ik Tubular Bells voor de eerste keer hoorde was het alsof ik een klap op mijn kop kreeg. Eén man die alles doet. Zo werk ik zelf ook.''

Hij voelt zich het meest verwant met de klank die muziek uit de jaren zeventig had. ,,De studiotechniek was zijn kinderschoenen ontgroeid. Het was mogelijk om opnamen te maken op meerdere sporen, waardoor de muziek complexer kon worden. Een plaat als Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band had anders niet eens opgenomen kunnen worden. Maar het geluid was wel nog steeds aards en natuurlijk. Dat is verloren gegaan met de opkomst en alomtegenwoordigheid van digitale apparatuur. In de periode tot 1990 is ook de beste elektronische muziek gemaakt. Elektronisch, maar toch organisch. De klanken raken je, zoals ook de zang van een walvis dat kan doen. Het is schilderen met geluid. Grote vlakken, waarin details heel precies en verfijnd ingevuld worden en waarin minieme verschuivingen optreden. Het is nog steeds een breed genre. Ook Boards of Canada, The Orb en Richard van Kruysdijk horen daarbij.

Onwerkelijk
,,Het heeft wel iets onwerkelijks, een van de grote namen van de Duitse elektronische muziek in Oirschot. Boots is nu al dertig jaar betrokken bij de organisatie van een jaarlijks festival met elektronische muziek. Begonnen in de Prinsenhof in Best met een clubje liefhebbers trok het evenement al gauw een veelvoud van de verwachte bezoekers, en verhuisde het verschillende keren, tot het zich definitief in Oirschot vestigde. Uit praktische over-wegingen, zegt Boots. ,,Het is niet overdreven duur. De installatie is uitstekend. Het zijn erg prettige mensen om mee te werken. En het ligt gunstig ten opzichte van Duitsland en België. Bovendien is het een informele plek. Bezoekers en artiesten komen gemakkelijk met elkaar in contact. Ze vormen een hechte groep. Zo heb ik indertijd ook contact met Froese kunnen leggen. Dat is altijd in stand gebleven. Daardoor kan ik nu Tangerine Dream hierheen halen. De fans zijn tussen de 45 en de 65 jaar oud, al zie je tegenwoordig ook twintigers die vanuit de dance komen en hun horizon willen verbreden. Het is wel een mannenwereld. Overigens hebben we in 1998 ook Paul McCartney als bezoeker over de vloer gehad. Als fan."

Festival E-live, met Tangerine Dream. 21 en 22 oktober.

  1. Een woning in Woensel als DDW-tentoonstellingsruimte

    Een woning in Woensel als DDW-ten­toon­stel­lings­ruim­te

    EINDHOVEN - Zoals veel goede ideeën ontstond ook deze tijdens een borrel. Iris van Daalen en Ruben Thier (samen het Eindhovense ontwerpduo ThierVanDaalen) spraken afgelopen zomer tijdens een ontmoeting van de Dutch Design Foundation met Katja Lucas en Rafaëlla Vandermühlen van die organisatie. Thier: "Gesproken werd er onder meer over de komende DDW en hoe mooi het zou zijn als tijdens die week een compleet huis dienst zou kunnen doen als expositieplek."