Volledig scherm
PREMIUM
archieffoto © Bert Jansen

Taalwaterval Wim Daniëls in college zonder theater

EINDHOVEN - Wim Daniëls, wie kent hem niet? Tijdschrift, krant, radio, tv, een kast vol boeken en ongetwijfeld heel veel internet. En nog weet onze man uit Aarle-Rixtel van geen ophouden, want de theaters moeten ook veroverd worden. Met taal uiteraard. Met woorden die in één lange colonne in een continue stroom zijn spraakorgaan verlaat.

We beginnen uiteraard in het middelpunt van Wims universum, zo net bezijden Helmond. Maar voor we er erg in hebben, bevinden we ons diep in de prehistorie, op zoek naar het ontstaan van de taal. Daar waar het echte wonder ligt, omdat de mens toen bedacht om middels woorden met elkaar van gedachten te wisselen. Via Irak, Griekenland en Julius Ceasar belanden we bij Karel de Grote en het monnikenwerk dat schrijven heet. Dan krijg je natuurlijk haast, want voor we dan weer in Aarle-Rixtel zijn, moeten nog tal van taalbakens gepasseerd worden, waarvan de taalcommissie van rond 1600 het meeste memorabele is: er was geen grammatica, dus maken de Nederlanden er één. Met komische gevolgen, waarmee Daniëls belandt in het schemergebied tussen hoorcollege en cabaret. Echt theater wordt het niet. De verbeelding en dynamiek ontbreken, waardoor de schouwburg een rijk gestoffeerd les­lokaal wordt.