Volledig scherm
P.F. Thomése © Koos Breukel

Ik J. Kessels: Een definitief goodbye

RecensieFrans Thomése neemt in ‘Ik J. Kessels’ op een amusante manier afscheid van zijn oude vriend Jos en het personage J. Kessels.

Vóór alles: het is bizar een recensie te schrijven over een boek dat handelt over een figuur die een paar meter van je vandaan zijn dagelijkse column zit te tikken. En die geen ene moer te maken wil hebben met dat boek of de schrijver ervan.

Jos Kessels, de ED-columnist uit Tilburg, wil zijn dagelijkse stukjes maken – 2100 tekens lang – en verder wil hij vooral met rust gelaten worden. Koffie, dat vindt  ‘ie belangrijk ja, net als veel roken en flink wat halve liters bier, en de eeuwige bami natuurlijk die hij wekelijks met pakken tegelijk naar binnen schuift. Op het allerhoogste platform staat zijn dochter, waar hij in zijn columns af en toe over bericht, en - vooruit - ook af en toe wat beeldende kunst – niet ná 1900 graag, want van abstractie wil hij niets weten. En countrymuziek uiteraard, waar hij veel, zo niet álles van weet.

Dwars door de States

De jonge Jos Kessels, nog geen ED-columnist maar werkzaam bij het Nieuwsblad van het Zuiden, was bevriend met de al even jonge Frans Thomése, werkend bij diezelfde krant. Reizen maakten ze, naar Duitsland onder andere en – in het spoor van de befaamde Amerikaanse schrijver Jack Kerouac – dwars door de States. Kessels begon later zijn veelgeprezen en evenzeer verguisde column bij het ED – en Thomése schreef zich de literaire wereld in met romans als Heldenjaren, Schaduwkind en Vladiwostok!.

En toen verscheen in 2009 plots de roman J. Kessels: The Novel. Tot afgrijzen van het personage zelf. Thomése deed er drie jaar later nog een schepje bovenop door Het Bamischandaal uit te brengen, waarin Kessels wederom de hoofdrol vertolkte. En het ging van kwaad tot erger (aldus de echte Kessels) toen er door de uitgeverij een heuse fandag werd georganiseerd, in Amsterdam nota bene, incluis bami en merchandising als petjes, posters, T-shirts, bierviltjes en asbakken (dat laatste vond hij dan nog enigszins te pruimen). En weer later kwam er warempel ook nog eens een film uit, met de Mierlonaar Frank Lammers als de Tilburger Kessels, incluis een strak over de bierbuik gespannen Willem-II-shirtje. Allemaal om te kotsen, vond de echte Kessels. En dus: voorbij vriendschap.

Overdreven aandacht

En nu, vijf jaar later, dacht Kessels dat die overdreven aandacht voor zijn personage wel was geluwd, dan komt die vermaledijde Thomése plots met een derde roman op de proppen: Ik, J. Kessels verschijnt vandaag. Dát dat boek er ligt, komt volgens de auteur door Jef Rademakers. Want dat Kessels schoon genoeg heeft van al die aandacht, jammer dan. Een schrijver, en dus níet een personage bepaalt of een boek verschijnt of niet – godverdomme.

Thomése neemt in Ik, J. Kessels afscheid van zijn oude vriend, zoveel is duidelijk. Het is ook – op een wat kromme manier – een verontschuldiging. Voor het feit dat de auteur het leven van de jongere Kessels heeft ingezet voor drie van zijn boeken: ‘Te laat had ik beseft dat J. Kessels voor alles hechtte aan zijn anonimiteit. Juist daarom had ik een eventuele Ik, J. Kessels uit mijn hoofd gezet. Een rehabilitatie zou immers niet meer werken. Hij verlangde ernaar dat ik hem met rust liet. En dat had mij aan het denken moeten zetten.’ Dat deed Thomése dus niet – integendeel. Maar dat kwam mogelijk door een diep verlangen, zo lezen we even verderop: ‘Ach J. Kessels, jongen. Ik wou dat we weer onafscheidelijk waren, de vrouwen weer jong, wij weer jong, het verleden weer de toekomst.’ Maar ook: ‘Die geromantiseerde beste vriend mis ik eerlijk gezegd meer dan de echte (…)’ En dan is er de finale klap: ‘Sorry dat ik het moet zeggen, oude vriend, maar sinds ik niet meer over je schrijf, ben je er niet beter op geworden.’ Zo – da’s duidelijk. Aan de andere kant: vertrouw nooit een schrijver, ze verzinnen je leven waar je bij staat.

Country of folk

Ik, J. Kessels is uitstekende pulp; bij wijlen een grappig, luchtig, soms grofgebekt boekje, met af en toe prachtige alinea’s waarin je heerlijk wordt meegezogen naar het Tilburg van de jaren zeventig. Wie niet van country of folk houdt, moet er overigens niet aan beginnen, want zo ongeveer om de bladzijde noemt de schrijver wel een nummer of zanger of citeert hij teksten van George Jones, Waylon Jennings en natuurlijk ook de door Kessels zo bejubelde Townes van Zandt en Phil Ochs.

Weet ik nu alles van Kessels? Nee, dat denk ik niet en dat wil ik ook helemaal niet. Jos de ED-columnist sjokt zojuist terug naar zijn computer en begint aan zijn zoveelste stukske. Dat is goed. En daarbij: Thomése kan zoveel Kessels-romans schrijven als hij wil, de echte Kessels veegt er zijn kont mee af. En ook dat is goed.

Ik, J. Kessels. Frans Thomése. Uitgeverij Pluim, Amsterdam. ISBN: 9789492928009.

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement