Volledig scherm
PREMIUM
Cabaretier Hans Teeuwen in de Heineken Music Hall in Amsterdam met zijn cabaretvoorstelling ‘Spiksplinter’. © ANP Kippa

De opkomst van de Brabantse cabaretiers: De zachte G bleek geen handicap maar wapen

EINDHOVEN - 25 jaar geleden zetten Theo Maassen uit Eindhoven en Hans Teeuwen uit Budel onder leiding van de Eindhovense broers Martijn en Pieter Bouwman de nieuwe - Brabantse - cabarettoon.

Winter 1994. In Bosnië wordt een tijdelijke wapenstilstand getekend, Nirvana geeft haar laatste concert, ‘Schindler’s List’ gaat in première. En de Nederlandse cabaretwereld staat op z’n kop dankzij twee 27-jarige oud-studenten van de Academie voor Drama in Eindhoven: Theo Maassen (1966) en Hans Teeuwen (1967). De eerste debuteert op 28 januari in Leiden met ‘Bepaalde dingen’, de tweede op 16 februari in Amsterdam met ‘Hard en Zielig’.  Maassen speelt in zijn show een even gemoedelijke als naïeve Eindhovenaar, die onder meer herinneringen ophaalt uit zijn jeugd: met nat gekamde haartjes in pyjama - met Nibbits en Raak-kindercola -  op zaterdagavond ‘Wie van de drie’, ‘Barbapapa’ of ‘Toppop’ kijken. Klassieke sketches zijn ‘Berry van Aerle’, over de bescheiden PSV-held die als enige profvoetballer iedere maand netjes zijn contributie betaalde, en de ode aan Eindhoven, versus Amsterdam: ‘D’r is in Amsterdam helemaal niks wa wij nie hebben. Wij hebben ook een Anne Frank Huis, alleen lopen wij er niet zo mee te koop. Wij zeggen altijd maar zo: het enige goeie wat er uit Amsterdam komt, dat is de trein naar Eindhoven.’ Ondanks de lovende kritieken was Maassen zelf niet helemaal tevreden: hij vond zijn programma te braaf.